Een drieluik van Griend

Uitgestrekt strand op Griend met goudkleurig helmgras in het warme avondlicht en wolken boven de horizon.

Het strand van Griend (foto: Mette de Boer)

Op Griend is het een komen en gaan van tijdelijke bezoekers. Zo brengen migrerende steltlopers er slechts een aantal weken per jaar tijd door op weg naar hun broed- en overwinteringsgebieden, vinden jonge garnaaltjes er hun kraamkamer voordat ze naar diepere wateren verhuizen en verblijven mensen er een korte periode voor onderzoek, onderhoud, of monitoring. Ik had dit jaar het geluk tot drie keer toe te gast te zijn op het eiland en mij samen met andere onderzoekers en studenten te verdiepen in de wereld van de vogels en garnalen. Mijn naam is Nienke Zwaferink, student-assistent bij het NIOZ (Nederlands Instituut der Zeeonderzoek) en in deze blog beschrijf ik het reilen en zeilen van drie expedities naar Griend in augustus 2026. 

Deel 1: Garnalen 

de Waddenzee vormen garnalen een belangrijke voedselbron voor verschillende steltlopers. Voor drieteenstrandlopers blijken ze zelfs de belangrijkste prooi, maar ook bonte strandlopers en tureluurs jagen op deze kleine kreeftachtigen. Wie wel eens een garnaal heeft geprobeerd te vangen, weet dat deze kleine, beweeglijke dieren zich niet zomaar laten pakken. Emma Penning, onderzoeker aan het NIOZ, liet zich niet voor een gat vangen. Ze ontwierp een vernuftige methode om deze vluchtige diertjes toch te kunnen bemonsteren en verzamelde daarmee door de jaren heen een schat aan gegevens. In een recent verschenen artikel liet ze zien dat garnalen een hoge plaatsgetrouwheid hebben op het wad rond Griend. Dat is goed nieuws voor vogels: als garnalen steeds op dezelfde plekken terugkeren, weten steltlopers beter waar ze hun prooi kunnen vinden. Na drie jaar op rij als vrijwilliger aan deze expeditie te hebben deelgenomen, leid ik dit jaar zelf het bemonsteringsveldwerk.

Een bijzondere methode

Begin augustus zet ik samen met vijf andere biologen koers naar Griend, een uitgelezen plek voor dit veldwerk. Er is weinig menselijke verstoring, zowel voor de garnalen als voor hun predatoren: de vogels. Wie onze bagage had geïnspecteerd, zou misschien een wenkbrauw hebben opgetrokken en zich hebben afgevraagd: wat moet je met een stalen frame aan een touw en een uitschuifbare stok waarmee je normaal gesproken de tuin zou sproeien? Na aankomst op het eiland leg ik uit hoe deze bijzondere combinatie van voorwerpen gebruikt wordt. Door de stok met een touw aan het frame te bevestigen, ontstaat een soort hengel. Die hengel zullen we in tweetallen mee het wad op nemen, waar we met behulp van een GPS de bemonsteringspunten opzoeken. Daar aangekomen neemt één persoon de uitgeschoven stok met het frame ter hand en slingert het frame het wad op. Dat is nog een kunst op zich: je moet snel handelen én het frame een zachte landing laten maken, zodat de garnalen er niet onderuit kunnen glippen door een stuiterende beweging. Terwijl de ene persoon van het tweetal de tijd noteert en in de rugzak op zoek gaat naar een potje en een label met de locatiegegevens, schept de ander met een hybride schep/zeef het bovenste laagje wad uit het frame. Dit wordt vervolgens in een nabijgelegen plasje water gezeefd. Wat er in de zeef achterblijft, verschilt sterk per locatie. Soms treffen we een massa kokkels, apenhaar (een type zeewier) of kokerwormpjes aan, terwijl er op andere plekken nauwelijks iets achterblijft. Ook de aanwezigheid van de dieren waarin we geïnteresseerd zijn — garnalen — is wisselend. Toch blijft het iedere keer weer een kleine verrassing om een bruine garnaal (Crangon crangon) ter grootte van onze pink aan te treffen en aan het monster toe te voegen. 

