Oceanografisch datamanagement loopt 20 jaar voor op meeste vakgebieden

Wolken met de zon die erachter tevoorschijn komt

Wat zou ik zien als ik bovenop een wolk kon staan? (Foto: Taco de Bruin)

Meteoroloog Taco de Bruin begon met metingen vanaf onderzoeksschepen. Bij zijn pensionering kijkt hij terug op een loopbaan in het epicentrum van de oceaanwetenschap. Van het NIOZ tot bij de Verenigde Naties hielp hij organiseren dat alle onderzoekers hun metingen onderling kunnen delen. ‘We lopen 20 jaar voor op andere vakgebieden.’ Toch is er voor de nieuwe generatie nog veel werk aan de winkel. 

‘Wat zou ik zien als ik bovenop een wolk kon staan? Dat vroeg ik me als kind altijd af. Ik was toen al gek op wolken’, vertelt Taco de Bruin. Hij is zijn werkkamer bij het NIOZ op Texel aan het leegruimen, achter hem staan lege boekenkasten. ‘Vanuit die belangstelling heb ik in Utrecht experimentele natuurkunde gestudeerd, met meteorologie als afstudeerrichting.’ 


 

Boven de wolken en op zee

Als 25-jarige kwam De Bruin voor het eerst boven de wolken. ‘Mijn eerste vliegreis was naar Jakarta, waar ik op onderzoeksschip Tyro stapte om onderzoek te doen naar atmosferische elektriciteit.’ Na een korte periode als onderzoeker bij de Universiteit Utrecht stapte hij in 1989 over naar het NIOZ. ‘Daar heb ik zo’n vijf jaar onderzoek gedaan naar de toepassing van satelliet remote sensing tijdens vaarexpedities. Vanuit de ruimte wilden we de schepen begeleiden om het zeeonderzoek te optimaliseren, maar de moeilijkheid is dat die mooie wolken in de weg zitten.’

Taco de Bruin with binoculars

'Ik was toen al gek op wolken' (foto: Taco de Bruin)

Keerpunt

Een belangrijk keerpunt in De Bruins loopbaan was rond 1995. ‘Ik werd gevraagd te helpen bij het opzetten van datamanagement bij het NIOZ, samen met onder anderen Ronald de Koster, Margriet Hiehle, Jan Nieuwenhuis en Jan Derksen. We begonnen de datastromen aan boord van onderzoeksschip Pelagia te beheren. Voor mij een mooie kans, omdat ik belangstelling heb voor meten op zee in zijn algemeenheid.’ 

Van papier naar internet

In die tijd had de computer een plaats veroverd in de wetenschap. Onderzoeksdata werden niet meer vooral via papieren datarapporten in bibliotheken beschikbaar gesteld, maar uitgewisseld via cd’s, dvd’s en later internet. ‘Er waren afspraken nodig voor standaarden en formaten, zodat al die meetgegevens over temperatuur, weer, watersamenstelling en talloze plant- en diersoorten toegankelijk konden worden.’ 

Een vormend bezoek

De Bruin herinnert zich een vormend bezoek aan collega’s van het British Oceanographic Data Centre in Groot-Brittannië, waar men rond 1996 verder was op dit gebied. ‘De belangrijkste les die ik daar leerde: Don’t reinvent the wheel – vind niet steeds opnieuw het wiel uit. Nieuwe onderzoeksconsortia met prachtige subsidies moeten vooral aansluiten op datasystemen die er al zijn.’ Als ze denken dat anderen zich wel aan hun nieuwe systeem aanpassen, komen ze van een koude kermis thuis. De Bruin zag het wereldwijd vaak gebeuren. 

De Bruins werkgebied breidde zich uit. Zo was hij tien jaar voorzitter van het Nationaal Oceanografische Data Comité

Opens in a new tab. Ook op Europees en VN-niveau was hij een belangrijke speler: van 2019 tot 2023 was hij co-voorzitter van het International Oceanographic Data & Information Exchange
Opens in a new tab
comité van de Intergovernmental Oceanographic Commission
Opens in a new tab
van UNESCO.  

 

Taco de Bruin op het podium gedurende een UNESCO meeting

Taco de Bruin tijdens een UNESCO meeting

Pelagia is 64PE

Voor die standaarden werd gekozen voor de internationaal erkende NERC Vocabulary Server, die vocabulaires heeft voor alles wat in het zeeonderzoek gebruikt wordt, zoals voor meetinstrumenten, eenheden, havens en schepen. ‘De Nederlandse RV Pelagia bijvoorbeeld, heeft als code 64PE. Er is in Frankrijk namelijk nog een Pelagia. Elke vaartocht met de Pelagia krijgt dan een eigen, uniek nummer, bijvoorbeeld 64PE432. Als een analist in het nutriëntenlab aan boord monsters zeewater wil benoemen, is dat meting X op vaartocht 64PE432.’ 

