(Bijna) klaar voor de expeditie met RV Anna Weber-van Bosse

Links Michelle aan het werk in een lab aan boord; rechts Rick aan dek met een boorkern

Van duizenden jaren oud riviersediment tot woestijnstof: het nagelnieuwe onderzoeksschip RV Anna Weber-van Bosse staat in de startblokken om onderzoeksdata op te halen. NIOZ-wetenschappers Michèlle van der Does en Rick Hennekam bereiden zich voor op hun eerste expeditie met het schip. Dat brengt behoorlijk wat (positieve) spanning met zich mee.

Voor het eerst in tien jaar tijd weer per onderzoeksschip op expeditie gaan is al bijzonder.  Aardwetenschapper Michèlle van der Does is daarnaast ook nog als chief scientist verantwoordelijk voor de coördinatie en de logistiek rond alle wetenschap aan boord van het gloednieuwe schip RV Anna Weber-van Bosse. Van 7 tot 27 april maakt het net opgeleverde schip haar tweede wetenschappelijke expeditie.

Het voorbereiden kost meer tijd dan gedacht

Na afronding van de eerste onderzoekstrip van een week op de Noordzee, vaart het schip van Las Palmas naar Kaapverdië. Anderhalve maand voor vertrek vertelt Van der Does dat de voorbereidingen meer tijd kosten dan gedacht. ‘Als chief scientist ben ik verantwoordelijk voor alle wetenschappers aan boord, van logistiek tot veiligheid. Heeft iedereen een visum en de Safety at sea-training gedaan? Ze komen uit allerlei landen, juist omdat we in de buurt van Afrika varen, heeft Zeynep (Zeynep Erdem, red.) gezorgd dat er ook Afrikaanse wetenschappers mee kunnen.’

Blauw onderzoeksschip vaart langs de Spaanse kust

RV Anna Weber-van Bosse tijdens proefvaart op 6 februari in Vigo (Credit: ARMON)

Aan boord is Van der Does het aanspreekpunt voor de kapitein. ‘Er zijn dagplanningen voor al het geplande onderzoek, maar in overleg met de kapitein bepalen we of het weer goed genoeg is voor de activiteiten van die dag, de golven niet te hoog en of we op tijd komen waar we moeten zijn.’ Ook al is alle apparatuur getest, het is toch heel spannend voor alle gebruikers. ‘Iedereen moet nog wennen, waar ligt alles, sommige software is nieuw.’

Stofboeien legen

Voor haar eigen onderzoek haalt Van der Does langs het vaartraject de resultaten van stofverzamelaars op, vertelt ze. ‘Sedimentvallen diep in zee, vast aan ankers, vullen elke vier dagen een nieuw flesje met water en alles wat erin zit. Drijvende boeien filteren stof uit de lucht. Elke twintig dagen draait het apparaat een nieuw filter naar voren. Met deze prachtige resolutie kunnen we het resultaat van individuele stofstormen meten.’

Woestijnstof als mest

Stof is een intrigerend onderzoeksthema. Woestijnstof dat over grote afstanden door de atmosfeer waait, is een potentiële meststof voor de oceaan. Om te ontdekken hoe dit werkt en welke effecten het heeft, halen onderzoekers onder leiding van Jan-Berend Stuut jaarlijks de data op en verwisselen de potjes en filters.

Van der Does kreeg een NWO-subsidie om de data daaruit te mogen analyseren: hoeveel mineraalrijk Saharazand waait waar de zee in en hoe stimuleert dat het zeeleven? Dankzij die subsidie mag ze nu mee op expeditie, zoals ze ook tussen 2012 en 2016 tijdens haar promotieonderzoek mee ging om deze instrumenten te plaatsen en onderhouden.

Groene Sahara

Ook oceanograaf Rick Hennekam gaat mee op deze tocht. Voor het recent gefinancierde EMBRACER project en ook voor zijn Vidi-project heeft hij boorkernen nodig: meterslange monsters uit de zeebodem. Hij onderzoekt daarmee de geschiedenis van het klimaat. ‘Ik onderzoek kantelpunten in het klimaat waarvan we weten dat ze in Afrika hebben plaatsgevonden. De Sahara is in het verleden meerdere keren heel groen geweest, met rivieren. Het ecosysteem is gekanteld van droog naar nat en later weer terug. Mijn hypothese is dat dat deze veranderingen niet zo abrupt plaatsvonden als we nu denken. Dat willen we onderzoeken.’ Met dit soort kennis hopen Hennekam en collega’s onder meer de gevolgen van de huidige klimaatverandering te voorspellen voor de langere termijn, na 2100.

Slapende rivieren

Voor zijn onderzoek heeft hij boorkernen nodig met sediment tot 10.000 jaar oud. ‘We moeten ze ophalen vlak voor de kust, bij mondingen van slapende rivieren.’ Die rivieren stromen nu niet meer, maar brachten in de tijd dat de Sahara groen was, sediment naar zee. ‘Samen met het zoete water dat opeens de zee in stroomde, had dat voedselrijke sediment allerlei gevolgen in zee.’ Dat sediment wil Hennekam vinden en analyseren om meer te weten te komen over de gebeurtenissen en de effecten ervan. ‘In duizend jaar kon zo’n rivier wel een meter sediment afzetten.’ Hij moet dus meterslange boorkernen nemen om 10.000 jaar terug in de tijd te gaan. 

Het kan ook misgaan

Op zich is het nemen van zulke boorkernen geen enkel probleem voor het nieuwe onderzoeksschip: dat kan zelfs veel langere kernen nemen dan voorganger RV Pelagia. Maar Hennekam rekent zich nog niet rijk. ‘Hoewel alle apparatuur goed is getest, heeft dit schip nog nooit echt een boorkern genomen. Het is spannend of alles echt werkt.’ Ook heeft hij nog toestemming nodig van de landen waarvan hij in de territoriale wateren wil boren. Die is nog niet binnen. ‘Het lukt soms pas op de dag dat je wilt boren. Of niet. Vorig jaar kreeg ik vanuit Senegal een sms’je, maar geen officiële toestemmingsverklaring. Toen hebben we niet geboord.’

Is het nu al voorbij?

Hoe spannend het ook is voor iedereen, de onderzoekers hebben enorme zin in de expeditie. Van der Does: ‘De vorige keren dacht ik bij het einde: is het nu al voorbij? En ik ben optimistisch, ik ga ervan uit dat we alles kunnen doen wat we van plan zijn.’ Voor zeeziekte is ze ook niet bang. ‘De eerste dag moest ik altijd even inslingeren zoals dat heet. Veel buiten zijn, naar de horizon kijken. Elk schip is anders, maar op dit grotere schip zal het vast niet erger zijn dan op de Pelagia.’