Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2006 - November


 
Overzicht 2010
Overzicht 2009
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Juli
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

NIOZ Laatste nieuws

 Oktober – 2006 December     Archief     NIOZ in de pers

 

November 2006

 

 

24 november

Boek over de wereldwijde oceaanstromingen en hun invloed op het klimaat...

 

 

NIOZ oceanograaf Hendrik van Aken beschrijft in zijn boek “The Oceanic Thermohaline Circulation, an introduction” hoe de wereldwijde oceaanstromingen welke met elkaar zijn verbonden in de Thermohaliene Circulatie met elkaar samenhangen en hoe deze de atmosfeer beïnvloeden. Het boek komt uit op 24 november uit bij Springer Verlag.

 

In de discussies over klimaatvariabiliteit en klimaatverandering op tijdschalen van jaren tot duizenden jaren, spelen de grote oceaanstromingen een belangrijke rol vanwege de enorme warmtecapaciteit van de oceanen. De bovenste meters van de oceanen hebben een even grote warmtecapaciteit als de hele atmosfeer daarboven! De oceanen kunnen zowel een aandrijvende als een dempende rol vervullen bij veranderingen in de atmosfeer erboven. In ht boek staat de thermohaliene circulatie (THC) centraal, die de grote oppervlakte en diepe stromingen in de vier oceanen met elkaar verbindt. De THC wordt aangedreven door verschillen in de soortelijke massa van het zeewater door geografische verschillen in temperatuur en zoutgehalte. Zo zinkt zout en koud oppervlaktewater in de Noord-Atlantische Oceaan tussen Groenland en Noorwegen door zijn eigen gewicht massaal naar de zeebodem. In de literatuur over dit onderwerp worden vertragingen en versnellingen in de THC wijdverspreide consequenties toegedicht als een soort Deus ex machina in het klimaatonderzoek. Het grote publiek kon hiermee kennismaken in de dramatische rampenfilm “The day after Tomorrow” van Roland Emmerich. In die film veroorzaakt het stoppen van de mondiale THC een sneeuwstorm in New Delhi, tornado’s teisteren Los Angeles, hagelstenen ter grootte van vuisten bombarderen Tokyo en in New York slaat de temperatuur binnen en dag om van subtropisch naar strenge vorst. Het drama zoals beschreven in deze film is in die vorm onmogelijk, maar de patronen die voor de film gebruikt zijn, bezitten wel een grond van waarheid, welke boven water wordt gehaald door klimaatonderzoekers en oceanografen. In dit boek worden de basiskaraktistieken, de dynamiek en de interacties van de THC met het klimaat van onze planeet helder uitgelegd.

 

Dit boek richt zich op gevorderde bachelor en master studenten in de fysische oceanografie, klimatologie, milieuwetenschappen, paleoceanografie, mariene biologen en chemici. Het boek vult het gat tussen de algemene oceanografische tekstboeken en de gespecialiseerde artikelen in de wetenschappelijke tijdschriften over dit onderwerp.

 

Meer informatie

(Deze pagina bevat ook een verwijzing naar de website van Springer Verlag).

 

 

24 November

Book about the large ocean currents around the globe and their influence on climate...

 

NIOZ oceanographer Hendrik van Aken describes in his book “The Oceanic Thermohaline Circulation, an introduction” how the system of large ocean currents united in the Thermohaline Circulation (THC) circumspan the globe and connect the surface with the deep ocean. How do oceans exert their influence on the atmosphere? The book will be available on 24 November from Springer Verlag.

 

In the discussions of climate variability and climate change on timescales of several years to thousands of years the effects of the ocean circulation in the climate system play an important role because of the thermal inertia of the ocean's waters. The uppermost few meters of the ocean have the same heat capacity as the entire overlying atmosphere. The ocean therefore can easily drive or damp climatic temperature changes in the atmosphere. The THC, thought to be driven by meridional differences in temperature and salinity, is often considered as the main oceanic climate process. Widespread consequences are ascribed to the shutdown or acceleration of the THC, an oceanographic deus ex machina for climate change science. For the general public the possible shutdown of the THC played a dramatic role in the 2004 blockbuster motion picture “The Day after Tomorrow” by Roland Emmerich. In that movie the shutdown of the THC causes a massive snowstorm to pound New Delhi; tornadoes rip Los Angeles; hail the size of grapefruits batters Tokyo; and in New York City the temperature swings from sweltering to freezing in one day. This disaster scenario, sketched in the movie, is impossible, but the patterns described by the movie have a distant basis in real concepts, studied by climate scientists and oceanographers. This book introduces the THC with its main characteristics and dynamics, and its interactions with global climate.