Femke Vermeulen loopt over het wad en draagt met een lange stok een metalen bemonsteringsapparaat voor garnalen.

Femke Vermeulen brengt de methode voor het garnalen bemonsteren in praktijk (foto: Lucas Norrie)

Een productieve week

Na de uitleg zijn we klaar om de methode in de praktijk te brengen op 163 punten op het wad rond Griend. De bemonsteringslocaties liggen 500 meter van elkaar, dus wie snel rekent, komt er al gauw achter dat er flink wat stappen gezet moesten worden. Gelukkig hebben we vijf dagen voor dit veldwerk. In theorie precies genoeg, mits het getij goed uitvalt, het weer meezit en ook de fysieke toestand van de bemonsteraars het toelaat. Alle omstandigheden — met uitzondering van de blaren, maar die werden gecompenseerd door een sterk karakter — zitten dit jaar mee! Hoogtepunten, zoals een wadplaat vol zeehonden, prachtige zonsondergangen en een hemel vol sterren, wisselen zich af met dieptepunten: blaren op blaren, diepe geulen in het wad en het gebrek aan een warme douche na een inspannende werkdag. Waar het precies aan ligt, blijft onduidelijk, maar we schieten met lichtsnelheid over het wad. We zijn niet te stoppen! In de loop van de dagen groeit de stapel potjes met monsters minstens zo snel als het laagje zout en zand op onze huid. Nadat we 110 locaties, verdeeld over vier periodes van laagwater, succesvol hebben bemonsterd, begint het ons te dagen: we blijken helemaal geen vijf dagen nodig te hebben om het werk te voltooien. Nog één dag aanpoten is voldoende. We steken diezelfde dag onze zere voeten in de wadschoentjes en trekken er voor de laatste keer op uit. Gigantische zwermen vogels tegen een prachtige oranjeroze hemel vergezellen op de terugweg naar het eiland. We werpen een laatste blik op de immense schoonheid om ons heen, voordat we de volgende dag allemaal weer in ons vertrouwde huis zullen slapen. Gek genoeg zijn de zere voeten daar plotseling geen last meer, maar een herinnering aan een gezellige en productieve tijd op het uitzonderlijk mooie Griend.

Een persoon met een rugzak loopt tijdens zonsondergang met een groot schepnet door ondiep water op het wad. De persoon en de oranje zon weerspiegelen in het water.

Zonsondergang op de laatste avond van de bemonstering (foto: Nienke Zwaferink)

Deel twee – Vogels 

Voor de tweede trip naar Griend gaan we een stap omhoog in de voedselketen: waar tijdens de eerste expeditie de garnalen de show stalen, is het nu tijd voor hun predatoren: de vogels. Ook dit was een week om te herinneren. Letterlijk, zo blijkt weken later, want tijdens het schrijven van dit blog vind ik nog steeds veertjes terug in mijn sokken, mijn tas en het toetsenbord van mijn laptop. 

Een lang vangnet voor steltlopers wordt tussen hoge palen opgesteld in een open duingebied onder een wolkenlucht.

De netten worden opgezet om steltlopers te vangen (foto: Hans Linssen)

