OSNAP-expeditie 2026: onderhoud aan AMOC-monitoringsapparatuur

Het achterdek van een schip, waar de A-frame-kraan een grote rode bal omhoog hijst die als meerlijn dient. Bemanningsleden staan klaar om deze binnen te halen.

Het achterdek, waar een verankering klaar hangt om uitgezet te worden. (foto: Elodie Duyck)

Op 17 juni verliet de RV Neil Amstron de haven van St. John’s in Canada, op weg naar de OSNAP-lijn: een serie observatie-opstellingen die metingen doet aan de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC) in het subpolaire deel van de Noord-Atlantische Oceaan. Tijdens deze onderzoeksexpeditie van een maand, zullen we verschillende verankeringen langs deze OSNAP-lijn ophalen en opnieuw uitzetten, waaronder vijf verankeringen van het NIOZ. In dit blog doen we verslag vanaf het schip, en vertellen we je over het werk aan boord en ons leven op zee!

9 juli 2026

Hi iedereen! Mijn naam is Reinet, een PhD student bij het NIOZ en ook ik vaar mee op de expeditie naar de Irminger Zee. In januari startte ik met mijn PhD en mijn onderzoek gaat over eddies (dat zijn een soort kleine draaikolkjes in de zee die menging veroorzaken) in de Irminger Zee. Het afgelopen half jaar was ik druk met het ontdekken van dit gebied via artikelen, satellietbeelden en onderwaterdata. Ik vind het daardoor heel leuk dat ik al zo snel de kans heb gekregen om dit gebied in het echt te kunnen zien. Het is mijn eerste expeditie ooit op een onderzoeksschip, en graag vertel ik jullie wat meer over het leven aan boord. 

Een normale dag aan boord begint met wakker worden na een nacht die rustig verliep, waarbij je in slaap werd gewiegd, of juist niet, wanneer je kamergenoot midden in de nacht stond te vloeken over rollende spullen.  De meeste tijd aan boord brengen we door in het “main lab”. Hier staan de laptops, instrumenten en grote schermen om de CTD in de gaten te houden. De ene dag zijn we druk met onze moorings, de andere dag doen we CTD’s tijdens de nacht. Wat altijd hetzelfde blijft is het vastzetten van alle spullen. Tijdens een grote golf wil je niet dat je laptop of dure meetinstrument op de grond wordt gegooid. Of zoals een collega hier zegt: door de onzichtbare kat is verplaatst. 

De zonsondergang gezien door het raam van een hut aan boord van het onderzoeksschip in de Irminger Zee.

Zonsondergang vanuit de kajuit (foto: NIOZ)

Op sommige dagen is er tijd om te sporten. Dat is wel nodig hier met de combinatie van een Amerikaanse keuken en de gemiddeld 2000 stappen per dag. Verstopt tussen de servers, achter een waterdichte deur en een smalle ladder, ligt de gym. Tussen buizen, ventilatoren en onbekende geluiden staan een paar gewichten en machines. De eerste weken was ik hier fanatiek, maar naarmate de golven hoger worden, blijkt een kilometer rennen of een squat met gewicht toch lastiger dan gedacht. Wat ook niet helpt is ”cheese thirty”, de vaste borrelplank om half drie ’s middags. 

De dagelijkse “Cheese Thirty”-borrelplank met kaas, vleeswaren, crackers en fruit, die aan boord wordt geserveerd.

De dagelijkse borrelplank (foto: NIOZ)

Together with the unlimited amount of chocolate, noodles and chips, this boat is above all a test of self-control. There's also always "bug" juice to be found in the kitchen. The color changes every week, but the taste of the lemonade stays largely the same: very sweet.

Samen met de onbeperkte hoeveelheid chocolade, noedels en chips is deze boot vooral een test voor de zelfbeheersing. Ook is er in de keuken altijd “bug” juice te vinden. De kleur wisselt elke week, maar de smaak van de limonade is grotendeels hetzelfde: heel zoet. 

De scheepsvoorraadkast zit vol met snacks, sauzen en drankjes die de bemanning tijdens de hele expeditie kan gebruiken.

De “mess” met onbeperkte snacks en hoeveelheid sauzen (foto: NIOZ)

De compacte fitnessruimte aan boord van het onderzoeksschip, verscholen tussen leidingen en technische apparatuur.

De sportschool aan boord (foto: NIOZ)

Het meest rare blijft toch wel de wisselende tijden. Zoals ik eerder zei, zijn er dag- en nachtdiensten, die niet altijd overlappen. Zo is er altijd wel iemand aan het slapen en wordt er op elk moment van de dag “good morning” en “good night” gezegd. Nu is het half 6 ’s ochtends en ga ik na mijn shift lekker naar bed. Mijn ontbijt is straks tegelijkertijd andermans diner om 17:00. Tot dan!