 

More information

(Page contains a reference to the website of Springer Verlag).

 

 

 

23 november

Onverwachte opslag kooldioxide in Noord-Amerika...

 

Onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee NIOZ hebben ontdekt dat landplanten in Noord-Amerika sinds de laatste ijstijd sneller koolstofdioxide vastleggen dan bacteriën kunnen afbreken. De bodem in deze bosrijke gebieden houdt het kooldioxide duizenden jaren langer vast dan werd aangenomen. Dit resultaat wordt vrijdag 24 november gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift Science.

 

Bladeren van landplanten leggen kooldioxide (CO2) uit de lucht vast in hun celmateriaal door middel van fotosynthese. Afgestorven plantenresten komen in de bodem terecht, waar het biologisch afgebroken wordt door bacteriën en CO2 weer teruggevormd wordt. NIOZ-onderzoekers hebben ontdekt dat in Noord-Amerika dit laatste proces zo langzaam gebeurt, dat de bodem daar een soort opslagplaats voor CO2 is geworden. Er is dus nog geen evenwicht tussen de opname van CO2 door planten en de uitstoot van CO2 door bacteriën.

 

Saanich Inlet: geologen-walhalla

De onderzoekers van het NIOZ en de onderzoekers van het Woods Hole Oceonographic Institution (WHOI) kwamen tot deze conclusie na bestudering van sedimentkernen uit Saanich Inlet. De zeebodem van de fjord Saanich Inlet bij Vancouver Island in West-Canada is geologisch zeer bijzonder. Door de lage temperatuur en zuurstofspanning van het bodemwater is er bijna geen biologische afbraak en verstoring van het sediment. Daardoor zijn er jaarringen zichtbaar in sedimentkernen. Deze fjord is als het ware een archief van organisch materiaal. Een walhalla voor geologen dus. De bestudeerde sedimentkern werd genomen met het speciale boorschip de RV Joides Resolution van het International Ocean Drilling Programme (IODP).

 

Landplantresten in zee

In de sedimentkernen troffen de wetenschappers plantenmoleculen (n-alkanen) aan van duizenden jaren oud. Deze moleculen komen van afgestorven plantenresten die uit de bodem zijn weggespoeld en via rivieren in zee terecht zijn gekomen. Daar vormden ze samen met al het andere materiaal dat in zee zwerft elk jaar weer een nieuw mooi bodemlaagje. In de sedimentlagen van 1984-1996 zijn de plantenmoleculen gemiddeld maar liefst 5600 jaar ouder dan het meegesedimenteerde organische materiaal uit zee. In oudere sedimentlagen wordt dit verschil in leeftijd tussen land- en zeemateriaal echter steeds kleiner. Dat suggereert dat de opslag van plantenresten in de bodem ongeveer 11.000 jaar geleden aan het einde van de laatste ijstijd is begonnen, dus op het moment dat de aarde hier weer onder de ijskappen vandaan kwam. De bacteriën konden al het plantenmateriaal dat in de bodem terecht kwam niet snel genoeg weer afbreken.

 

Bezinkput

De ouderdom van de afgestorven plantenresten in de bodem stijgt nog steeds. In termen van de mondiale koolstofkringloop is dit proces dus een behoorlijke bezinkput. Dit verschaft nieuwe inzichten voor de modellering van de mondiale koolstofkringloop op langere termijn. Dit onderzoeksresultaat is daarmee ook waardevol voor de voorspellingen over stijgende koolstofdioxideconcentraties in de atmosfeer.

 

Dit onderzoek is mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO), onder andere door haar steun aan het Ocean Drilling Project (ODP).

 

Meer informatie bij:

-          Prof. dr. ir. Jaap Sinninghe Damsté (NIOZ); tel.: +31 (0)222 369 550, mailto:damste@nioz.nl 

-          Dr. ir. Stefan Schouten (NIOZ); tel.: +31 (0)222 369 565, schouten@nioz.nl

-          Dr. Rienk Smittenberg, (Universiteit van Washington, VS); smitten@u.washington.edu

-          Dr. Jan Boon (NIOZ, wetenschapsvoorlichter); tel.: +31 (0)222 369 466, boon@nioz.nl

 

 

23 November

Resilient form of plant carbon gives new meaning to term 'older than dirt'...