Tegenwoordig komen alle NIOZ-data in het eigen, gesloten datasysteem DAS. ‘Je wilt niet dat ruwe data meteen beschikbaar zijn, want ze moeten eerst gecontroleerd en omgerekend worden. Nog belangrijker is dat onze wetenschappers er originele wetenschap mee moeten kunnen uitoefenen. Zij moeten de primeur hebben met hun onderzoek, anders krijgen ze het niet gepubliceerd.’ 

Een goed raamwerk

Er kwam een goed raamwerk waarbinnen de Europese Unie overzicht kreeg in metingen op zee en zorgde dat omissies werden opgevuld. Dit netwerk (EMODnet

Opens in a new tab) voegt data uit 145 partnerinstituten samen en maakt daaruit relevante dataproducten. ‘Jaarlijkse overzichten van het gemiddelde fosfor-gehalte per seizoen in Europese wateren bijvoorbeeld. Een ander voorbeeld is een hoge-resolutie dieptekaart van de zeeën rond Europa.’ Zo bepaalde de EU een paar honderd dataproducten, aldus De Bruin. Die dienen vervolgens als basis voor Europees beleid rond zaken als milieu of visserij. 
een diagram van de europese data cyclus emodnet

De Europese datacyclus EMODnet

In EMODnet Open Sea Lab Hackathons pakken teams van (data)wetenschappers, softwareontwikkelaars en ‘social innovators’ uit heel Europa en daarbuiten, dringende uitdagingen aan. ‘Die gaan over duurzaam economisch gebruik van de oceaan, mariene hulpbronnen en kusten.’ 

‘Het mooiste aan mijn werk was de samenwerking op alle niveaus, zowel binnen het NIOZ als nationaal en internationaal. En dat je resultaat zag. Je ziet een heel duidelijke ontwikkeling.’ Behalve in datamanagement voor oceanografisch onderzoek, speelde De Bruin ook een rol in het datamanagement van het poolonderzoek. ‘Door in beide wetenschapsgebieden actief te zijn, kon ik verbanden gaan leggen en samenwerken over disciplines heen.’  

Twintig jaar voor

Kijkend naar de wetenschapsgebieden buiten deze genoemde twee, constateert hij dat het oceanografisch datamanagement twintig jaar voor loopt op veel andere vakgebieden. ‘Men heeft zich altijd heel goed gerealiseerd dat je met een schip maar op één moment in de tijd en op een heel klein stukje van een heel grote oceaan kunt meten. Om iets zinvols te kunnen zeggen over die hele oceaan en over langere tijd, zul je moeten samenwerken en data moeten uitwisselen.’  

'Overigens’, relativeert de Bruin, ‘De data-uitwisseling binnen de meteorologie loopt weer ver voor op die binnen de oceanografie. In elk land ter wereld is de uitwisseling van meteorologische gegevens wettelijk vastgelegd. Dat is bij geen enkel ander vakgebied het geval’ Andere vakgebieden zetten nu stappen die  de oceanografie twintig jaar geleden zette, ziet De Bruin. Ze kunnen wel snel grote stappen maken, volgens De Bruin: ‘De technische mogelijkheden zijn veel groter dan toen wij begonnen en ze hebben in de oceanografie een voorbeeld. Zo hoeven ze het wiel niet opnieuw uit te vinden’, aldus De Bruin met een knipoog verwijzend naar de les die hij 30 jaar geleden leerde. 

Andere vakgebieden zetten nu stappen die  de oceanografie twintig jaar geleden zette. De technische mogelijkheden zijn veel groter dan toen wij begonnen en ze hebben in de oceanografie een voorbeeld. Zo hoeven ze het wiel niet opnieuw uit te vinden.

Bezoek aan basisscholen

Soms was De Bruin voor zijn werk wekelijks op reis, binnen of buiten Europa. Sinds de coronapandemie vinden vergaderingen vaker online plaats. Ook doet De Bruin de laatste jaren andere dingen dichter bij huis. Als programmamanager van het Nederlandse Argo Programma

Opens in a new tab, bezocht hij bijvoorbeeld basisscholen. ‘Scholen kunnen een twee meter lange transponder adopteren die op zee metingen doet. Elke paar dagen komt hij boven en stuurt data naar een satelliet. Scholieren kunnen dat zien en zo kennismaken met oceanografisch onderzoek.’ 

Werk voor de nieuwe generatie

De Bruin ziet met plezier dat robotica-collega Yetzo de Hoo het Argo-stokje overneemt. Ook voor anderen van de nieuwe generatie blijft er veel te doen op het gebied van data management. ‘Binnen het NIOZ is het belangrijk dat we blijven bewaken dat alle onderzoeksdata in DAS komen. Daarvoor moet je onderzoekers achter de broek zitten. En de data moeten worden ontsloten en gebruikt in de internationale systemen.’  

Wolken, bruggen en steden

Inspelen op nieuwe ontwikkelingen blijft belangrijk, van nieuwe meetmethoden tot cybersecurity. De Bruin komt sinds zijn afscheid op 12 mei nog een paar keer opruimen en zijn projecten overdragen, maar bouwt zijn activiteiten toch echt af. Hij gaat weer wolken kijken, en bruggen en steden. Hij neemt de tijd voor zijn andere grote passie: fotografie.