Home - Research - Scientific departments - Marine Ecology  - Projects - Kleur/Color Rings - Nederlands


 
Impact oil spills
Flatfish symposia
Kleur/Color Rings
  Nederlands
  Engels

Sitemap - Search 

 

Ecologisch onderzoek met behulp van individueel herkenbare Kanoetstrandlopers Calidris canutus en Rosse grutto’s Limosa lapponica (laatst bijgewerkt: oktober 2009)

 

De wadvogel onderzoeksgroep van de afdeling Mariene Ecologie van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) op Texel, is in 1998 begonnen met het individueel herkenbaar maken van Kanoetstrandlopers door middel van kleurringen. In het voorjaar van 2001 is dit project uitgebreid met een tweede soort, de Rosse grutto. Hier leggen we uit waarom we dit onderzoek doen en hoe we te werk gaan.

            In Nederland komen van zowel de Kanoetstrandloper als van de Rosse grutto twee verschillende populaties voor. De populatie van Kanoetstrandlopers die op Groenland en in Noordoost Canada broedt (Calidris canutus islandica), pleistert buiten de broedtijd langs de kusten van Noordwest Europa waarbij de Waddenzee een van de belangrijkste overwinteringsgebieden is. De andere Kanoetenpopulatie (Calidris canutus canutus) broedt in het uiterste noorden van Siberië en overwintert langs de kusten van West Afrika. Deze dieren gebruiken de Waddenzee als bijtank-station van eind juli tot begin september en in mei, de periode voorafgaand aan de trek naar het broedgebied. Dan pleisteren ze vooral het waddengebied van Sleeswijk Holstein.

            Bij de Rosse grutto zien we iets vergelijkbaars. De ene populatie broedt in noord Scandinavië en rond de Witte Zee en deze overwintert in West Europa inclusief het Waddengebied (Limosa lapponica lapponica). De andere populatie broedt voornamelijk op het zuidelijk deel van het Yamal- en Taimyr-schiereiland in noord Siberië en verschijnt bij ons alleen op doortrek naar het West-Afrikaanse overwinteringsgebied (Limosa lapponica taymyrensis). Ook voor deze laatste groep is de Waddenzee, voornamelijk gedurende april-mei en augustus-september een onmisbaar bijtank-station op de lange trekweg.

 

Doel van het onderzoek

Een aantal vragen hopen we met behulp van individueel herkenbare vogels op te kunnen lossen. Allereerst zouden we graag meer informatie krijgen over de jaarlijkse sterfte en overleving van de verschillende populaties. Eventuele verschillen in overleving tussen de populaties en/of de jaren zouden we willen relateren aan bijvoorbeeld de omstandigheden in het broedgebied (weer, talrijkheid predatoren), in de overwinteringsgebieden (weer, voedsel) of tijdens de trek (weer). Ook zouden we in kaart willen brengen hoe individuele Kanoeten en Rosse grutto’s de beschikbare voedsel- en rustgebieden in het Waddengebied benutten. Zijn ze plaatstrouw, binnen een jaar of tussen jaren en op wat voor schaal speelt dit dan? Zijn er individuele verschillen in prooi-keuze? Zijn bijvoorbeeld de Rosse grutto’s die in mei emelten eten in de weilanden van het Waddengebied steeds dezelfde dieren? Hoe groot is de doorstroming binnen een bepaald gebied? Zijn er binnen een soort verschillen in voedsel en gedrag tussen de beide broedpopulaties die, bijvoorbeeld in augustus, tegelijkertijd gebruik maken van de Waddenzee. Tenslotte hopen we, door ook de dichtheid aan gekleurringde individuen te meten, een betrouwbare schatting te kunnen maken van het totaal aantal Kanoeten en Rosse grutto’s in de verschillende populaties.

 

 

Hoe gaan we te werk?

Een aantal vogelringgroepen verlenen hun (vang)medewerking aan dit Nioz-project: VRS Calidris op Schiermonnikoog (Kanoeten en Rosse grutto’s), VRS Castricum, VRS Franeker (alleen Rosse grutto’s) en een franse ringroep die aktief is in Moëze-Olèron aan de Atlantische kust (alleen Kanoeten). Kanoeten vangen we vrijwel uitsluitend ’s nachts met mistnetten (Figuur 1). Dit kan alleen in de week rond nieuwe maan omdat alleen dan de nachten donker genoeg zijn. Rosse grutto’s worden gevangen met mistnetten, klapnetten of met een zogenaamd wilsternet. Op de Vinkenbaan Castricum worden langstrekkende Rosse grutto’s met behulp van geluid naar beneden gelokt en vervolgens met een klapnet gevangen. Met een wilsternet worden rondvliegende vogels met geluid, opgezette en kunstof lokvogels en soms een levende lokvogel naar het net gelokt en worden ze tijdens het landen door het omklappende net gevangen.

