NIOZ > Diensten > PR en Communic... > Uitsterven gro...
A A A

Uitsterven grote dieren in Australië veroorzaakte verandering in plantensoorten

Fire Eucalyptus forest30-06-2013   Zo’n 45.000 jaar geleden stierven de grote dieren in Australië uit, waarna de vegetatie plotseling veranderde en er vaak bosbranden voorkwamen. Deze verandering van vegetatie en de bosbranden waren het gevolg en niet de oorzaak van het uitsterven van deze dieren. Dit is een ontdekking van onderzoekers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee, samen met Australische collega’s. Hun bevindingen verschijnen op 30 juni in het tijdschrift Nature Geoscience.

Er is in Australië een lang en verhit debat gaande over de timing en oorzaak van het uitsterven van de grote dieren, zoals een aantal buideldieren, kangoeroesoorten en grote loopvogels. Dit vond zo’n 50.000 tot 45.000 jaar geleden plaats. Waren de vroege mensen de directe oorzaak van dit uitsterven (door jacht), of waren ze indirect verantwoordelijk, bijvoorbeeld door opzettelijke bosbranden die de vegetatie veranderden? Of was er een verandering in het klimaat waardoor deze grote dieren verdwenen, of een combinatie van deze factoren?

NIOZ-onderzoekers, samen met Australische collega’s, reconstrueerden zowel het klimaat als de plantensamenstelling voor Zuid-Oost Australië, in de tijden waarin deze grote dieren leefden. Ze gebruikten hiervoor specifieke moleculen, die in afzettingen voor de kust van Zuid-Oost Australië te vinden zijn, en daar door de Murray en Darling rivieren in de loop van de tijd naar toe zijn getransporteerd. Hierdoor was het mogelijk om te zien of zogenaamde C3 vegetatie (struiken en bomen) of C4 vegetatie (vooral grassen) de belangrijkste plantensoorten waren in een bepaalde tijdperiode.

De onderzoekers ontdekten dat een geruime tijd (68.000-31.000 jaar geleden) er veel C4 planten groeiden, maar dat zo’n 43.000 jaar geleden er een plotselinge toename was van C3 planten. Deze plotselinge toename duurde zo’n 5.000 jaar en volgde direct op de periode dat de grote dieren in Australië verdwenen.

vegetationDe oorzaak van deze verandering in plantensoorten was niet een verandering van het klimaat: er is geen aanwijzing gevonden voor een sterke verandering in temperatuur of neerslag. De verandering werd waarschijnlijk veroorzaakt door het uitsterven van de grote dieren: dit maakte de groei van struiken en bomen mogelijk, die normaal werden gegeten door deze grote dieren. De onderzoekers vonden ook specifieke moleculen die er op wezen dat grote delen van de vegetatie in die tijd afbrandden. Deze bosbranden zijn waarschijnlijk door mensen veroorzaakt en hadden meer vat op de struiken en bomen, dan op een grasachtige vegetatie.

Het is opmerkelijk dat de aard en relatieve timing van deze gebeurtenissen precies overeenkomt met de hypothese uit 1992 van professor Tim Flannery, een van de meest bekende klimaatwetenschappers in Australië.

Dit onderzoek is uitgevoerd op het NIOZ op Texel en is gefinancierd door een Vici-beurs van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) aan Stefan Schouten.

/////
Artikel:
Raquel A. Lopes dos Santos, Patrick De Deckker, Ellen C. Hopmans, John W. Magee, Anchelique Mets, Jaap S. Sinninghe Damsté and Stefan Schouten. Abrupt vegetation change after the Late Quaternary megafaunal extinction in southeastern Australia. Nature Geoscience June 30.

Meer informatie:
Prof. dr. ir. S. Schouten, 0222 - 369 565
Nienke Bloksma, NIOZ Communicatie: 0222 - 369 460, 06 - 53 49 47 14

Foto’s in hoge resolutie zijn bij Nienke Bloksma op te vragen.

Foto's:
Felle bosbrand in een Eucalyptus-bos, Kilmore, Victoria, Australie, 2 februari 2009. © Richard Alder AFSM, National Aerial Firefighting Centre
Een voorbeeld van de typische vegetatie in zuidoost Australië. © Raquel Lopes dos Santos

Ga terug