Geen werkdag van 9 tot 5

De periode rond nieuwe maan in augustus wordt door de vogelonderzoekers van het NIOZ al maanden van tevoren vrijgehouden. Alleen in deze donkerste nachten kunnen vogels een mistnet gemakkelijk over het hoofd zien en er onverhoeds in belanden. Tijdens deze expeditie stuurt Allert Bijleveld, onderzoeksleider gedragsecologie verbonden aan het NIOZ, een team van 16 mensen aan, onder wie doorgewinterde onderzoekers die al jarenlang vogels bestuderen. Tussen hen lopen ook een paar groentjes rond, zoals ik. Voor mij is dit namelijk de eerste keer dat ik mee ga vogels vangen op Griend! Ons gezelschap overnacht op platbodem de Ideaal die in een geul vlak bij het eiland ligt. Zodra de schemering begint te vallen, is het tijd om ons klaar te maken voor “de werkdag”. Met kleine bootjes varen we vanaf het schip naar Griend, waar we ons stilletjes in de duinen opstellen. Eerder die dag zijn de netten rondom het eiland al opgebouwd en opengezet. Nu is het dus alleen nog wachten op de vogels. Met de nachtkijker (een verrekijker die het restlicht van de maan en sterren omzet in elektronen, waardoor de duisternis ineens zichtbaar wordt) houden we de netten nauwlettend in de gaten. Zodra er een seintje wordt gegeven, is het voor mij tijd om een kratje gevuld met hennepstrooisel te grijpen en in de benen te komen. Wie daarvoor bevoegd is, haalt de vogels voorzichtig uit de netten. De kratjesdragers staan ondertussen klaar: zij openen het deksel en maken alvast een mentale notitie van de hoeveelheid en soorten vogels die zich in het krat bevinden. En zo herhaalt het proces zich tot diep in de kleine uurtjes. Kratjes naar het net dragen, de vogels eruit halen, wachten, enzoverder. Uiteindelijk verzamelen we ons op het strand om met de volle kratten samen naar de bootjes terug te lopen. Voor me zie ik de silhouetten van de anderen voortbewegen. Net als ik zijn ze voorzichtig met de vogels, maar proberen ze tegelijkertijd flink door te lopen om niet door het opkomende tij te worden ingehaald. 

Vijf onderzoekers staan in ondiep water en brengen grote visnetten in gereedheid voor de nachtelijke vangst.

De netten worden in gereedheid gebracht voor de vangst van die nacht (foto: Hans Linssen)

Een uniek inkijkje

Na een paar uurtjes slaap beginnen we ’s ochtends vroeg meteen (toegegeven, na een kopje koffie) met het verwerken van de vogels. Dat betekent meten, wegen en een unieke ringcombinatie om de pootjes aanbrengen. Een deel van hen krijgt ook nog een klein zendertje opgeplakt, waarmee we hun exacte locaties binnen de Waddenzee kunnen volgen. Deze vogels leveren daarmee schat aan informatie op zijn voor iedereen live te volgen via de website van WATLAS (https://maps.nioz.nl/watlas/

Opens in a new tab). Door beter te begrijpen hoe vogels de Waddenzee gebruiken, kunnen er goed onderbouwde keuzes voor het natuurbeheer gemaakt worden. Zo kunnen we de bewegingen van vogels bijvoorbeeld koppelen aan gegevens uit het SIBES-project, waarmee jaarlijks de bodemfauna van de droogvallende wadplaten in kaart gebracht wordt. Daarmee kan achterhaalt worden welke plekken vogels graag gebruiken om hun prooi te zoeken. Beleidsmakers en beheerders kunnen de informatie van WATLAS en SIBES gebruiken om te beoordelen welke gebieden belangrijk zijn en in sommige gevallen de keuze maken om deze te sluiten voor menselijke bezoekers. Ruimte en rust zijn namelijk ontzettend belangrijk voor de vogels op het wad: dit stelt ze in staat voldoende voedsel te vinden, uit te rusten en zich, in het geval van trekvogels, voor te bereiden op hun lange reis. Bovenop het WATLAS-project zijn er recent GPS-zenders ingezet, waarmee vogels niet alleen binnen de Waddenzee, maar gedurende hun volledige migratie gevolgd kunnen worden: van zuidelijk Afrika tot hoog in de Arctische toendra. Deze vogels zijn te volgen op www.globalflywaynetwork.org
Opens in a new tab
. De informatie die deze zenders opleveren, vormt weer een nieuw puzzelstukje in ons begrip van de ecologie van de enigmatische steltlopers.
Kaart van Griend en de omliggende Waddenzee met gekleurde vogelsymbolen die de locaties van verschillende gezenderde vogelsoorten weergeven.

