~~voor Nederlands zie onderaan het bericht~~

Puffins collected on Vlieland, photo Carl Zuhorn (SBB)

Update 22 December 2021:

In early December 2021, a remarkable stranding of dead and weakened Puffins began on the Dutch coast. After a few days, the number of animals washed ashore declined, but just before Christmas numbers started rising again. Most animals were found on the Wadden Islands and a total of almost 50 animals have been reported so far. Also in Scotland, a mass mortality of this seabird is going on. 

So far, all animals that stranded and were examined in The Netherlands were weak and malnourished. Oil pollution did not play any part in this incident. Among the stranded animals, there are remarkably many adults: 45% were classified as adults, 12% as immatures (2-3 years old) and 43% as juveniles (fledged in 2021).

Mass strandings of animals from the central North Sea
Whether this stranding has anything to do with the mass stranding of harbour porpoises in August 2021 (including many pregnant females) or with the mass stranding of guillemots in September and October 2021 (including mainly adult males and chicks) is an important question. In each case, a single species was affected and also a specific part of the population. As far as is known, there is one common denominator: the animals all seem to originate from the central North Sea, not from the coastal waters. In any case, the guillemots and the puffins all starved to death, but what caused this remains unclear.

Seabird strandings are nothing unusual in themselves, but the series of mass strandings is leading to suspicion and autopsies are being carried out to get a better picture of the age composition, sex ratio and body condition of the affected animals.

Pictures and reports welcome
Reports of finds, preferably accompanied by clear photographs, are particularly welcome. Further information is available from Kees (C.J.) Camphuysen, Senior onderzoeker Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, kees.camphuysen@nioz.nl

Puffin from Ecomare's bird shelter could be released with a steel Arnhem ring (number 3748662) on its right leg (photo Threes Anna)

8 December 2021:

Atlantic puffins washing ashore in The Netherlands, december 2021

In early December 2021, an unusual stranding of dead and weakened Atlantic Puffins Fratercula arctica started on the Dutch coast. Specimens washed ashore on all Wadden Islands, but also scattered along the mainland coast and in Zeeland. Because this is already the third 'conspicuous' stranding since August this year (first harbour porpoises, then thousands of guillemots), NIOZ researchers are closely monitoring this stranding in the hope of finding an explanation for the mortality.

Seabird strandings are nothing special in themselves, marine ecologist Kees Camphuysen has been researching these strandings since 1974 and has access to a database dating back to 19001. Initially, oil pollution was the main culprit, but it gradually became clear that all kinds of natural circumstances can also lead to increased mortality. (think of periods with particularly bad weather and severe winters). The cause is often difficult to determine, because viruses or bacterial infections can play a role, or because there are problems with the food supply. Natural death also plays an important role: if there are hundreds of thousands of animals living in the sea, then a shoreline with dozens of carcasses is not necessarily something special.

Atlantic Puffins occur in small numbers in the Dutch North Sea in winter; estimates range from 3500 to 8000 individuals2,3. The species is always scarce along our coast, because it is a seabird that likes clear, salty seawater, such as can be found in the Central North Sea. Larger numbers off the coast (think dozens) are almost always the harbinger of a 'wreck' (a mass stranding). In the distant past, such wrecks were, or seemed to have, been caused by oil pollution, nowadays we see that wrecked birds have usually starved to death, with juvenile birds having a higher chance of mortality than (experienced) adults4. The last mass stranding in the Netherlands took place in 2003 when hundreds of birds were involved, including a relatively large number of 'older' specimens (adult or subadult) involved.5

The current stranding mainly concerns animals that have been floating in the sea for a while and for the time being the number of animals is not increasing that fast: a few dozen have been found so far. Necropsies that will be carried out will focus on the body condition of the animals, but will also be organised such that biologically relevant data can be collected (age structure, sex ratio, details about flight feather moult, the diet) that are normally difficult to obtain due to their normal habitats: far at sea, far from the coast.

Further information: Kees (C.J.) Camphuysen, Senior onderzoeker Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, kees.camphuysen@nioz.nl

Vlieland, 4 December 2021. Photo: Carl Zuhorn (SBB)

Update 22 december 2021:

Stranding van Papegaaiduikers in Nederland zet door

Begin december 2021 begon een opvallende stranding van dode en verzwakte Papegaaiduikers op de Nederlandse kust. Na een paar dagen nam het aantal aanspoelende dieren weer af, maar vlak voor de kerst begonnen de aantallen toch weer op te lopen. Veruit de meeste dieren werden op de Waddeneilanden aangetroffen en in totaal werden tot dusverre een kleine 50 dieren gemeld. Ook in Schotland is een massasterfte van deze zeevogel gaande.