 

mistnetten op richel3

Figuur 1. Opstelling van mistnetten op De Richel bij Vlieland waarmee ’s nachts bij opkomend water Kanoetstrandlopers worden gevangen.

 

Iedere Kanoet of Rosse grutto krijgt een individuele code met behulp van vier kleurringen, een gele, rode, groene of lime (= zeepgroen) vlag en een metalen ring. De gebruikte kleuren zijn: wit of lime, geel, rood, donkerblauw of groen (Figuur 2). Er zitten altijd twee kleuringen om de linker en twee om de rechter tarsus (= beneden loopbeen). De metalen ring zit altijd aan de tibia (= boven loopbeen). De gele, rode, groene of lime vlag is de merker van dit project en kan zowel aan de tibia (in dit geval aan de andere kant dan de metalen ring) als aan de tarsus zitten. Als de vlag aan de tarsus zit is de positie ten opzichte van de kleurringen van belang: boven, tussen of onder de twee kleurringen. De metalen ring is geen onderdeel van de code en de positie daarvan is dus niet belangrijk. Bijgaand schema geeft de mogelijke ringcombinaties weer (Bijlage 1). Met 4 kleurringen op 4 posities kunnen we 44  = 256 verschillende combinaties maken en 8 verschillende vlag-posities maakt dan 8 x 256 = 2048 combinaties per vlagkleur mogelijk.

Naast het vastleggen van de biometrie en de fase van de rui, nemen we van alle gevangen Kanoeten en van de Rosse grutto’s waarvan het geslacht niet duidelijk is een druppel bloed af om daarmee achteraf met behulp van DNA-analyse het geslacht te kunnen bepalen. Bij de Rosse grutto geeft in de meeste gevallen het kleed en/of de snavellengte uitsluitsel over de sexe. 

 

cr-bsp

Figuur 2. De kleurringen en vlaggetjes die we gebruiken voor de Kanoetstrandloper en de Rosse grutto.

 

Navopwad

Figuur 3. Het Nioz-onderzoekschip De Navicula, drooggevallen op het wad bij De Richel. Met dit schip wordt een groot deel van de vangakties in de Waddenzee uitgevoerd.

De stand van zaken, Kanoetstrandloper

            Vanaf 1998 tot begin november 2009 hebben we in totaal 6.784 Kanoetstrandlopers gekleurringd, 3011 in het westelijk Waddengebied (voornamelijk op De Richel en Griend), 1.578 in het oostelijk Waddengebied (Schiermonnikoog en Simonszand), 1.620 bij Iwik op de Banc d’Arguin in Mauritanië, 407 langs de Atlantische kust van Frankrijk, 134 in het waddengebied van Sleeswijk Holstein en 13 in het broedgebied op Groenland.

In de nazomer en herfst (juli tm oktober) hebben we 57% van onze Kanoeten gevangen, 30% in de winter (november tm februari) en 13 % in het voorjaar. We schatten de verhouding van de ondersoorten islandica / canutus in onze vangsten op ongeveer 3:1. Helaas is het van een klein deel van de in de nazomer in het Waddengebied gevangen vogels niet met zekerheid te zeggen tot welke ondersoort deze behoren.

            Er zijn tot en met november 2008 in totaal 12.972 waarnemingen binnengekomen van 3.496 verschillende individuen (52% van het aantal geringden). Maximaal werd een vogel 95 keer waargenomen maar 40% van de vogels (1389 individuen) werd slechts één keer teruggezien. De waarnemingen werden gedaan door 292 verschillende waarnemers. Het maximale aantal aflezingen gedaan door één persoon ligt op 1.916 (door Laurens van Kooten, Texel). De meeste aflezingen in Nederland komen uit het westelijk Waddengebied (3.938). In het oostelijk Waddengebied werden 554 waarnemingen gedaan, 108 langs de Hollandse kust en 18 in het Deltagebied.  Van de Banc d’Arguin in Mauritanië komen 7.115 aflezingen. 198 waarnemingen werden gedaan in Groot Brittannië (Figuur 4), 544 in Sleeswijk-Holstein, 129 op IJsland, 69 in Frankrijk, 191 in Noorwegen, 17 in Zweden, 4 in Denemarken, 14 op Groenland, 15 in Spanje, 2 in Canada en 24 in Ierland.

 

10CRW_8352

 

Figuur 4. Kanoet R3WYBW, geringd op 1 augustus 2003 op De Richel, een zandplaat ten zuidoosten van Vlieland en gefotografeerd op 25 januari 2004 bij Heysham, Lancashire in noordwest Engeland door Adrian Winter.