Weergave van de met vogels met een WATLAS-zender rond Griend op een willekeurig moment (https://maps.nioz.nl/watlas/) (afbeelding: NIOZ)

Het leven aan dek

Tijdens het verwerken van de vogels op het schip wordt mij de eervolle taak toebedeeld om samen met onderzoeker Theunis Piersma de bonte strandlopers op te meten en van ringen te voorzien. Van deze kleine vogeltjes zijn er nogal wat gevangen, waardoor Theunis en ik wel even bezig zijn. Dankzij zijn lange staat van dienst als vogelonderzoeker kan Theunis honderduit kletsen terwijl hij de vogeltjes voorzichtig hanteert. Zo krijg ik naast een stortvloed aan meetgegevens ook nog eens een hele verzameling prachtige verhalen uit zijn werkzame leven voorgeschoteld. Hoewel de lange dagen hun tol eisen, is de sfeer op het schip er niet minder om. Zo staan we tijdens de langverwachte zonsverduistering met z’n allen op het dek om deze te aanschouwen, veiligheidshalve gewapend met één enkele eclipsbril — die netjes wordt doorgegeven — en twee lashelmen, die minstens zo effectief blijken tegen het verblindende licht. Ook hebben we gezellige buren. Pal naast het schip waarin we slapen, eten en werken, ligt het woonschip van Anne en Anita, die allebei bij het NIOZ werken en samen met hun kinderen deelnemen aan de vangtrip. Samen met promovenda Evy Gobbens kan ik in de verloren uurtjes heerlijk kletsen op het dek, met uitzicht op Griend. Tegelijkertijd weten we maar al te goed dat het verstandig is om nog een paar uurtjes slaap mee te pakken voordat we opnieuw een gebroken nacht ingaan… Zo vliegen de dagen voorbij en is het, voor we het weten, na een succesvolle vangweek alweer tijd om terug naar Texel te varen. Maar niet voor lang…

Een groep mensen zit ontspannen bij elkaar op het dek van zeilschip De Ideaal in het warme licht van de ondergaande zon.

Een avond aan dek van het schip “de Ideaal” (foto: Hans Linssen)

Deel drie – Vogels reprise

Het derde en laatste verblijf op Griend draait opnieuw om vogels, maar dit keer bestuderen we ze van een afstandje. Samen met Job ten Horn, senior onderzoeksassistent bij het NIOZ, ga ik het wad op met een telescoop en een krukje. Onze missie: zoveel mogelijk geringde vogels vinden en aflezen. De ogenschijnlijk kleine ringetjes kunnen namelijk een verrassend groot verhaal vertellen.

Een grote groep kanoeten staat verspreid over het wad, bekeken door een verrekijker die op de voorgrond zichtbaar is.

Aen grote groep kanoeten op een mooie afstand om de kleurringen goed af te kunnen lezen (foto: Nienke Zwaferink)

Nog meer vogels

Nadat het grootste deel van het vangteam weer naar huis is vertrokken, blijft een select clubje over om metingen te doen aan de kanoeten die de dagen ervoor zijn gevangen. Dit houdt in dat onderzoekers de vogels in een soort tent  (de ‘unit’) worden loslaten, waarna ze hun gedrag gedurende tien minuten filmen. Er is namelijk gebleken dat kanoeten onderling verschillen in hun mate van explorativiteit, oftewel verkennend gedrag. Nadat de vogels aan de exploratiemetingen zijn onderworpen, worden ze met een zendertje weer vrijgelaten. Zo kan het gedrag in de unit worden vergeleken met het gedrag dat hetzelfde dier in het wild vertoont. Het gedrag dat kanoeten binnen de 4 vierkante meter van de unit laat zien, komt namelijk overeen met migratiepatronen op wereldschaal. De exploratieve vogels zijn langer onderweg tijdens hun migratie dan de niet-exploratieve vogels. Onderzoekers bij het NIOZ hopen aan de hand van de exploratiemetingen een scala aan vragen te beantwoorden: Waar komen de verschillen in migratieduur vandaan? Waarom verschillen vogels überhaupt? Wat al bekend is uit eerder onderzoek, is dat exploratieve vogels goed zijn in het vinden van voedsel en de niet-exploratieve vogels dit kunnen uitbuiten. Er zijn zelfs aanwijzingen dat, door de variatie in exploratiegedrag, de groep als geheel zich sneller aan kan passen aan de veranderende omstandigheden, zoals het klimaat en voedselbeschikbaarheid. 