Alle in Nederland gestrande dieren die tot dusverre konden worden onderzocht waren verzwakt en ondervoed. Olievervuiling speelde geen enkele rol bij dit incident. Onder de gestrande dieren bevinden zich opvallend veel volwassen exemplaren. Tot dusverre werd 45% als volwassen, 12% als onvolwassen (2-3 jaar oud) en 43% als juveniel (uitgevlogen in 2021) beoordeeld.

Of deze stranding iets te maken heeft met de massastranding van bruinvissen in augustus 2021 (met daaronder veel zwangere wijfjes) of met de massastranding van zeekoeten in september en oktober 2021 (met daarbij vooral volwassen mannetjes en kuikens) is een belangrijke vraag. Steeds werd een enkele soort getroffen en daarbij ging het dan ook nog eens om een specifiek deel van de populatie. Voor zover bekend is er één gemeenschappelijke deler: de dieren lijken allemaal afkomstig van de centrale Noordzee, niet van de kustwateren. In elk geval de zeekoeten en de papegaaiduikers zijn allemaal verhongerd, maar wat de aanleiding daarvan geweest is blijft vooralsnog onduidelijk.

Zeevogelstrandingen zijn op zichzelf niets bijzonders, maar de reeks massastrandingen leidt tot argwaan en autopsies worden uitgevoerd om een beter beeld te krijgen van de leeftijdssamenstelling, de sexratio en de lichaamsconditie van de getroffen dieren.

 

Meldingen van vondsten, liefst vergezeld van duidelijke foto’s, zijn bijzonder welkom. Nadere informatie is beschikbaar van Kees (C.J.) Camphuysen, Senior onderzoeker Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, kees.camphuysen@nioz.nl.


8 december 2021:

Begin december 2021 begon een opvallende stranding van dode en verzwakte papegaaiduikers op de Nederlandse kust. Op alle Waddeneilanden, maar ook verspreid langs de Hollandse kust en in Zeeland spoelden exemplaren aan. Omdat dit al de derde ‘opvallende’ stranding is sinds augustus dit jaar (eerst bruinvissen, daarna duizenden Zeekoeten) volgen onderzoekers van het NIOZ deze stranding nauwgezet in de hoop een verklaring voor de sterfte te kunnen achterhalen.

Zeevogelstrandingen zijn op zich niets bijzonders, marien ecoloog Kees Camphuysen onderzoekt die strandingen al sinds 1974 en kan over een gegevensbestand beschikken dat teruggaat tot 19001. Aanvankelijk was vooral olievervuiling boosdoener, maar geleidelijk aan drong door dat ook allerlei natuurlijke omstandigheden aanleiding kunnen geven tot verhoogde sterfte (denk aan perioden met bijzonder slecht weer en strenge winters). Dikwijls is de oorzaak moeilijk te achterhalen, omdat er virussen of bacteriële infecties een rol kunnen spelen, of omdat er problemen zijn met de voedselvoorziening. Uiteraard speelt ook de natuurlijke dood een belangrijke rol: als er honderdduizenden dieren in zee leven, dan is een aanspoellijn met tientallen kadavers niet per se iets bijzonders.

Papegaaiduikers komen ’s winters in kleine aantallen in de Nederlandse Noordzee voor; schattingen lopen uiteen van 3500 tot 8000 exemplaren2,3. Langs onze kust is de soort altijd schaars, het is een zeevogel die van helder zeewater houdt, zoals dat in de Centrale Noordzee te vinden is. Grotere aantallen voor de kust (denk aan tientallen) zijn bijna altijd de voorbode van een ‘wreck’ (een massastranding). In het verre verleden waren of leken dergelijke wrecks altijd door olie veroorzaakt, tegenwoordig zien we dat het meestal om verhongering gaat, waarbij juveniele vogels een hogere sterfkans hebben dan (ervaren) volwassen dieren4. De laatste massastranding in Nederland vond plaats in 2003 en toen ging het om honderden vogels, waaronder opvallend veel ‘oudere’ exemplaren (adult of subadult)5.

De huidige stranding betreft vooral dieren die al een tijdje in zee hebben gedreven en vooralsnog loopt het aantal dieren nog niet zo hard op: enkele tientallen. Inwendig onderzoek dat zal worden uitgevoerd richt zich in eerste instantie op de lichaamsconditie van de gevonden dieren, daarnaast worden biologisch relevante gegevens verzameld (leeftijdsopbouw, sexratio, bijzonderheden over de slagpenrui, het dieet) die normaal moeilijk te verkrijgen zijn vanwege hun normale leefgebieden: ver op zee, ver weg van de kust.

Verdere informatie: Kees (C.J.) Camphuysen, Senior onderzoeker Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, kees.camphuysen@nioz.nl