Extreem lange-termijnonderzoek laat zien: haring zwemt door klimaatverandering steeds vroeger het wad op

Fuiken (visnetten) opgesteld in zee langs het strand onder een bewolkte lucht.

NIOZ fuiken (foto: Robert Twijnstra)

Door het veranderende klimaat komen jonge haringen in het voorjaar steeds een beetje vroeger de Waddenzee op zwemmen. Dat blijkt uit een publicatie van NIOZ-ecologen Mark Rademaker, Myron Peck en Anieke van Leeuwen, in het tijdschrift Global Change Biology van deze maand. “Dát we dit konden aantonen, is alleen maar te danken aan heel consequent, meer dan zestig jaar lang, ieder voorjaar en ieder najaar continu de vissen te bemonsteren met steeds precies dezelfde fuik”, zegt Rademaker. “Het herkennen van dit soort veranderingen vraagt extreme precisie en uithoudingsvermogen!”

Fish fyke at Wadden Sea inlet near NIOZ Texel. Picture by Robert Twijnstra

Fish fyke at Wadden Sea inlet near NIOZ Texel. Picture by Robert Twijnstra

NIOZ-fuik

Sinds 1960 meet het NIOZ, Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, in het voor- en najaar met behulp van een standaard fuik, dag in dag uit welke vissen er in het Marsdiep, tussen Den Helder en Texel zwemmen. Uit die metingen blijkt dat de piek van het aantal jonge haringen dat de Waddenzee inzwemt sinds 1982 ten minste twee weken eerder komt. “Zo’n berekening is lastig bij een vissensoort die in grote scholen zwemt”, benadrukt Rademaker. “De ene dag kan het zijn dat er maar tien harinkjes zijn, terwijl er de volgende dag ineens tienduizend visjes langszwemmen. Als je per ongeluk net de ene of juist de andere dag een meting zou doen, krijg je dus een compleet ander beeld.”

Extreem consequent meten

De oplossing voor dat probleem zit volgens Rademaker in extreem consequent meten, en dan ook nog bijna op de vierkante meter. “Alleen door metingen op steeds dezelfde plek uit te voeren en wel zo goed als continu, jaar in jaar uit, kun je op de lange termijn veranderingen betrouwbaar aan het licht brengen.”

Unieke set gegevens

Het onderzoek met de ‘NIOZ-fuik’ is uniek in de wereld. De meeste andere monitoringsprogramma’s meten maar één of enkele keren per maand of zelfs per kwartaal, en dan vaak ook nog niet eens op precies dezelfde plek. Rademaker: “Wanneer ik die frequentie van andere onderzoeksprogramma’s op de gegevens uit de NIOZ-fuik projecteerde, dus ik pikte er maar een paar meetdagen uit, dan kwamen de veranderingen in de timing van de haring niet aan het licht.”

Niet blindstaren op de statistiek

Het onderzoek aan de gegevens van de jonge haringen in de Waddenzee is één van de hoofdstukken in het proefschrift dat Rademaker aan de Wageningen Universiteit verdedigt op 17 mei 2024. Zoals hij de invloed van het klimaat op de haring uit enorme gegevensbestanden wist te vissen, zo rekende hij ook aan de langdurige bemonstering van bodemdieren in de Waddenzee en aan de metingen van diepzee-inktvissen rond de Azoren. Behalve met een pleidooi voor gedegen lange termijnonderzoek, komt Rademaker in zijn proefschrift ook met een belangrijke waarschuwing voor collega’s: 
“Staar je niet blind op statistiek”, houdt hij ze voor. “Met hulp van kunstmatige intelligentie kun je soms de meest geweldige trends uit enorme datasets filteren. Maar dat onderzoek is niets waard als je het niet combineert met experimenten en metingen in het veld. Je moet per slot van rekening ook een goede theorie hebben die kan verklaren wat je in de data denkt te zien.”

Graphical abstract: Long-term local surveys are essential to detect phenological shifts in small pelagic fish.

Graphical abstract: Long-term local surveys are essential to detect phenological shifts in small pelagic fish.