Het huisje van Griend staat in de verte te midden van uitgestrekte kweldervegetatie, met zeealsem op de voorgrond en vogels in de lucht.

Het huisje op Griend met op de voorgrond heerlijk geurende zeealsem (foto: Nienke Zwaferink)

Speuren naar kleurrijke pootjes

Terwijl er op Griend nog altijd hard gewerkt wordt, vergezel ik schipper Wim-Jan voor de laatste keer aan boord. Daar aangekomen klimmen de bijna alle overgebleven onderzoekers aan boord om weer terug naar Texel te varen. Zelf spring ik met mijn bepakking en een verse lading boodschappen in de rubberboot om samen met Job, de laatste der Griender Mohikanen, naar het eilandje te varen. Meteen bij aankomst bespreken we een plan van aanpak voor het doel van ons verblijf: de kleurringen steltlopers aflezen. In de dagen die volgen, gaan we bij laagwater, gewapend met een telescoop en een krukje, het wad op. Daar beginnen we afzonderlijk van elkaar de speurtocht naar groepen vogels en, specifieker, individuen met ringen om hun poten. Zodra we zo’n vogel in het vizier hebben, leggen we de unieke kleurencombinatie vast: Job doet dit via een voicerecorder, ik in mijn notitieboekje. Deze zoektocht herhaalt zich tot het opkomende tij ons weer richting het eiland stuwt. We focussen ons vooral op kanoeten en rosse grutto’s, de hoofdsoorten voor dit type onderzoek. Door individuele vogels over langere tijd te volgen aan de hand van hun ringen, kunnen onderzoekers meer te weten komen over de demografie van een populatie. Zo kunnen terugmeldingen inzicht geven in de overleving en gemiddelde levensduur van vogels. Daarnaast vertellen de plekken waar geringde vogels worden gezien veel over hun trekgedrag. Door waarnemingen uit verschillende gebieden en jaren met elkaar te combineren, ontstaat een beeld van de routes die vogels afleggen en de gebieden die ze onderweg gebruiken. 

Een groep kanoeten foerageert in ondiep water; de voorste vogel links draagt een gele ring met vlag om de linkerpoot.

Een groep kanoeten door de telescoop gefotografeerd. De meest linker vogel heeft een gele ring met vlag om zijn linkerpoot (foto: Nienke Zwaferink)

Een archief vol vogelverhalen

Door de inspanningen van onderzoekers en natuurliefhebbers worden geringde vogels op tal van plekken langs hun migratieroutes teruggevonden en hun unieke combinatie van kleurringen afgelezen. Als beheerder van de database van grutto’s en kanoeten ontvangt Job de waarnemingen van geringde individuen van deze soorten. Zo heeft hij in de loop der jaren een enorm archief opgebouwd, waarmee de levensgeschiedenis van talloze vogels kan worden gevolgd, vanaf het moment van ringen tot aan de meest recente waarneming. Na de lange dagen op het wad voegen we achter de laptop de waarnemingen van die dag toe aan dat archief. Ik ben pas kort geleden begonnen met het aflezen van ringen, maar vanaf de eerste keer dat ik de levensgeschiedenis van een vogel doornam, was ik gegrepen. Via de ringen vertellen de vogels ons namelijk fantastische verhalen over hun verre reizen. Zo blijkt een van de kanoeten die ik observeer in de zomer van 2024 op Schiermonnikoog te zijn geringd. Diezelfde winter wordt hij teruggemeld op De Richel, een zandplaat in de Waddenzee, om een jaar later helemaal in Mauritanië op te duiken! En nu, weer een jaar verder, zit diezelfde vogel, indrukwekkend genoeg, opnieuw pal voor mijn neus in de Nederlandse Waddenzee. Verder zien we andere vogels die voor het laatst in hun overwinteringsgebieden in Mauritanië of Guinee-Bissau zijn geregistreerd, vogels die kort geleden nog in fjorden in het noorden van Noorwegen zijn afgelezen en dieren die al op talloze plekken zijn waargenomen, maar tijdens hun migratie ieder jaar opnieuw een tussenstop op Griend maken. Dat een relatief klein dier zulke indrukwekkende afstanden weet af te leggen, blijft enorm tot mijn verbeelding spreken. 