 

 

De stand van zaken, Rosse grutto

Vanaf het voorjaar van 2001 tot begin november 2009 zijn er 3.432 Rosse grutto’s gekleurringd. De meeste, 1.778 (= 52 %),  zijn gevangen in het westelijk Waddengebied, met name op Terschelling en Texel. Op de Vinkebaan Castricum zijn er 653 (19%) en in het oostelijk Waddengebied 697 (20%) gevangen. Ook in Sleeswijk Holstein werden er 48 gekleurringd. Daarnaast hebben we in de maanden november en december 2002 tot en met 2008, 248 rosse grutto’s gekleurringd nabij Iwik op de Banc d’Arguin in Mauritanië. De meeste vogels werden gevangen in het voorjaar: 28 in maart, 294 in april en 2.438 in mei. Kleinere aantallen werden gevangen in juli (75), augustus (128), september (96) en oktober (84). Doordat er relatief veel vogels in mei gevangen zijn zullen er tot nu toe veel meer grutto’s van de in Afrika overwinterende broedpopulatie gekleurringd zijn dan van de bij ons overwinterende populatie. 

Er zijn bij ons tot nu toe 10.627 waarnemingen binnengekomen van in totaal 1.821 verschillende individuen (53% van het aantal geringden). De waarnemingen werden gedaan door 303 verschillende waarnemers. Van 35 waarnemers kwamen 20 of meer aflezingen. Een waarnemer, Harry Horn op Terschelling, leverde zelfs 4.009 aflezingen aan! De meeste waarnemingen, 9.528, komen uit het Nederlandse Waddengebied. Langs de Hollandse kust werden 26 aflezingen gedaan en in het Deltagebied 13. Op de Banc d’Arguin in Mauritanië werden 778 waarnemingen gedaan. Verder kwamen er o.a. waarnemingen uit Spanje (34), Frankrijk (34), Engeland (30), Sleeswijk Holstein (81), Ierland (12), België (2), Finland (6), Noorwegen (4), Denemarken (8), Polen (1), Zweden (17), Senegal (3, zie Figuur 5), Gambia (1) en de verste kwamen uit Namibië (14).

14rgsenegal

Figuur 5. Rosse grutto Y1BYRR, gevangen op 19 mei 2001 nabij Den Hoorn op Texel, gefotografeerd door Didier Vangeluwe op 13 januari 2002 in de Delta du Saloum in Senegal.

 

Voor de waarnemers

Een ieder die een gekleurringde Kanoetstrandloper of Rosse grutto met een gele, rode, groene of lime vlag ziet wordt  verzocht deze waarneming (kleur en posities van vlag en kleurringen, plaats en datum) aan ons door te geven.

We hebben het liefst dat de kleurring-combinatie doorgegeven wordt door per (poot)positie aan te geven welke kleurringen er zaten. Bijvoorbeeld: linker tibia: niets, linker tarsus: rood boven wit, rechter tibia: gele vlag,  rechter tarsus: geel boven blauw (in onze code schrijven we dit als: Y2RWYB, zie Bijlage 1).

Waarnemers krijgen bericht over waar en wanneer hun vogel geringd is en de eventuele andere waarnemingen van dezelfde vogel. Aanvullende gegevens die we graag zouden ontvangen zijn: type terrein (op hoogwatervluchtplaats of in foerageergebied), grootte van de groep waarin de vogel zat, aantal vogels dat gecontroleerd kon worden op kleurringen en of de vogel in zomer- of winterkleed was. Waarnemingen van Kanoeten en/of Rosse grutto’s met een gele, rode, groene of lime vlag waarvan de kleurringen niet of onvolledig konden worden afgelezen zijn ook van belang, vooral in combinatie met het aantal gecontroleerde vogels.

Voor vragen over dit project en voor het doorgeven van waarnemingen:

 

NIOZ wadvogelgroep, t.a.v. Bernard Spaans

Postbus 59

1790 AB Den Burg, Texel

Tel. 0222-369490

Of, bij voorkeur, via e-mail: shorebirds@nioz.nl

 

JK413M020

Figuur 6. Een in een mistnet gevangen Kanoetstrandloper


JK411M159
Figuur 7.
Kanoetstrandloper R6RRYY op het strand bij Iwik op de Banc d’Arguin in Mauritanië.

 

JK413M287

Figuur 8. Rosse grutto Y7YWRB op de Banc d’Arguin in Mauritanië.

 

 


 

Bijlage 1. NIOZ-Kleurringschema voor Kanoetstrandlopers en Rosse grutto’s. Tibia: bovenloopbeen, Tarsus: benedenloopbeen, Kr: kleurring.

