BBNJ-verdrag ter bescherming van de volle zee treedt in werking

Gisteren was een historische dag voor de oceaan. Het Verdrag inzake de Volle Zee (het BBNJ-verdrag, Biodiversity Beyond National Jurisdiction) trad in werking. Dit verdrag creëert een langverwacht juridisch kader voor de bescherming van de biodiversiteit in de oceaan. Het voornaamste doel is om de krachten te bundelen en een nieuw kader te bieden voor het behoud van mariene biodiversiteit, met name in zeegebieden die buiten nationale grenzen vallen.
Het BBNJ-verdrag bouwt voort op UNCLOS (United Nations Convention on the Law of the Sea), ook wel ‘de grondwet van de zee’ genoemd. Hoewel UNCLOS regels stelt voor scheepvaart, grenzen en het gebruik van mariene hulpbronnen, bood het slechts gefragmenteerde bescherming voor biodiversiteit buiten nationale rechtsgebieden. Het BBNJ-verdrag moet dit gat gaan vullen.
Een historische mijlpaal voor de oceaan
De volle zee beslaat bijna twee derde van de oceaan en ligt buiten nationale grenzen en exclusieve economische zones. Omdat dit een regio is die iedereen en niemand toebehoort, was het tot nu toe moeilijk om het duurzaam te reguleren en te beheren. Met de inwerkingtreding van het Verdrag inzake de Volle Zee begint hier verandering in te komen. “Dit verdrag is hoognodig”, aldus NIOZ-directeur Han Dolman in een interview met NOS. “Het klimaatsysteem van de aarde valt of staat met een gezonde oceaan. En toch is het grootste gedeelte ervan tot nu toe onbeschermd gebleven”, licht hij verder toe op nu.nl.
Waar het verdrag over gaat
In de kern draait het Verdrag inzake de volle zee erom dat landen de krachten bundelen om zorg te dragen voor het deel van de zee dat buiten nationale grenzen valt, ongeveer de helft van onze planeet. Het centrale doel daarbij is de bescherming van mariene biodiversiteit.
Het verdrag doet dit via een aantal instrumenten. Allereerst maakt het de aanwijzing van mariene beschermde gebieden op de volle zee mogelijk, met als doel kwetsbare ecosystemen en soorten te beschermen. Daarnaast verplicht het tot milieueffectrapportages voorafgaand aan activiteiten zoals grootschalige visserij of diepzeemijnbouw. Ook zorgt het ervoor dat ontdekkingen uit diepzeeleven, waaronder nieuwe medicijnen of biotechnologieën, ten goede komen aan iedereen.
Tot slot ondersteunt het alle landen, met name ontwikkelingslanden en kleine eilandstaten, bij het verkrijgen van kennis en middelen voor oceaanonderzoek en natuurbehoud. Hierbij wordt expliciet rekening gehouden met traditionele en inheemse kennissystemen. Bij elkaar, vormen deze elementen een eerlijk en wetenschappelijk onderbouwd kader voor oceaan governance.
Waarom biodiversiteit op de volle zee van belang is
De volle zee beslaat ongeveer twee derde van de oceaan en herbergt een enorme diversiteit aan soorten. Van migrerende blauwe vinvissen tot microscopische zuurstof producerende cyanobacteriën. Al deze soorten creëren samen een systeem dat van levensbelang is voor onze planeet en voor ons als mens.
De mariene biodiversiteit neemt echter af door toenemende druk. Overbevissing, diepzee-extractie en klimaatverandering ontregelen de complexe ecosystemen in de zee. NIOZ-wetenschapper Sabine Gollner verwoordt het in haar interview met NOS als volgt: “In de oceanen en zeeën leven naar schatting 1 tot 10 miljoen verschillende soorten, die samen als een soort kaartenhuis al die functies vervullen. Als te veel soorten verdwijnen, dan stort het kaartenhuis in.”
Furu Mienis, marien geoloog bij het NIOZ, ging hier afgelopen zaterdagochtend verder op in tijdens haar interview voor Radio 1. Zij legde uit dat we door geïnformeerde besluitvorming nu gezamenlijk kunnen beginnen met het beschermen van gebieden met een belangrijke ecologische waarde, bijvoorbeeld door te kijken naar sleutelsoorten of migratieroutes. “Dat zou de gezondheid van de oceaan op nog veel grotere schaal kunnen verbeteren,” voorspelt zij.
Van onderhandelen tot ratificatie
Het creëren van een juridisch bindend kader buiten nationale grenzen is complex en vernieuwend binnen het internationaal recht. Daarom hebben de onderhandelingen op VN-niveau bijna twintig jaar geduurd, voordat in 2023 uiteindelijk overeenstemming werd bereikt. Om het verdrag in werking te laten treden, moesten minstens 60 landen het ratificeren door het in nationale wetgeving op te nemen. Alleen geratificeerde landen zijn juridisch gebonden aan de regels en kunnen deelnemen aan de besluitvorming. Tot nu toe hebben 83 landen het verdrag geratificeerd. Een positief signaal dat wijst op de bereidheid om samen te werken aan een gezondere oceaan. Maar ratificatie kost tijd.
Veel landen ondertekenden het verdrag vóór 2023, maar hebben de juridische stappen die nodig zijn voor ratificatie nog niet afgerond. Ondertekening toont politieke intentie, maar is niet juridisch bindend. Ratificatie maakt de toezegging formeel. Nederland behoort tot de landen die dit proces nog doorlopen. Volgens NIOZ-directeur Han Dolman duurt het vaststellen van de vereiste nationale regelgeving vaak ongeveer twee jaar. Met meer politieke urgentie had dit proces versneld kunnen worden, zo merkte hij op in zijn interview met nu.nl. De hoop is dat Nederland het verdrag zal ratificeren vóór de eerste Conferentie van de Partijen (COP) in 2027.
Met het oog op de toekomst
Hoeveel impact dit verdrag gaat hebben hangt af van hoe snel landen het ratificeren en hoe actief wetenschappers betrokken zijn bij de uitvoering. Oceaanonderzoekers spelen een sleutelrol bij het nemen van goed onderbouwde besluiten, het aanwijzen van effectieve beschermde gebieden en het volgen van ecologische veranderingen. Ook voor het NIOZ betekent dit dat wetenschappers zich zullen blijven inzetten om de benodigde kennis te leveren. Zo kan het BBNJ-verdrag uitgroeien van een belofte tot daadwerkelijk herstel van het oceaanleven en de systemen die daarvan afhankelijk zijn.