Deelnemers aan de expeditie genieten samen van het zonnige weer op het dek van het onderzoeksschip, met de open oceaan op de achtergrond.

Op zonnige dagen kunnen we zonder jas van de zee genieten (foto: NIOZ)

7 juli 2026

Ik heet Jelle en ik ben promovendus aan de Universiteit Utrecht, waar ik oceanografie bestudeer, voornamelijk met behulp van oceaanmodellen. Waarnemingen zijn niet echt mijn ding, en daarom had ik enorm veel geluk dat ik mee mocht op de OSNAP 2026-expeditie. Zo doe ik ervaring op uit de eerste hand over hoe waarnemingen van onze oceaan worden uitgevoerd; die zijn namelijk essentieel om de modellen te verifiëren die we gebruiken om de dynamiek van de oceaan te begrijpen en de toekomst ervan te voorspellen. Waarnemingen van de oceaanstromingen worden niet alleen gedaan met behulp van verankeringsstations, maar ook door een zogenaamde CTD uit te werpen.

CTD staat voor Conductivity, Temperature en Depth. Het is een groot apparaat dat langzaam in de oceaan wordt neergelaten en daarna weer omhoog wordt gehaald. Dit is een CTD-meting. Op elke diepte registreert het zowel de temperatuur als de geleidbaarheid van het omringende water, waarbij die laatste wordt gebruikt om het zoutgehalte van het water te berekenen. Daarnaast wordt op bepaalde dieptes een watermonster genomen en samen met de CTD naar de oppervlakte gebracht.

De CTD wordt bij zonsondergang in de oceaan neergelaten. De grijze flessen verzamelen watermonsters, terwijl de sensoren in het midden de geleidbaarheid en de temperatuur meten. De gele onderdelen zijn ontgrendelingsmechanismen voor testverankeringen.

CTD-lancering bij zonsondergang. De grijze flessen verzamelen watermonsters, de sensoren meten geleidbaarheid en temperatuur, en de gele units zijn testontgrendelingen voor meetboeien (foto: NIOZ)

Ik maak deel uit van de nachtploeg, die verantwoordelijk is voor de metingen tussen 20.00 uur en 04.00 uur. We beginnen met het klaarmaken van de CTD: dat houdt in dat we de geleidbaarheids- en temperatuursensoren met zoet water doorspoelen en de flessen openen. Vervolgens laten we, samen met de lierbediener, de CTD langzaam in het water zakken. Vanaf dat moment daalt hij bijna een uur lang om een diepte van ongeveer 3 km te bereiken.

Een onderzoeker met een fles waarin een monster van diepzeewater zit, dat op een diepte van 2.800 meter bij Groenland is verzameld.

Een flesje water uit de Denmark Strait Overflow: dit water is op 2800 meter diepte bij Groenland bemonsterd (foto: NIOZ)

Daarna trekken we het touw weer binnen. Op bepaalde dieptes schieten we een flesje af, wat betekent dat een flesje wordt afgesloten en er een monster van het omringende water wordt genomen. Deze instructies komen van een ‘commandocentrum’ aan boord, waar de gegevens in realtime worden verzameld. Van hieruit wordt de afdaling naar de bodem in de gaten gehouden, zodat de CTD niet tegen de zeebodem stoot. Zodra de CTD weer aan dek is, vullen we kleine flesjes met deze monsters, die vervolgens naar het lab gaan voor verder onderzoek.

Het commandocentrum van het schip tijdens een CTD-meting, waarop realtime gegevens over de positie, diepte en omstandigheden in de oceaan van de CTD te zien zijn.

Het commandocentrum tijdens een CTD-meting, met realtime gegevens over de zeebodemhoogte, de diepte van de CTD en de huidige meetwaarden. Vooraan staan zoals gewoonlijk koffie en hapjes.

CTD-metingen kunnen best eentonig werk zijn, maar zijn cruciaal voor OSNAP. Ze leveren niet alleen vrijwel direct een diepteprofiel met hoge resolutie van de waterkolom op, maar worden ook gebruikt om de gegevens van de meetboeien te kalibreren. Deze metingen worden bijvoorbeeld in de buurt van de meetboeien uitgevoerd. Zo kunnen we de resultaten van de CTD vergelijken met de metingen van de meetboei om de nauwkeurigheid van de instrumenten van de meetboei te controleren. Op zijn beurt wordt de nauwkeurigheid van de CTD gecontroleerd aan de hand van de monsters die we van diep onder water hebben gehaald. Op die manier kan elke instrumentmeting indirect worden vergeleken met een directe meting van een diepzeewatermonster in het lab, hier aan boord.