 

 

A particularly resilient type of carbon from the first plants to regrow after the last ice age - and that same type of carbon from all the plants since - appears to have been accumulating for 11,000 years in the forests of British Columbia, Canada.

 

It's as if the carbon, which comes from the waxy material plants generate to protect their foliage from sun and weather, has been going into a bank account where only deposits are being made and virtually no withdrawals.

Modelers of the Earth's carbon cycle, who've worked on the assumption that this type of carbon remains in the soils only 1,000 to 10,000 years before microorganisms return it to the atmosphere as carbon dioxide, will need to revise their thinking if findings reported in the Nov. 24 issue of Science are typical of other northern forests. 

 

"Our results about the resilience of this particular kind of carbon suggest that the turnover time of this carbon pool may be 10,000 to 100,000 years," says Rienk Smittenberg, a research associate with the University of Washington School of Oceanography and lead author of the paper. He did the work while at the Royal Netherlands Institute of Sea Research.

 

Soils harbor the third-largest pool of carbon in the world behind the carbon locked deep in the Earth as fossil fuel oils and coal and the carbon that is dissolved in the world's oceans.

In soils, the more edible kinds of carbon from plants are quickly digested by bacteria and turned back into carbon dioxide. But about half the organic carbon in soils is less edible or protected from the bacteria, making it ultimately responsible for long-term carbon storage on land, the authors say.

This carbon pool is not likely to have a role in offsetting increased greenhouse carbon dioxide in the atmosphere any time soon because of the very slow processes at work, Smittenberg says. Instead a better estimate of how long that carbon persists in soils is important for modelers interested in carbon reserves on a timescale of 1,000 years or who are interested in changing carbon storage on land through time as vegetation changes.

 

For this work, the researchers obtained sediment cores from Saanich Inlet, a fjord on Vancouver Island in British Columbia. There low-temperature oxygen-starved bottom waters help preserve annual layers of sediments, some no less than a half-inch thick, that include matter from forest soils carried by water into the inlet.

 

Smittenberg used organic chemistry to isolate the plant wax molecules from other kinds of carbon, such as that derived from marine algae. Co-author Tim Eglinton of Woods Hole Oceanographic Institution did the radiocarbon testing.

 

Today's soils are comprised of a mix of organic matter that is 11,000 years old, zero years old from today's input and every age in between, Smittenberg says. The average age of the resilient waxy carbon is 5,500 years right now.

 

"It is likely that at least some of the resilient carbon has disappeared from the soils," he says. "It wouldn't be possible, for instance, to measure any in the fjord sediments if some of it hadn't eroded away," he says. "But this loss is relatively small compared to what is staying in the soils and the addition of more resilient organic matter.

 

"Thus the system is far from equilibrium as current models assume," he says.

 

If the findings hold true in other northern forests, it would put the terrestrial biosphere in a more prominent position as a slow but progressively important atmospheric carbon sink on geologic time scales. It could even influence current predictions about carbon cycling and soil carbon storage in response to increasing amounts of carbon dioxide in the atmosphere, the co-authors conclude.

 

Other co-authors are Stefan Schouten and Jaap Sinninghe Damsté of the Royal Netherlands Institute of Sea Research.

 

The work was supported in the Netherlands by the Research Council for Earth and Life Sciences and the Netherlands Organization for Scientific Research, and in the United States by the National Science Foundation.

 

More information via:

-          Prof. dr. ir. Jaap Sinninghe Damsté (NIOZ); tel.: +31 (0)222 369 550, mailto:damste@nioz.nl 

-          Dr. ir. Stefan Schouten (NIOZ); tel.: +31 (0)222 369 565, schouten@nioz.nl

-          Dr. Rienk Smittenberg, (Universiteit van Washington, VS); smitten@u.washington.edu

-          Dr. Jan Boon (NIOZ, wetenschapsvoorlichter); tel.: +31 (0)222 369 466, boon@nioz.nl

 

 

14 november

Bodemvisserij serieus probleem; beschermde status onvoldoende voor Waddenzee....

