Het karakter van een kanoet wordt gevormd in het eerste levensjaar

view from on board

In elke groep kanoetstrandlopers vertonen de afzonderlijke individuen een opmerkelijke verscheidenheid aan verschillende karaktereigenschappen. Vogels met een verkennend karakter zijn gemotiveerd om hun omgeving te verkennen en trekken er graag op uit naar onbekende gebieden. Vogels met een inactief karakter daarentegen blijven liever in bekend gebied. Interessant is dat de vogels niet lijken uit te komen met een vooraf bepaald karakter. Hun karakter ontwikkelt zich pas later, in het eerste levensjaar, als gevolg van hun ervaringen in de Waddenzee. Selin Ersoy en haar collega’s kwamen tot deze conclusie in een recent gepubliceerd artikel in het tijdschrift Animal Behaviour.

Adult knot searching for food on the mud flats of the Wadden Sea. Credits: Benjamin Gnep.

Adult knot searching for food on the mud flats of the Wadden Sea. Credits: Benjamin Gnep.

Automatische karaktertest

Voor hun onderzoek maakten Ersoy en collega’s gebruik van een ‘automatische karaktermeting’ van zowel oudere vogels als jonge kanoeten die vers van de toendra voor de eerste keer in de Waddenzee arriveerden. Wanneer een vogel wordt gevangen en heel even in een soort tipi-tentje wordt gezet met een aantal bakken met zand daarin, kan een camera in de top van de tent registreren wat de vogels vervolgens doen. Een computeralgoritme bepaalt vervolgens het karakter van de vogels. Exploratieve types leggen binnen 20 minuten in het tentje makkelijk 200 meter af, terwijl ze van de ene bak naar de andere hippen om te zien of daar wat te eten in zit. De terughoudender kanoeten blijven in veel gevallen 20 minuten op één van de bakken zitten tot ze weer worden vrijgelaten.

Consistente resultaten

“Deze automatische test heeft zich de afgelopen jaren bewezen als een goede manier om de karaktertypen van de kanoeten te onderzoeken”, zegt de bedenker van de test, gedragsecoloog Allert Bijleveld van het NIOZ. “Wanneer we volwassen kanoeten met enige tussentijd in het tentje zetten, komt de computer vrijwel altijd tot eenzelfde conclusie. Maar wanneer we eerstejaars vogels herhaaldelijk aan de test onderwerpen, zijn ze nog niet consistent in het gemeten karakter”, aldus Bijleveld.

Karakter en voedselkeuze

Het karakter hangt volgens de onderzoekers ook samen met de voedselkeuze. Exploratieve types zijn continu op zoek naar het beste, makkelijk te verteren maar moeilijk te vinden voedsel, zoals garnaaltjes of schelpen met een dunne schaal. De meer afwachtende vogels daarentegen, zijn tevreden met lastiger te verteren en makkelijk te vinden voedsel, zoals schelpdieren met relatief weinig vlees en veel schelp. Bijleveld: “Uit de sporen die het dieet achterlaat in het bloed van de vogels konden we zien dat de oudere vogels, met een consistent karakter, ook heel consistent zijn in hun voedselvoorkeur. Jonge vogels hebben niet alleen een minder consequent karakter, maar zijn ook nog veel variabeler in hun voedselvoorkeur. Ze lijken te experimenteren door verschillende prooien te proberen, tot zelfs zeewier aan toe.”

Eerste ervaringen

Ersoy en collega’s concluderen in hun artikel dan ook dat het karakter van de kanoet in het eerste levensjaar wordt gevormd, op basis van de eerste ervaringen in de Waddenzee, nadat ze in de broedgebieden zijn opgegroeid op een maaltje van insecten. Wanneer ze in een volgend jaar weer terugkomen in de Waddenzee, hebben ze schijnbaar voedselvoorkeuren gevormd met het bijbehorende type karakter.

Flexibiliteit

Voor Bijleveld worden met dit onderzoek weer enkele puzzelstukjes rond gedrag van wadvogels op hun plek gelegd. “Het is fascinerend om te zien hoe jonge vogels nog flexibel reageren op hun omgeving en oudere vogels meer vastgebakken patronen hebben. Hoe dat evolutionair te verklaren is, in termen van flexibiliteit ten opzichte van een veranderende omgeving is dan weer vers twee. Blijkbaar loont het om je in de loop van je leven te specialiseren. Maar in een sterk veranderende omgeving zullen het dus de jonge vogels zijn die zich het makkelijkst kunnen aanpassen aan een nieuwe situatie met bijvoorbeeld heel ander voedsel.”