'Trek geen overhaaste conclusies over mismatches in de natuur'

Een kleine strandloper (Calidris minuta) staat tijdens het broedseizoen op een rotspunt in de arctische toendra. De met sneeuw bedekte bergen vervagen naar de achtergrond terwijl de vogel de wacht houdt in de buurt van zijn broedplaats.

Een kleine strandloper (Calidris minuta) die op het nest zit. Taymir, Groot Arctisch Staatsnatuurreservaat, in de buurt van de Knipovich-baai (foto: Mikhail Zhemchuzhnikov)

Klimaatverandering kan het verschijnen van insecten in noordelijke landen in het vroege voorjaar vervroegen. Broedvogels die vanuit het zuiden aankomen, kunnen hierdoor te laat komen om van de insectenpiek te profiteren, als ze hun reisschema's niet aanpassen aan de nieuwe situatie. Maar Misha Zhemchuzhnikov, ecoloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) waarschuwt zijn collega-onderzoekers niet te snel conclusies te trekken over dat soort potentiële mismatches in de natuur. "Alleen als je goed kijkt naar de biomassa van het belangrijkste prooidier van een vogelsoort, in plaats van naar de totale biomassa van insecten die uit de smeltende bodem kruipen van de toendra in Taimyr, in het noorden van Rusland, krijg je een beter begrip van deze mismatches." Zhemchuzhnikov verdedigde zijn proefschrift over relaties tussen vogels en insecten in Noord-Rusland en Groenland op 5 maart aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Steltlopers zijn generalisten met een voorkeur

De zogeheten ‘trofische’ match of mismatch tussen vogels en hun prooi is geen eenvoudige optelsom, concludeert Zhemchuzhnikov. "We hebben niet alleen betrouwbare gegevens nodig over de totale massa van insecten in relatie tot de datum waarop de sneeuw smelt, we moeten ook beter kijken naar specifieke insectensoorten."

Kuikens van steltlopers zoals de kanoet zijn 'omnivoor' als het gaat om bepaalde soorten insecten. Maar toen Zhemchuzhnikov naar het DNA van insecten keek dat hij in de uitwerpselen van de vogeltjes vond, zag hij dat ze wel degelijk hun voorkeuren hebben. "Ja, ze kunnen bijna elk insect eten, maar in het dagelijks leven op de toendra geven ze de voorkeur aan langpootmuggen", zag Zhemchuzhnikov.

Daarom is het belangrijk om te kijken naar de specifieke aantallen en biomassa van de favoriete prooien van de vogels. "Kijken naar 'slechts' algemene aantallen insecten of 'slechts' biomassa kan een misleidend beeld geven", waarschuwt Zhemchuzhnikov. "Op basis van de langetermijnmonitoring in de buurt van het onderzoeksstation Zackenberg weten we bijvoorbeeld dat aantallen en biomassa niet altijd synchroon lopen. Dit kan leiden tot verschillende conclusies over de trofische mismatches".

Een rode kanoet (Calidris canutus islandica) staat op een rotspunt in zijn broedgebied in het Noordpoolgebied. Besneeuwde bergen vormen een wazige achtergrond achter de vogel in zijn broedkleed.

Kanoet(Calidris canutus islandica) in het broedgebied (foto: Misha Zhemchuzhnikov)

Valkuilen

Zhemchuzhnikov raadt aan om op een gestandaardiseerde manier veldproeven op te zetten, waarbij potjes in de grond, als een soort valkuiltjes worden gebruikt om insecten op de toendra te vangen, tellen en wegen. "Met de felle kleuren van deze potjes kan je ook vliegende insecten vangen, de bestuivers van de Arctische bloemen", weet Zhemchuzhnikov. "Maar het vergt veel wetenschappelijk doorzettingsvermogen om op de lange termijn goede conclusies te kunnen trekken."

Links: Onderzoeker Misha Zhemchuzhnikov staat tijdens veldwerk in de Arctische toendra, met een verrekijker in de hand terwijl hij onder een bewolkte hemel het landschap afspeurt. Rechts: Een gele valkuil met gevangen geleedpotigen wordt in de vegetatie van de Arctische toendra geplaatst als onderdeel van een onderzoek naar geleedpotigen.

Links: Misha Zhemchuzhnikov tijdens het veldwerk in het Noordpoolgebied. Rechts: De valkuilmethode voor het monitoren van geleedpotigen (foto’s: NIOZ)

Sporen in veren

Helaas zijn er geen dieetgegevens uit Siberië die in het verleden zijn verzameld. "Maar", zegt Zhemchuzhnikov, "er is een alternatieve manier om terug te gaan in de tijd en tóch een idee te krijgen over de samenstelling van het dieet. We weten dat de chemische vingerafdruk die specifieke insectensoorten in vogels achterlaten, ook in veren te vinden is. En gelukkig hebben we een enorme hoeveelheid van deze veren van jonge vogels, die tientallen jarenlang verzameld zijn op hun overwinteringsplaatsen. Daarom werken we aan een methode waarmee we het dieet van de vogels kunnen achterhalen door de veren te analyseren die werden gevormd tijdens hun groei in de broedgebieden."

Een expeditiekamp in de Arctische toendra van het Great Arctic State Nature Reserve, bestaande uit een aantal veldtenten en onderzoeksapparatuur. Het kamp kijkt uit over de kustvlakte van de Knipovich-baai onder een bewolkte hemel.

Expeditiekamp. Taymir, Groot Arctisch Staatsnatuurreservaat, gebied rond de Knipovich-baai. 2018 (foto: Mikhail Zhemchuzhnikov)