Kan bouwen op water helpen tegen de woningnood?

Een artistieke impressie van een ‘drijvende stad’: een eiland in een rivier met daarop vier vierkante flatgebouwen met tuinen, straten en mensen. Het is via drie bruggen met de oever verbonden.

Is een drijvende constructie de oplossing voor het woningtekort? (beeld: Square Floating City)

Nederland heeft dringend nieuwe woningen nodig, terwijl klimaatverandering juist vraagt om meer ruimte voor water. Wetenschappers onderzoeken daarom hoe bouwen op water kan uitgroeien van innovatieve niche tot een serieuze aanvulling op de woningbouw. Onderzoekers van de Faculteit Ruimtelijke Wetenschappen, Rijksuniversiteit Groningen, brengen samen met partners van MARIN, NIOZ en Blue Revolution Foundation tien cruciale vragen in kaart die daarvoor moeten worden beantwoord. Hun onderzoek is gepubliceerd in het internationale wetenschappelijke tijdschrift Nature Communications.

De woningnood stelt Nederland voor een complexe ruimtelijke puzzel. Er moeten grote aantallen woningen worden gebouwd, terwijl beschikbare grond schaars is en klimaatverandering nieuwe beperkingen oplegt. Door zeespiegelstijging, bodemdaling, droogte en hevigere regenval is er meer ruimte nodig om water op te vangen en vast te houden. Ligt de oplossing in het combineren van deze twee uitdagingen? 

Drijvend bouwen kan ruimte voor nieuwe woningen creëren zonder dat daarvoor land hoeft te worden opgespoten of ruimte voor waterberging verloren gaat. Omdat drijvende constructies met veranderende waterstanden kunnen meebewegen, biedt deze technologie bovendien mogelijkheden om woningbouw klimaatbestendiger te maken.

Wetenschap als aanjager van nieuwe woningbouw

Nederland heeft ervaring met woonboten en kleinschalige projecten voor drijvend wonen.  De grote wetenschappelijke uitdaging is nu om de stap te maken van deze kleinschalige projecten naar grootschalige toepassing: drijvende buurten of gebieden waarop wonen met andere functies wordt gecombineerd.

Onderzoekers binnen het project Floating Future

Opens in a new tab brengen in kaart welke kennis en innovaties nodig zijn om die volgende stap mogelijk te maken. In hun publicatie in Nature Communications
Opens in a new tab
identificeren zij tien cruciale vragen voor de toekomst van grootschalig drijvend bouwen. Daarmee draagt het onderzoek bij aan een bredere zoektocht naar innovatieve oplossingen voor maatschappelijke problemen. Wetenschap levert daarbij niet simpelweg een kant-en-klare oplossing voor de woningcrisis, maar onderzoekt welke nieuwe mogelijkheden technisch, ecologisch, economisch en maatschappelijk verantwoord kunnen worden ontwikkeld.

Waarom bouwen we nog niet massaal op water?

Technisch is drijvend bouwen al mogelijk, maar een complete drijvende wijk bouwen is iets anders dan een aantal waterwoningen realiseren. Waar kan dat veilig? Hoe sluit je zo'n wijk aan op energie, infrastructuur en voorzieningen? Wat betekent grootschalige bebouwing voor natuur en waterkwaliteit? Wie is verantwoordelijk voor het water waarop wordt gebouwd? En hoe zorgen we ervoor dat drijvend wonen niet alleen beschikbaar wordt voor mensen met hoge inkomens?

De tien vragen die de onderzoekers formuleren vallen uiteen in drie hoofdthema's: levensvatbaarheid, haalbaarheid en wenselijkheid. Bij levensvatbaarheid gaat het onder meer over geschikte locaties, mogelijke ruimtelijke functies en duurzame bedrijfsmodellen. Haalbaarheid draait om de benodigde technische innovaties, de ecologische gevolgen en de manier waarop drijvende gebieden kunnen worden ingericht en georganiseerd. Bij wenselijkheid staat de samenleving centraal: hoe willen mensen er wonen, hoe moeten zulke gebieden worden ontworpen en hoe voorkom je nieuwe vormen van ongelijkheid?
 

Een detail van de artistieke impressie van de drijvende stad, waarop de bruggen en kades te zien zijn die het eiland met de kust verbinden

Leven op het water (beeld: Square Floating City)

Van IJstad tot het Groene Hart

Dat deze vragen niet alleen theoretisch zijn, blijkt uit verschillende plannen die al worden bestudeerd. Zo wordt gekeken naar de mogelijke integratie van drijvende woningen of buurten in IJstad tussen Amsterdam en Almere. Ook wordt drijvend wonen onderzocht als mogelijke oplossing voor kwetsbare veengebieden in het Groene Hart en bestaan er plannen voor een drijvende multifunctionele hub op zee.

De ambitie is daarmee groter dan het creëren van een nieuw type woning. Drijvend bouwen kan uiteindelijk een andere manier van ruimtelijke ontwikkeling mogelijk maken: niet langer uitsluitend proberen water buiten onze leefomgeving te houden, maar onderzoeken waar wonen en waterberging veilig en duurzaam gecombineerd kunnen worden.

Van experiment naar serieuze oplossing

Of drijvend bouwen een substantiële bijdrage kan leveren aan het oplossen van de woningnood staat nog niet vast. De tien vragen bieden een onderzoeksagenda om vast te stellen waar drijvende ontwikkeling kansrijk is, welke innovaties nog nodig zijn en onder welke voorwaarden grootschalige toepassing verantwoord is.

De onderzoekers beantwoorden deze vragen binnen Floating Future met een combinatie van interdisciplinaire, creatieve en participatieve onderzoeks- en ontwerpmethoden. Daarbij werken wetenschappers samen met maatschappelijke partijen en andere belanghebbenden om innovaties niet alleen technisch mogelijk, maar ook praktisch toepasbaar en maatschappelijk verantwoord te maken.

In het kort

Het onderzoeksproject Floating Future wordt gefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het consortium dat bestaat uit meer dan veertig partners richt zich op vijf casestudies in Nederland. In de casestudies worden de mogelijkheden voor de opschaling van drijvend wonen in Amsterdam,Rotterdam en het  Groene Hart onderzocht. Daarnaast bestuderen de onderzoekers de uitdagingen en kansen van het integreren van industriële drijvende constructies in de haven van Rotterdam en de mogelijkheden voor een drijvend, multifunctioneel platform in de Noordzee. 

De publicatie '

Opens in a new tab' verscheen in Nature Communications in september 2026.