Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2007 - April


 
Overzicht 2010
Overzicht 2009
Overzicht 2008
Overzicht 2007
  December
  November
  Oktober
  September
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 Maart – 2007 – Mei     Archief     NIOZ in de pers

 

 

April 2007

 

26 april

Natuurlijke ijzertoevoer maakt Zuidelijke Oceaan plaatselijk extra productief...

 

De beschikbaarheid van opgelost ijzer heeft in de Zuidelijke Oceaan een grote invloed op de vastlegging van kooldioxide in algencellen. De natuurlijke ijzertoevoer vanaf de zeebodem bij de Franse Kerguelen eilanden is hierin echter veel effectiever dan de kunstmatige bemesting vanaf zeeschepen. Vijf onderzoekers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee van NWO maakten deel uit van een internationale groep die deze gegevens deze week in Nature publiceren.

 

Dat de concentraties van in zeewater opgelost ijzer de groei van algen in grote delen van de Zuidelijke Oceaan bepalen, is inmiddels algemeen bekend. De korte duur en de relatief bescheiden omvang van de tot nu toe gedane experimenten met ijzerlozingen vanaf schepen, maakt een goede berekening van de hoeveelheden koolstof die uit kooldioxide in zich delende algencellen worden vastgelegd echter niet goed mogelijk. Uit satellietbeelden die tijdens de Antarctische zomer zijn gemaakt is gebleken dat de oceaan rondom de Franse Kerguelen eilanden langdurig veel algen bevat; als een oase in de woestijn.

 

Waarom deze expeditie als er al zoveel duidelijk is geworden uit kunstmatige ijzer verrijkingsexperimenten? Bij experimenten op basis van kortdurende ijzertoevoeging vanaf een schip, wordt er vanuit een puntbron (het schip) gedurende een korte tijd een hoeveelheid ijzer in de oceaan gestort. Na een tot twee weken is het effect hiervan weer verdwenen en moet er opnieuw ijzer worden toegevoegd. In de natuurlijke situatie is de ijzertoevoer uiteindelijk veel groter en vindt de toevoer uit de diepzee ook continu plaats. Hierdoor kan de hoeveelheid plantaardig materiaal (en dus koolstof) die door dit proces vanuit het oppervlaktewater naar de diepere lagen van de oceaan wordt getransporteerd, veel natuurgetrouwer worden gemeten. Dit is van belang voor de berekening van de hoeveelheden kooldioxide die jaarlijks vanuit de lucht de zuidelijke oceaan in wordt getransporteerd. Deze export vanuit de lucht naar de oceaan vertraagt het broeikaseffect aanzienlijk.

Text Box:

 

De diatomee Fragilariopsis kerguelensis is een voor dit gebied karakteristieke algensoort.

Op deze foto staan ketens van maximaal 5 cellen.

In de Zuidelijke oceaan kunnen ketens met wel 100 cellen voorkomen.

 

Een team van zeeonderzoekers uit Frankrijk, Australië, België en Nederland scheepte zich in Januari 2006 in op het Franse poolonderzoeksschip “Marion Dufresne” om dit natuurlijke fenomeen bij de Kerguelen eilanden nader te kunnen onderzoeken. De massa aan plantaardig plankton was vooral hoog in januari. De bijbehorende vastleggingssnelheid van kooldioxide was zelfs 2 tot 3 maal hoger dan gemeten tijdens kunstmatige ijzer bemestingsexperimenten in het verleden. Deze intensieve algenbloei bleek gevoed te worden met ijzer en andere opgeloste voedingsstoffen in uit de diepzee afkomstig zeewater. Deze intensieve verticale menging van de oceaan ter plaatse wordt veroorzaakt door interne golven. In februari kwam de bloei ten einde en keerden de onderzoekers met de data van hun al aan boord geanalyseerde monsters čn de nog te analyseren monsters terug naar Texel.

Algenbloei bij de Kerguelen eilanden (in wit, links van het midden) in de zuidelijke oceaan.

De kleuren geven de intensiteit van het pigment chlorofyl a (bladgroen) van de algen aan.

 

De participatie van de NIOZ onderzoekers aan deze expeditie werd mede mogelijk door een subsidie vanuit het NWO opstappers programma.

 

Meer informatie:

·         Dr. Marcel J.W. Veldhuis, Tel. +31(0)222 369 512

·         Dr. Corina Brussaard, Tel. +31 (0)222 369 513

·         Dr. Jan P. Boon (Communicatie & PR), Tel. +31(0)222 369 466

 

 

16 april

Zuidelijke vissoort pelser in de Waddenzee...

 

De laatste weken zijn er opvallend veel exemplaren van de haring-achtige vissoort pelser (Sardina pilchardus) gevangen in de fuik van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee NIOZ in de Mokbaai (Marsdiep op de zuidpunt van Texel. Het normale verspreidingsgebied van deze soort ligt ten zuiden van de Noordzee in de Atlantische Oceaan langs de Portugese westkust, in de Golf van Biscaye en in het Kanaal.

 

Pelser (Sardina pilchardus) – Zijaanzicht. [Foto: Bert Aggenbach, NIOZ)

 

Deze volwassen sardientjes zijn ongeveer 25 cm lang. Tussen 1960 en 2000 werden er in de NIOZ fuik in de Mokbaai (Marsdiep) slechts 0 tot 2 exemplaren per jaar gevangen. Tussen 2000 en 2006 nam dit toe tot ongeveer 20 stuks per jaar, waarvan enkele keren vier vissen per dag. In de week voor pasen werd het aantal van 20 vissen echter al per dag gehaald en de topdag tot nu toe was de vangst van 1e paasdag met maar liefst 150 pelsers.

De vissen komen nu paairijp in de Waddenzee aan. Het zeewater van de westelijke Waddenzee is momenteel met ruim 12˚C zo’n 3˚C warmer dan normaal voor deze tijd van het jaar. Of het een incident is of niet is nog onduidelijk, maar deze vondst past in het algemeen verwachte beeld dat de verspreiding van veel soorten naar het noorden toe zal verschuiven door de opwarming van het klimaat.

Detail waarop de relatief grote schubben

en de stralen op het kieuwdeksel als

karakteristieke elementen zichtbaar zijn.

[Foto: Bert Aggenbach, NIOZ)

 

 

Pelser (Sardina pilchardus) met uitgeprepareerde rijpe hom (links) en kuit (rechts)

[Foto: Bert Aggenbach, NIOZ)

 

Meer informatie:

 

De NIOZ fuik wordt dagelijks geleegd door NIOZ medewerkers

Siem Gieles en Dennis Waasdorp [Foto: Bert Aggenbach, NIOZ)