Invloed van temperatuur op invasieve parasieten en hun gastheerpopulaties

Rosa Jolma bestudeerd oesterpopulatie in de Waddenzee onder handen. (Foto: Rosa Jolma)
Wat gebeurt er met invasieve parasieten en hun gastheren in een opwarmende zee? In de Nederlandse Waddenzee illustreren twee parasieten hoe klimaatverandering en invasieve soorten het zeeleven veranderen. NIOZ-promovenda Rosa Jolma verdedigt op 26 oktober aan de Universiteit Utrecht haar proefschrift genaamd ‘Temperature effects on invasive parasites and their host populations; insights from copepods infecting bivalves’.
De darmparasiet Mytilicola intestinalis arriveerde bijna een eeuw geleden alleen en infecteerde inheemse blauwe mosselen. Zijn nauwe verwant, Mytilicola orientalis, kwam recenter mee met invasieve Japanse oesters. Beide parasieten zijn relatief onschadelijk: ze doden hun gastheren niet, maar nemen energie weg, waardoor mosselen langzamer groeien en magerder worden.
Dit proefschrift onderzocht wat er gebeurt wanneer zulke relatief goedaardige invasieve parasieten een opwarmende zee treffen. Experimenten lieten zien dat hogere temperaturen de ontwikkeling versnellen, waardoor parasieten per jaar meer generaties kunnen voortbrengen. De temperatuur veranderde echter niet de invloed van parasieten op hun gastheren; alleen extreme langdurige warmte (26 °C) schaadde beide. Getijdenorganismen hebben te maken met hoge temperaturen tijdens laagwater op warme dagen, maar riffen van invasieve oesters bieden schaduw en dempen de hitte voor alle bewoners. De eerdere indringer, M. intestinalis, bleek gevoeliger voor hitte, maar ondervond alleen schade tijdens hittegolven in het voorjaar. Omdat mosselen meer last hebben van hitte dan hun parasieten, veroorzaken stervende gastheren meer parasietsterfte dan de hitte rechtstreeks doet.
Zelfs relatief onschadelijke parasieten hebben echter invloed in een opwarmend klimaat. Modellen op basis van metingen in het proefschrift laten zien dat ze de verspreiding van biomassa over gastheergroottes egaliseren, waardoor achterblijvende volwassen mosselen jonge dieren niet verdringen. Een ander model liet zien hoe opwarming de twee parasieten in tegengestelde richtingen stuurt. Naarmate temperaturen stijgen en de mosselpopulatie onder de minimale populatiegrootte komt die de eerdere indringer nodig heeft, gedijt de nieuwkomer op mosselen alleen en heeft hij zijn oorspronkelijke oestergastheer niet meer nodig.