Grote groepen kustvogels staan in ondiep water en op een zandbank rond een rij houten palen in zee.

“De palenrij” ten zuiden van het eiland, waar soorten als scholeksters, rosse grutto’s, steenlopers en drieteenstrandlopers zich graag ophouden tijdens hoogwater (foto: Nienke Zwaferink)

Reuring op het wad

Door het repetitieve werk lijken de dagen op het wad langzaam in elkaar over te vloeien. Regenbuien en donkere wolken wisselen zich af met heldere luchten en felle zonnestralen, die door de reflectie van het wad de lucht snel doen opwarmen. Het volgen van de groepen vogels is een behoorlijk uitdagende bezigheid. Naarmate het tij verder zakt, komt er steeds meer ruimte voor de vogels beschikbaar om neer te strijken, waar ze dankbaar gebruik van maken. Meerdere keren heb ik me net op mijn krukje geïnstalleerd om bij de eerste blik door mijn telescoop een volledig leeg beeld aan te treffen. Tegelijkertijd werpt zich een donkere schaduw over me heen. Als ik opkijk zie ik een wolk vogels in de verte verdwijnen, als één bewegende massa die de prachtigste patronen in de lucht vormt. Vaak kan ik de onrust in een groep niet direct verklaren, maar andere keren geeft een laag overvliegende helikopter of een laagvliegende roofvogel een duidelijke oorzaak voor de verstoring.

Een grote groep kanoeten staat verspreid over het wad, bekeken door een verrekijker die op de voorgrond zichtbaar is.

Aen grote groep kanoeten op een mooie afstand om de kleurringen goed af te kunnen lezen (foto: Nienke Zwaferink)

Afscheid van Griend

Job en ik lezen in vijf dagen tijd zo’n duizend kleurringcombinaties af. Hoewel ik het moordende tempo waarop Job dit al jarenlang doet zelfs niet bij benadering kan bijhouden, kunnen we erg tevreden zijn over het resultaat van onze gezamenlijke inspanning. Ook de overgang van de seizoenen wordt deze week al duidelijk op Griend. De dazen met hun pijnlijke beten zijn zo goed als verdwenen, de dagen worden korter en killer en het enige bosje op het eiland vult zich met doortrekkende zangvogels. Terwijl de herfst langzaam zijn intrede doet, is het voor ons weer tijd om het eiland te verlaten. Vanaf het schip kijk ik hoe het huisje langzaam kleiner wordt, totdat het uiteindelijk niet meer is dan een speldenknopje aan de horizon. Mijn gedachten zijn bij de dieren die ik de afgelopen weken heb mogen bestuderen. Waar zullen de geringde vogels de volgende keer opduiken? Hoeveel nakomelingen zullen de garnalen voortbrengen, en waar zullen die zich volgende zomer op het wad bevinden? En wat zal dit betekenen voor het voedselaanbod voor de kleine drieteenstrandlopers, die zich voorbereiden op hun verre reis naar het zuiden van Afrika? Griend verdwijnt achter de horizon, maar de verhalen van zijn bewoners reizen mee met de seizoenen, de getijden en de verre windstreken.

Een persoon zit op het strand en kijkt naar een feloranje zonsondergang boven de Waddenzee, met donkere wolken aan de hemel.

Genieten van een spectaculaire zonsondergang (foto: Mette de Boer)