Een onderzoeker die op het dek watermonsters neemt met de CTD terwijl het op zee ruw is.

Monsters nemen bij slecht weer kan best lastig zijn... (foto: NIOZ)

3 juli

Door Mathilde Esposito (master student, Utrecht University)

Ik ben Matilde, masterstudent Klimaatfysica aan de Universiteit Utrecht, en dit is mijn eerste keer op zee aan boord van een onderzoeksschip. Ons kleine team bestaat uit Elodie, een postdoc, Jan Dirk, onze technicus, en Reinet en Jelle, beiden promovendi. Samen zijn we verantwoordelijk voor de Nederlandse meetboeien, en de afgelopen week was voor ons de ‘mooringsweek’. We hebben twee van onze verankeringspunten, IC0 en IC1, opgehaald en opnieuw uitgezet. Elk ophalen en uitzetten kost een hele dag zorgvuldig, gecoördineerd werk, waarbij iedereen een specifieke rol heeft en niets toevallig gebeurt.

Tijdens het ophalen bleef ik binnen bij Elodie om de gegevens van elke sensor te downloaden zodra deze uit het water kwam. We kwamen samen in een heel prettig ritme terecht, met zijn tweeën en een stroom aan binnenkomende gegevens, en op een gegeven moment drong het tot me door: zo voelt het om een echte wetenschapper te zijn. Niet de versie uit de boeken, maar de echte, praktische en ietwat chaotische versie.

Een jonge vrouw met een blauwe helm die aan boord van een onderzoeksschip onderzoeksapparatuur vasthoudt en klaarmaakt

Mathilde houdt een Microcat sensor vast (links) en bekijkt de mooring setup (rechts)

Mijn favoriete moment vond echter plaats op het dek tijdens de IC0-inzet. De Microcats, kleine instrumenten die temperatuur en zoutgehalte meten, waren de avond ervoor getest door ze kort in de oceaan te laten zakken, een procedure die CalDip wordt genoemd. Terwijl Jan Dirk en de andere technici druk bezig waren om IC0 weer in het water te laten zakken, werkten Reinet en ik naast hen om de Microcats uit het CalDip-frame te halen en ze klaar te maken voor de IC1-inzet die middag. Omdat we op het Amerikaanse schip R/V Neil Armstrong varen, was de boormachine van het schip niet geschikt voor onze metrische bouten. Dus terwijl Jan Dirk de boormachine van het NIOZ gebruikte om de klus in een paar seconden te klaren, zaten Reinet en ik vast met precies dezelfde taak, maar dan met twee piepkleine moersleutels. Achteraf gezien is het zo’n klein, belachelijk momentje dat je uiteindelijk het beste bijblijft.

Een groep mensen met helmen en veiligheidsschoenen aan is op het dek bezig met het klaarmaken van de verankering om overboord te hijsen

Bezig met de installatie van de ‘Smartie’ verankering

De dag erna hebben we IC1 te water gelaten, en deze keer stonden we met z’n vijven allemaal samen op het dek te kijken hoe de afmeervoorziening die we de dag ervoor hadden voorbereid weer in het water verdween, klaar om de komende twee jaar gegevens te verzamelen. Het heeft iets heel bijzonders om daar te staan met de mensen met wie je hebt samengewerkt, en te zien hoe het resultaat van dat werk uit het zicht zinkt.

Voorbereiding op het dek van een onderzoeksschip van een oranje verankeringsysteem dat in de blauwe oceaan zal worden uitgezet

De ‘Smartie’ wordt klaargemaakt voor gebruik: een boei met een stromingsmeter die de snelheid en richting van de stromingen meet. De bijnaam is te danken aan de grote gelijkenis met het kleurrijke sno

Twee onderzoekers met een helm en veiligheidsvesten op staan naast een grote gele meerpaal en maken aantekeningen

Reinet en Matilde maken notities op het achterdek

24 juni 2026

Door Elodie Duyck

We zijn nu ongeveer een week aan boord van de RV Neil Armstrong en we hebben net de Irminger Zee bereikt. De Irminger Zee bevindt zich ten oosten van Groenland, en we zullen voor het grootste deel van deze expeditie in deze regio werken. In dit eerste blog leg ik meer uit over wat we de komende weken gaan doen. 