 

Code van de kleurringcombinatie: Vlagkleur (Yellow, Red, Green of Lime) gevolgd door de vlagpositie(getal 1 tm 8) gevolgd door de  kleur van de 1e Kr, 2e Kr, 3e Kr en 4e Kr.

 

Gebruikte kleurringen zijn: Yellow, Red, White/Lime en Blue/Green. In combinatie met een groene vlag (alleen gebruikt bij Kanoeten), worden groene in plaats van blauwe kleurringen gebruikt en in combinatie met een lime (zeepgroene) vlag wordt lime in plaats van wit gebruikt.

 

 

Vlagpositie

 

Links

Rechts

 

1

Tibia

Vlag

metaal

Tarsus

1e Kr

2e Kr

3e Kr

4e Kr

 

2

Tibia

metaal

Vlag

Tarsus

1e Kr

2e Kr

3e Kr

4e Kr

 

3

Tibia

 

metaal

Tarsus

Vlag

1e Kr

2e Kr

 

3e Kr

4e Kr

 

4

Tibia

 

metaal

Tarsus

 

1e Kr

2e Kr

Vlag

3e Kr

4e Kr

 

5

Tibia

 

metaal

Tarsus

1e Kr

Vlag

2e Kr

 

3e Kr

4e Kr

 

6

Tibia

 

metaal

Tarsus

 

1e Kr

2e Kr

3e Kr

Vlag

4e Kr

 

7

Tibia

 

metaal

Tarsus

1e Kr

2e Kr

Vlag

 

3e Kr

4e Kr

 

8

Tibia

 

metaal

Tarsus

 

1e Kr

2e Kr

3e Kr

4e Kr

Vlag

 


Publicaties waarin gebruik gemaakt is van dit kleurring-onderzoek

 

Kraan, C., J.A. van Gils, B. Spaans, A. Dekinga, A.I. Bijleveld, M. van Roomen, R. Kleefstra & T. Piersma 2009. Landscape-scale experiment demonstrates that Wadden Sea intertidal flats are used to capacity by molluscivore migrant shorebirds. Journal of Animal Ecology 78,

 

Spaans B., M. Brugge, A. Dekinga, H. Horn, L. van Kooten & T. Piersma 2009. Oost west, thuis best? Op welke schaal benutten individuele Kanoeten het Nederlandse Waddengebied. Submitted to Limosa, accepted in 2009.

 

Spaans, B., L. van Kooten, J.S.M. Cremer, J. Leyrer & T. Piersma. Densities of individually marked migrants away from the marking site to estimate population sizes: a test with three wader populations. Submitted in 2008.

 

Duijns, S., J.G.B. van Dijk, B. Spaans, J. Jukema, W.F. de Boer & T. Piersma 2009. Foraging site selection of two subspecies of Bar-tailed Godwit Limosa lapponica during northward migration; time minimizers accept greater predation danger than energy minimizers. Ardea 97(1): 51-59.

 

Van den Hout, P.J., B. Spaans & T. Piersma 2008. Differential mortality of wintering shorebirds on the Banc d’Arguin, Mauritania, due to predation by large falcons. Ibis (2008),150 (Suppl. 1): 219-230

 

Leyrer, J., Spaans, B., Camara, M. & Piersma, T. 2006. Small home ranges and high site fidelity in red knots (calidris c. canutus) wintering on the Banc d’Arguin, Mauritania. J. Ornithol 147 (2): 376-384.

 

Van Gils, J.A., Piersma, T., Dekinga, A., Spaans, B. & Kraan C. 2006. Shellfish dredging pushes a flexible avian top predator out of a marine protected area. Plos Biol. 4: e376.

 

Spaans, B. Survival and behaviour in shorebirds wintering on the Banc d’Arguin, Mauritania. Progress-report 2002 – 2005. Nioz-report 2006-1.

 

Reneerkens J. Piersma T. & Spaans B. 2005. De Waddenzee als kruispunt van vogeltrekwegen. Literatuurstudie naar de kansen en bedreigingen van wadvogels in internationaal perspectief. Nioz-report 2005-4.

 

Piersma , T. & Spaans, B. 2004. The power of comparison: ecological studies on waders worldwide. Limosa 77: 43-54.

 

Brochard, C., Spaans, B., Prop, J., & Piersma, T. (2003). Use of individual colour-ringing to estimate annual survival in male and female Red Knot Calidris canutus islandica: a progress report for 1998-2001. Wader Study Group Bulletin, 99, 54-56.

 

Spaans, B. (2000). Wat doet de kanoet? Ecologisch onderzoek met behulp van individueel herkenbare vogels. Graspieper, 20, 106-110.