Visserij buiten windpark is geen trekpleister voor kleine mantelmeeuwen

Een meeuw die over de zee vliegt

Een kleine mantelmeeuw (foto: Roos Kentie/NIOZ)

Kleine mantelmeeuwen uit de kolonie op Neeltje Jans blijken het windpark voor de Zeeuwse kust te mijden, behalve sommige mannetjes. NIOZ-ecoloog Roos Kentie en collega’s vermoedden dat dit komt doordat buiten het park vissers zijn die bijvangst overboord gooien. Dit bleek niet het geval: ook in het weekend, als er weinig wordt gevist, bezoeken de vogels het windpark weinig. Ze publiceerden hun bevindingen in Journal of Animal Ecology. “Waarom de meeuwen dan toch het windpark mijden, fascineert me mateloos."

Roos Kentie voorzag 58 kleine mantelmeeuwen (Larus fuscus) van GPS-zenders om te kijken of en wanneer zij het windpark voor de Zeeuwse kust in gingen. Ze wilde weten of deze vogels het windpark aantrekkelijk vonden of het juist vermeden. Zowel voor, tijdens als na het broedseizoen bleken ze zich vaker rondom visserijschepen op te houden dan in het windpark waar visserij niet mag. Begrijpelijk: bij vissersschepen kunnen ze de teruggegooide bijvangst opeten.

Elke meeuw zijn eigen gewoonten

Maar er zat nogal wat verschil tussen individuen. Sommige mannetjes gingen tijdens en na het broedseizoen juist graag het windpark in. ‘Mannetjes zijn sowieso vaker op zee dan vrouwtjes, die meer op land naar voedsel zoeken’, zegt Kentie. ‘Maar ook per individu hebben ze hun eigen gewoonten, superinteressant. Er is een Texelse meeuw bekend die dagelijks op en neer vliegt naar Amsterdam. En een meeuw die op de Maasvlakte broedt en elke dag naar Utrecht gaat. Afstanden van zo’n honderd kilometer enkele reis.’

Geen idee waarom

Kentie, die samenwerkte met ecologen van Waardenburg Ecology

Opens in a new tab, het Vlaamse INBO
Opens in a new tab
IBED
Opens in a new tab
van de Universiteit van Amsterdam, Deltamilieu Projecten
Opens in a new tab
en Buijs Eco Consult
Opens in a new tab
, vroeg zich af of het meer of minder aangetrokken worden door het windpark samenhing met visserij buiten het park. ‘Met de website Global Fishing Watch kun je zien waar en wanneer wordt gevist. Wij koppelden onze data hieraan.’ 

Ze had verwacht dat het gedrag van de meeuwen eenvoudig te verklaren zou zijn met de visserijgegevens. Op weekenddagen wordt veel minder gevist dan doordeweeks. Kentie: ‘Als er geen aanzuigende kracht van de vissersschepen is, dan zouden er vast meer meeuwen het park in vliegen. Maar dat deden ze niet. Er is iets waardoor ze ook in het weekend liever niet de windparken in gaan. Geen idee waarom, het fascineert me enorm.’ 

Een meeuw die op een betonblok landt. Op zijn rug zit een klein zwart kastje met een antenne die eruit steekt.

Een kleine mantelmeeuw met een gps-tracker op zijn rug (foto: Mayro Pattikawa/Deltamilieu)

Aanvaringsmodellen realistischer maken

Windparken op zee vormen een risico voor zeevogels. Enerzijds zijn ze juist aantrekkelijk omdat hier niet gevist mag worden en sommige vissen er ruim aanwezig zijn. Anderzijds vormen de draaiende wieken een risico. Sommige soorten mijden de parken – dan betekent zo’n uitgestrekt park dat er een hap uit hun foerageergebied verdwijnt.

Financiers van het onderzoek zijn windparkeigenaar Eneco en Rijkswaterstaat, verantwoordelijk voor onderzoek naar de effecten van wind op zee. Zij willen de Collision Risk Models realistischer maken: modellen die schatten hoeveel vogels van verschillende soorten in de wieken van windmolens vliegen. Kentie: ‘We weten nog steeds niet goed hoeveel aanvaringen er zijn op zee. Op het land kun je de lijken vinden, op zee niet. En met camera’s zie je niet goed wat er ’s nachts gebeurt of bij slecht weer.’ 

Relatief veel risico

Op basis van tellingen van aanvaringslachtoffers op land en kennis over hun gedrag lopen kleine mantelmeeuwen relatief veel risico, net als zilvermeeuwen en grote mantelmeeuwen. ‘Dat komt bijvoorbeeld door de hoogte waarop ze vliegen, namelijk op de hoogte van de rotors. Aan de ene kant zijn ze wel heel wendbaar, op de veerboot naar Texel zie je ze soms heel handig brood uit de lucht vangen. Maar als ze naar beneden kijken om vis te zoeken, kunnen ze niet zien wat er voor ze gebeurt.’

Wetenschappelijke publicatie

Kentie en collega’s publiceerden hun onderzoek 9 juni in het Journal of Animal Ecology. Ze gebruikten een interessante methode om de locaties van de kleine mantelmeeuwen te analyseren: Step Selection Analyses. ‘Dat is een mooi statistisch model dat de locaties vergelijkt waar de meeuw het volgende moment kan zijn met waar die daadwerkelijk heen ging. Stel dat er 50 procent kans is dat een meeuw de volgende GPS-locatie vanuit het windpark zal geven, de volgende ‘stap’ dus, maar dat nul procent dat doet en telkens weer, dan wordt het windpark duidelijk vermeden.’

Nog gedetailleerder

Dit zenderonderzoek laat niet zien wat een meeuw doet – je ziet alleen elke twintig minuten waar hij is. ‘We weten niet of ze bijvoorbeeld rustten op de voet van een windmolen of zochten naar voedsel, of er alleen doorheen vlogen.’ Samen met sterns en aalscholvers zijn meeuwen de enige zeevogels die in Nederland broeden, Kentie kan niet wachten om nog gedetailleerder onderzoek te doen naar deze fascinerende vogels die zowel in de stad als op zee helemaal thuis zijn.