Kleine vissen in de Noordzee beter in beeld

Thesis cover van Bram Parmentier met zandspiering op de bodem

'Demersale vissoorten tot op de bodem uitgezocht', thesis cover Bram Parmentier

Kleine vissen zoals zandspiering zijn voedsel voor zeevogels, zeezoogdieren en grotere roofvissen. Toch is nog lang niet duidelijk waar deze kleine bodemvissen leven, hoeveel het er zijn en of ze beschikbaar zijn voor predatoren. NIOZ-promovendus Bram Parmentier bracht ze in kaart met fijnmazige bodemschaven. Op 7 oktober verdedigt hij zijn proefschrift aan Wageningen University & Research. 

Veel visonderzoeken in de Noordzee gebruiken netten die vooral zijn bedoeld om inzicht te krijgen in de bestanden van grotere, commercieel belangrijke soorten. Kleine vissoorten en kleine exemplaren van vissen die op of in de zeebodem leven worden daarmee minder goed gevangen. Bram verzamelde gegevens met fijnmazige bodemschaven om verspreiding en abundantie van deze vissen in de zuidelijke Noordzee beter in beeld te krijgen. 

Zijn schattingen van de hoeveelheid kleine bodemvissen vallen hoger uit dan schattingen op basis van de eerdergenoemde traditionele sleepnet surveys. Dat verschil laat zien hoe belangrijk de meetmethode is voor goede dichtheid schattingen.  

Bram onderzocht voornamelijk twee soorten zandspiering die veel langs de Nederlandse kust voorkomen en erg op elkaar lijken. Met een nieuw ontwikkelde qPCR-methode konden deze soorten met grotere zekerheid van elkaar onderscheiden worden. Hoewel de soorten grotendeels gescheiden voorkwamen (de ene vooral verder uit de kust, de andere dichter bij de kust), overlapten hun verspreidingsgebieden ook. Daarnaast kwamen beide soorten niet voor in bodems met veel schelpdierbiomassa. Ook vond Bram geen verschil in hun foerageergedrag. Opvallend daarbij was dat zandspiering s ’ochtends stuk meer actief was dan s’ avonds. Dat is van belang voor de beschikbaarheid voor zandspiering predatoren. Bovendien verandert de hoeveelheid energie die zandspiering als voedsel levert met het seizoen. 

Brams onderzoek geeft een gedetailleerder beeld van kleine bodemvissen. Hiermee kunnen onderzoekers beter nagaan of en welke veranderingen plaatsvinden, bijvoorbeeld als gevolg van het opwarmen van het zeewater of van veranderingen in de visserijdruk (zo is de zandspiering visserij in de Nederlandse Noordzee toegenomen na het recent sluiten van de Britse visgronden voor zandspiering). Ook kunnen onderzoekers beter in kaart brengen hoe kleine bodemvissen en hun predatoren met elkaar verbonden zijn, en daarmee welke veranderingen effect kunnen hebben op het hele ecosysteem.