NIOZ > Diensten > PR en Communic... > Klimaatverande...
A A A

Klimaatverandering heeft grote invloed op groei koudwaterkoralen

28-10-2011   Koudwaterkoralen vormen diep in de oceaan koraalheuvels. Onderzoek van Cees van der Land van het NIOZ laat zien dat deze koraalheuvels tijdens ijstijden niet aangroeien, maar alleen afslijten. Na afloop van de laatste ijstijd, vanaf zo’n 11.000 jaar geleden, vond juist een gestage groei plaats. Van der Land heeft koraalheuvels ten westen van Ierland bestudeerd en hoopt hierop maandag 7 november te promoveren aan de Vrije Universiteit Amsterdam.


Diep in de oceaan, langs de continentale randen, waar geen zonlicht komt, bevinden zich heuvelachtige structuren, opgebouwd door koudwaterkoralen. Deze structuren worden ‘mounds’ genoemd en kunnen tot wel 380 meter hoog worden en kilometers lang zijn. Van der Land heeft de afgelopen vijf jaar onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van mounds op de zuidoostelijke en zuidwestelijke rand van de Rockall Trough, in de Atlantische Oceaan ten westen van Ierland.

Door sedimentkernen van de toppen van de mounds te analyseren, kon Van der Land bepalen wat de invloed van verschillende factoren is op de aangroei of erosie van een mound. Zo blijkt dat de koudwaterkoralen in koude tijden (ijstijden) niet aangroeien, maar alleen afslijten. Sinds de meest recente ijskappen zo’n elfduizend jaar geleden gesmolten zijn, is er echter een continue aangroei van de koraalheuvels. Koudwater¬koralen lijken dus vooral in warme perioden goed te groeien.
Andere factoren die hierbij een rol spelen zijn de aanwezigheid van voedsel, en de sterkte en intensiteit van oceaanstromingen op en rond de mounds. Door deze oceaanstromingen worden meer of minder voedsel en slibdeeltjes aangevoerd.

Verder blijkt dat de koraaltakken sedimentdeeltjes ‘invangen’ binnen de skeletstructuur van het koraal, waardoor de heuvel sneller kan groeien. De hoeveelheid en de samenstelling van deze deeltjes bepaalt voor een groot deel hoe snel de mound groeit.

Omzettingen onder het oppervlak van de mound zorgen voor oplossing van het koraal en verstening van de sedimenten. Hierdoor ontstaat een hard substraat, dat weer als ondergrond gebruikt kan worden voor nieuwe koraalgroei. De aanwezigheid van verharde lagen zorgt ervoor dat de mound minder snel afslijt door oceaanstromingen.

Titel proefschrift: Land, C. van der. Impact of diagenesis on carbonate mound formation, 192 pp.
Het proefschrift is op internet te lezen.

Fig. 1. (A) Overzicht van het Rockall Trough gebied ten westen van Ierland (dieptelijnen per 500 meter).
(B) Multibeam kaart van een deel van het gebied aan de zuidwest kant van de Rockall Trough.

Fig. 2 (A) Sedimentkern boring aan boord van de RV Pelagia.
(B en C) Koudwaterkoralen die gevonden zijn op de top van een koraalheuvel.
(D) Een sedimentkern wordt aan boord gehesen.

Fig. 3.  Röntgenfoto’s (A en B) en elektronenmicroscoop foto’s (C en D) van koudwater koraalheuvel. Close-up van lagen in een sedimentkern waar koraal domineert en versteende lagen.

Ga terug