We werken nu aan de Ocean Observatory Initiative (OOI) verankeringen, en zetten binnenkort koers naar de OSNAP-array. OSNAP (Overturning in the Subpolar North Atlantic Program) is een internationaal onderzoeksprogramma met als doel om veranderingen in de Atlantic Meridional Overturning Circulation (AMOC) in het subpolaire gebied beter te meten en daardoor beter te begrijpen. De OSNAP-array is een serie verankeringen die loopt van de Canadese kust, via Groenland naar de Schotse kust. Het zijn meer dan 50 verankeringen, die al sinds 2014 meetgegevens verzamelen.

Verankerde instrumenten in oceaanstromingen

Maar wat zijn verankeringen eigenlijk? Verankeringen zijn kabels die vast zitten aan de bodem van de oceaan, en die verticaal in het water worden gehouden door boeien bovenaan de kabel. Ze kunnen wel een paar kilometer diep gaan! Langs deze kabel maken we instrumenten vast die eigenschappen van het water meten op de diepte waar ze aan de kabel zitten. We zijn het meest geïnteresseerd in temperatuur, zoutgehalte, druk en snelheid van het water. Zo is een van de instrumenten die we gebruiken een Acoustic Doppler Current Profiler (ADCP), die de snelheid van water kan meten in een omtrek van 500m. Een ander instrument is de Microcat, die we gebruiken om temperatuur en zoutgehalte van het water te meten. De instrumenten die aan de kabels zitten, slaan alle gegevens zelf op. Om die data te verkrijgen, moeten wij dus de verankering met de instrumenten uit het water omhoog halen.

Data verzamelen, kalibreren, onderhoud plegen en weer uitzetten

Elke twee jaar gaan daarom OSNAP-wetenschappers naar zee om de meetgegevens bij elke locatie van een verankering op te halen. We laten de kabel loskomen van zijn anker op de bodem van de zee, halen hem aan boord en downloaden alle gegevens van elk instrument. Dan geven we ze nog een ‘servicebeurt’: we kalibreren de instrumenten, verwisselen de batterijen, vervangen eventueel verouderde instrumenten. En dan gaat de verankering weer het water in. Dit is een complex proces, dat voor één verankering wel twee dagen kan duren!  

Naast het werk aan de verankeringen doen we ook nog full depth meetingen aan de waterkolom, waarmee we een profiel van de waterkolom kunnen maken. Deze gegevens gebruiken we om de gegevens uit de verankering te kalibreren, en ze geven ons zeer gedetailleerde inzichten in de eigenschappen van het water langs de verankeringsserie. Hier vertellen we je de komende blogs meer over!  Tijdens deze expeditie gaan we aan de slag met de 11 OSNAP-verankeringen die zich op de Mid-Atlantische Rug bevinden: 5 van NIOZ aan de westzijde (in de Irminger Zee), en 6 van onze Amerikaanse collega’s aan de oostzijde van de rug (het IJslands Bassin). Gedurende de zomer zullen onderzoekers op andere schepen hetzelfde doen bij andere delen van de OSNAP-array. 

De gegevens die we verzamelen dit jaar, dragen bij aan een reeks van inmiddels al 12 jaar aan metingen aan oceaanstromingen en variaties in de subpolaire regio. Dit helpt ons om meer inzicht te krijgen hoe verandering in dit gebied van invloed zijn op de AMOC. Gedurende deze vaartocht zullen we updates sturen om je meer te vertellen over het proces om een verankering uit te zetten, de instrumenten die we gebruiken, maar ook ons leven aan boord van een onderzoeksschip.
 

Schema van het OSNAP-netwerk met daarin de oceaanstromingen en meetnetwerken in de Noord-Atlantische Oceaan, aangegeven op diepte en locatie: 53°N, West-/Oost-Groenland, de Mid-Atlantische Rug en de oostelijke grens.

Schematische weergave van de OSNAP-array. De verankeringen die we ophalen tijdens deze expeditie bevinden zich op de west- en oostflank van de Mid-Atlantische Rug (afbeelding: www.o-snap.org)

Hoe ziet een verankering eruit?

Hieronder een schematische weergave van de NIOZ-verankeringen die we gaan ophalen, met daarnaast foto’s van de verschillende onderdelen. Op de foto’s zie je onder andere de boeien die bovenaan de kabel drijven, verschillende instrumenten die aan de kabel kunnen zitten zoals een ADCP en Microcats, en het anker van de kabel. Foto’s door Nora Fried en Elodie Duyck.

Een verankering en alle onderdelen daarvan: links een schematische weergave, rechts foto’s van de verschillende onderdelen.

Schematische weergave en foto’s van de onderdelen van een verankering (foto’s: Elodie Duyck en Nora Fried)