 

Ondanks de status van beschermd natuurgebied ondervindt de Waddenzee schadelijke gevolgen van de schelpdiervisserij. Daardoor zijn bepaalde trekvogelsoorten in aantal afgenomen. Dit concluderen onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en de Rijksuniversiteit Groningen na een vergelijking van beviste en niet-beviste wadplaten. Hun onderzoeksresultaten verschijnen deze week in het online wetenschapsblad PLoS Biology.

 

De onderzoekers baseren hun bevindingen op de kwaliteit van wadplaten als foerageergebied voor kanoeten. Deze trekvogels zijn voor hun voedsel vooral afhankelijk van kokkels, in het wad levende schelpdieren. Uit het onderzoek blijkt dat het wadoppervlak dat ongeschikt is als foerageergebied voor kanoeten tussen 1988 en 2002 is toegenomen van 66 procent naar 87 procent. Die kwaliteitsverslechtering schrijven de onderzoekers toe aan bevissing; alleen in onbeviste gebieden behield het wadoppervlak dat wel als foerageergebied voldoet dezelfde omvang.

 

De schelpdiervisserij exploiteerde tijdens de onderzoeksperiode driekwart van de wadplaten. Bij schelpdiervisserij gedurende een langere periode verandert echter de samenstelling van de bodem. De bovenste vijf centimeter van de wadbodem wordt omgewoeld. Alle organismen die groter zijn dan 19 mm worden daarbij verwijderd. Dat leidt tot een steeds grover sediment.

 

Verminderde voedseldichtheid en voedselkwaliteit

Schelpdieren uit de Waddenzee vestigen zich niet of nauwelijks in bodems met grof sediment. Ook kunnen zij zich in grof zand minder goed voeden, waardoor hun kwaliteit afneemt. Kanoeten kunnen zich via een vergrote spiermaag aanpassen aan verminderde voedseldichtheid en voedselkwaliteit. Dat lukt echter niet als beide verschijnselen tegelijkertijd optreden.

 

Uit de vergelijking tussen beviste gebieden en ongestoorde gebieden bleek dat de dichtheid van kleine kokkels gedurende de onderzoeksperiode stabiel bleef in beviste gebieden, maar dat de kwaliteit van kleine kokkels per jaar met 11,3 procent afnam. In ongestoorde gebieden nam het aantal kleine kokkels met 2,6 procent toe terwijl de kwaliteit van de kokkels stabiel bleef. De spiermaag van de kanoet groeide in die periode echter niet genoeg waardoor vooral vogels met een kleine maag het loodje leggen.

 

De biodiversiteit in de Waddenzee wordt onder meer beschermd door de Europese Vogel- en Habitatrichtlijnen. Volgens de onderzoekers heeft de verminderde kwaliteit van de kokkels en de afname van het aantal kokkels tot een daling van het aantal kanoeten in de Waddenzee geleid. Deze lokale afname kan op zijn beurt de achteruitgang van de gehele Europese populatie verklaren.

 

Mechanische kokkelvisserij met schepen is vanwege milieuschade voor het Waddengebied sinds 2005 verboden. Handkokkelvisserij wordt echter aangemoedigd door het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Gezien de bijzondere waarde van de bodem voor het ecosysteem van de Waddenzee zouden diverse vormen van bodemvisserij misschien opnieuw tegen het licht moeten worden gehouden.

 

Het artikel 'Shellfish Dredging Pushes a Flexible Avian Top Predator out of a Marine Protected Area' verschijnt op 14 november in PLos Biology. PLoS Biology is een open acces tijdschrift en kan kosteloos door iedereen worden geraadpleegd op http://biology.plosjournals.org/.

 

Het NIOZ is een onderzoeksinstituut van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

 

Meer informatie:

 

 Commentaar door Liza Gross (in het Engels)…

 

14 November

Bottom fishery serious problem for the Wadden Sea. Protection of Dutch Wadden Sea is wanting...

