Royal Netherlands Institute for Sea Research
Royal Netherlands
Institute for Sea Research

LEVENDE DIJKEN ZIJN GROEN EN GROEIEN MEE MET DE ZEESPIEGEL

Sinds 1 oktober is het Blauwe Route-project 'Levende dijken', na een jaar voorbereiding, van start. Langs de Zeeuwse en Waddenzee-kust gaan onderzoekers samen met een breed consortium de dynamiek onderzoeken van een gras beklede dijk met een kwelder, als duurzaam alternatief voor een asfaltdijk. Projectleider Bas Borsje van de UTwente: “Een levende dijk is een veel natuurlijker oplossing dan een traditionele dijk, en bovendien is het systeem geschikt om klimaatverandering op te vangen.”

Landschaps- in plaats van lijnoplossing

Sinds enkele decennia bestaat in Nederland het besef dat water niet alleen op te vangen is met dijken, maar ook door het meer ruimte te geven. Tot nu toe is het principe vooral toegepast langs rivieren in het programma ‘Ruimte voor de rivier’, maar het programma ‘Levende dijken: water als route naar innovatie en duurzame groei’ gaat het ook toepassen om ons land te beschermen tegen zeewater. Vanuit de financiering voor Onderzoek door Consortia van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA-ORC) ontving het programma een subsidie van 1,9 miljoen euro en daarmee is het veruit het grootste tot nu toe binnen de Blauwe Route.

Projectleider is kustwaterbouwkundige Bas Borsje van de Universiteit Twente: “Een dijk is een lijnoplossing, maar om golven te dempen en de kracht van de zee te bufferen, kun je beter kiezen voor een landschapsoplossing. Een kwelder kan bovendien meegroeien met het stijgende zeeniveau, terwijl dat voor een dijk - niets meer dan stortstenen en asfalt op een kern van klei - onmogelijk is.”

De kwelder op Texel fungeert als levende dijk, beeld: Rijkswaterstaat

Kreukelzoneprincipe

De kwelders die het consortium gaat onderzoeken liggen onder andere tussen het Friese Koehoal en het Lauwersmeer. “We hebben het over een gebied van 50 km lengte, dat veilig moet zijn tegen stormen die eens in de 4000 jaar voorkomen. Dat zulk zwaar weer zo weinig voorkomt, maakt het lastig om deze veiligheidsnorm echt goed te toetsen. Ons project hanteert daarom het ‘kreukelzoneprincipe’”, vertelt Borsje. “We onderzoeken een kwelder met daarachter een dijk, de kreukelzone is de kwelder die de golven kan opvangen en afzwakken. Onze oplossing moet 50 jaar meegaan. Als de kwelder goed functioneert en sterk genoeg is tegen stormen, kan de dijk gewoon met gras bekleed worden. Dat maakt het onderhoud van de dijk ook veel goedkoper.”

De toepassing is gebaseerd op het eerdere – theoretische - onderzoeksproject BeSafe dat in 2019 is afgerond en op de Ecoshape-pilot ‘Proefkwelder Marconi’. ‘Levende dijken’ wordt daarmee de uitvoering in de praktijk. Borsje: “In het BeSafe-programma is bewezen dat kwelders de energie van hoge golven kunnen opvangen. Met Marconi heeft WMR in Delfzijl een proefkwelder aangelegd en de vegetatie bleek zich goed te ontwikkelen. Nu is de vraag: hoe kunnen we op de grote schaal kwelders aanleggen op plekken waar geen kwelders zijn of waar die te smal zijn?”

Eigen storm chase team

Door corona en de hack bij NWO heeft de start van het programma wat vertraging opgelopen, maar inmiddels zijn Borsje en zijn collega’s begonnen met de werving van onderzoekers. Borsje: “We gaan onderzoek doen in vijf werkpakketten en stellen in totaal 5 PhD-onderzoekers en 2 Postdocs aan.”

De vijf werkpakketten

“Werkpakket 1 zal samen met de eindgebruikers kijken hoe we, nadat de pilot door alle stakeholders oké is bevonden, de weerstand weg kunnen nemen om een levende dijk echt ook te implementeren. In WP2 gaan we komende januari al grote bakken van 300 meter vegetatie opkweken en twee jaar later testen in de Deltagoot. Het kweldersysteem is wezenlijk anders dan bijvoorbeeld de duinen, dus we moeten dit echt testen.”

De onderzoekers in het derde werkpakket doen het spannende werk: de veldmetingen. “Twee keer per jaar zal ons eigen storm chase team tijdens de jaarlijks meest heftige stormen metingen doen aan de golfhoogte, hoeveel bodem er wegslaat, de staat van de vegetatie et cetera”, vertelt Borsje. “Ook zullen we langere tijd na een storm het herstel van de kwelder onderzoeken. Zo hopen we erachter te komen wat de verschillende invloeden zijn van zowel de dagelijkse weercondities als van storm en superstorm.”

Bestuurlijke kant van de zaak

Werkpakketten 4 en 5 richten zich meer op de bestuurlijke kant van de zaak. “WP 4 beoogt de modellen en ontwerptools van ingenieursbureaus uit te breiden. Als de levende dijk een groen alternatief is voor stortstenen en asfalt, dan moet die kennis worden opgenomen in de handleidingen uitgegeven door overheden voor onderhoud van dijken. Hogeschool Van Hall Larenstein in Leeuwarden coördineert ten slotte het vijfde werkpakket. “Met studenten kijken we naar de juridische mogelijkheden voor een dijkversterking met een levende dijk. Tijdens de planfase moet al duidelijk worden of de combinatie van kwelder en dijk voldoet aan de wettelijke eisen.”