Geschiedenis
Van de Nederlandse Zoölogische Vereniging tot een nationaal expertisecentrum van NWO. De geschiedenis van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek gaat terug tot de oprichting van het Zoölogisch Station in 1876. Tegenwoordig zijn we het grootste nationale expertisecentrum van NWO.
NIOZ Texel & Yerseke
Nu
Vandaag de dag is NIOZ, met vier nieuw gevormde wetenschappelijke afdelingen, het op één na grootste nationale expertisecentrum van NWO.
2015
De NIOZ-haven op Texel werd na een uitgebreide renovatie heropend onder de nieuwe naam Seaport Texel. Het is de thuishaven van onze onderzoeksschepen en is ook toegankelijk voor het publiek.
2012
Het NIOZ fuseerde met het Centrum voor Estuariene Mariene Ecologie (NIOO-CEME) in Yerseke aan de Oosterschelde. Het instituut heeft nu twee vestigingen: op Texel en in Yerseke, kortweg NIOZ TX en YE.

Het legen van de NIOZ visfuik, op dezelfde wijze als dit al sinds 1969 gebeurt, om te zien welke vissoorten voorkomen in het Marsdiep, vlakbij de Noordzee (foto: NIOZ)
Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee
2001
Het instituut kreeg het predicaat ‘Koninklijk’ op zijn 125e verjaardag.
1993
De hele organische biogeochemiegroep van de Technische Universiteit Delft werd, onder leiding van onze latere directeur prof. Jan de Leeuw, overgeplaatst naar het NIOZ.

Taking water samples with a CTD rosette on board of one of the research vessels, ca. 1980 (photo: NIOZ)
1991
De RV Pelagia werd in gebruik genomen, waarmee onderzoekers uitgebreid onderzoek konden doen naar oceanen over de hele wereld.
1990-heden
Het NIOZ maakt deel uit van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

Werk aan dek: het sorteren van een monster met vooral schelpdieren, 1975 (foto: NIOZ)
1984-1985
Het management en de wetenschappers van het NIOZ hielpen bij de organisatie en uitvoering van de Indonesisch-Nederlandse Snellius-II-expeditie in Indonesische wateren. De expeditie maakte gebruik van de RV Tyro, die eigendom was van de Nederlandse Raad voor Zeeonderzoek (NRZ).
1972
De RV Aurelia werd in gebruik genomen, waardoor de wetenschappers van het NIOZ hun onderzoeksterrein konden uitbreiden tot de hele Noordzee. Er werden ook oceaanreizen ondernomen met gecharterde schepen.

Onderzoeksschip Aurelia voer op de Noordzee tussen 1972-1991. (foto: NIOZ)
1969-1977
Het NIOZ verhuisde naar het ‘Provisorium’, een tijdelijke huisvesting in de polder 't Horntje op het Waddeneiland Texel, totdat in 1977 het nieuwe gebouw op dezelfde locatie werd geopend.
1960
Het Zoölogisch Station werd omgedoopt tot Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en een jaar later verscheen het eerste nummer van het Nederlands Tijdschrift voor Zeeonderzoek.
Het instituut breidde zich uit en bleek al snel te klein voor de ongeveer 100 medewerkers. Bovendien was de mogelijkheid om schoon zeewater aan te voeren in Den Helder te beperkt.

Vogelonderzoeker Kees Swennen en zijn assistent op veldwerkexpeditie in 1975 (photo: NIOZ)
Nederlandse Dierkundige Vereniging
1957
Directeur Dr. Jan Verweij stelde voor om de werkterrein van het station te verbreden van biologie naar de vier pijlers van de oceanografie: biologie, chemie, fysica en geologie. Zijn voorstel werd onmiddellijk goedgekeurd.
1945-1955
Na de Tweede Wereldoorlog werd het personeelsbestand uitgebreid met tijdelijke onderzoekers, gefinancierd door ZWO, de voorloper van NWO.
1940-1945
Tijdens de Tweede Wereldoorlog werden alle onderzoekswerkzaamheden gestaakt en bleven alleen administratieve taken overeind. De Max Weber, het onderzoeksschip dat hoofdzakelijk werd gebruikt in deze tijd, werd geconfisqueerd door de Duitse bezetter en pas teruggekregen toen de oorlog ten einde was. Het gebouw in Den Helder diende als barakken voor soldaten wat leidde tot de gedeeltelijke verwoesting van het pand gedurende de oorlog.

Het nemen van sedimentmonsters in de Waddenzee, 1969 (foto: NIOZ)
1931-1940
De Nederlandse overheid ondersteunde het Zoölogisch Station financieel, waardoor de banden met de biologische faculteiten van Nederlandse universiteiten aanzienlijk werden versterkt door het organiseren van cursussen voor studenten. De economische crisis zette echter een rem op de uitbreiding met extra personeel.
1890
Een veel groter permanent gebouw werd geopend in de haven van Den Helder.

Het Zoölogisch Station in Den Helder, net na de opening van dit eerste echte gebouw in 1890. (foto: NIOZ)
1877
Het gebouw werd in Vlissingen gestationeerd. Van hieruit vertrok een schoener voor een eerste wetenschappelijke expeditie naar de Engelse kust en Helgoland, waarbij de vijf bemanningsleden met een sleepnet zeedieren verzamelden.
1876-1890
De NDV bezat een demontabel gebouw dat ‘de Keet’ werd genoemd en tot 1890 als veldstation werd gebruikt. Over het algemeen waren hier niet meer dan vijf mensen aan het werk, waaronder de eerste directeuren, die hun onderzoek zonder salaris verrichtten.
1876
Het gecoördineerde onderzoek naar het dierenleven in zee in Nederland begon in 1876 met de oprichting van het Zoölogisch Station onder de vlag van de Nederlandse Dierkundige Vereniging (NDV).

Het allereerste Zoölogisch Station in de duinen bij Den Helder, in 1879. Het station was een houten keet die verplaatst kon worden, en werd in 1876 in gebruik genomen. (foto: NIOZ)