 

Although the Wadden Sea is a fully protected nature reserve, the area still suffers from the consequences of large-scale mechanical shellfishing. This has led to a decline in the quantity and quality of shellfish and with cascading effects on the shellfish-eating migrant birds that depend on the Wadden Sea. Shelldredging for cockles in the western Dutch Wadden Sea appears responsible for the decline in the European wintering numbers of red knots. Scientists from the Royal Netherlands Institute for Sea Research (NIOZ) and the University of Groningen concluded that after in-depth comparisons between dredged and undredged areas of mudflat and the following of the fates of individually marked shorebirds. Their findings will be published this week in PLoS Biology.

 

Red knots are migratory birds that depend on small, freshly settled young cockles as their main source of food. Although the size of cockles eaten by red knots is much smaller than those harvested by the cockle-dredgers, the dredging itself affects the intertidal mudflat system in such ways that after dredging, the settled densities of cockles decline and the body condition of the remaining settlers declines also. In this way the extent of mudflat suitable for foraging was negatively affected and decreased from 34 percent in 1988 to 13 percent in 2002. In undredged areas the area of mudflats suitable for red knots remained stable.

 

From 1998-2002 the shellfish industry was allowed to exploit three-quarters of the protected intertidal mudflats of the Wadden Sea. During dredging the top five centimetres of the sea floor is churned up by a suction dredge. All organisms larger than 19 mm are sucked up and sorted on sieves. As a result the sediment becomes coarser.

 

It was found that young shellfish settled in smaller numbers in disturbed seabeds than in undisturbed areas. The few animals that did settle in the dredged areas, apparently fed less well and consequently their quality as food for birds decreased. Red knots are able to adjust to such decreases in food quality by enlarging their gizzard, but from 1998 to 2002 they were clearly unable to fully compensate for declines in both the quantity and quality of their prey. They suffered increased levels of mortality.

 

The biodiversity in the Wadden Sea is protected by the European Bird and Habitat Directives and by several national laws. The research has demonstrated that the declines in the number and the quality of cockles led to the decrease in the number of red knots in the Dutch Wadden Sea. In turn, this local decrease can explain the overall decrease of the entire European wintering population of these shorebirds.

 

Because of the suggested environmental impacts, large-scale mechanical dredging for cockles is outlawed since 2005. Manual dredging is still allowed and, surprisingly, actually encouraged by the Dutch Ministry for Agriculture, Nature and Food Quality. Allowing bottom disturbing fisheries in Marine Protected Areas clearly warrants re-evaluation.

 

'Shellfish Dredging Pushes a Flexible Avian Top Predator out of a Marine Protected Area' will be published on November 14 in PLos Biology. PLoS Biology is an open access journal and can be consulted by everyone free of charge at http://biology.plosjournals.org/.

 

NIOZ is a research institute of the Netherlands Organization for Scientific Research NWO.

 

Meer informatie:

 

 Comment by Liza Gross

 

 

6 november

Ecologische voorspellingen vaak voorbarig...

 

 

 

Overal is competitie. Politici winnen stemmen ten koste van anderen, sporters strijden voor een medaille en zangers vechten in The X-Factor om een platencontract. In de dierenwereld is het niet anders en wordt er flink gestreden om voedsel en vrouwtjes. Toch begrijpt de wetenschap nog steeds weinig van dit verschijnsel. Wouter Vahl heeft daarom geprobeerd om de mechanismen van competitie bij twee soorten wadvogels (steenloper en kanoetstrandloper) te achterhalen en deed een aantal verrassende ontdekkingen. Zijn conclusie: ‘Het is voorbarig de ideeën over competitie in te zetten voor natuurbeleid.’ Hij promoveert op 10 november 2006 aan de Rijksuniversiteit Groningen.

Volgens Vahl is competitie (biologische definitie: de strijd om schaarse goederen) één van de meest bestudeerde onderwerpen in de ecologie. ‘Alleen al het aantal veldexperimenten loopt in de honderden.’ Vahl constateert echter dat we, ondanks al dat onderzoek, er nog erg weinig van begrijpen. ‘Hoe komt competitie tot stand? Waarom maken dieren het elkaar in bepaalde situaties soms lastig? Onbeantwoorde vragen. Daarom is het tot nu toe niet goed mogelijk gebleken te voorspellen wanneer en in wat voor mate competitie zal plaatsvinden.’ Waarom weten we zo weinig van dit verschijnsel? Vahl: ‘Ik denk dat het komt doordat ecologen zich teveel op populaties hebben gericht. Er is te weinig gekeken naar de interacties tussen individuen.’

 

Vahl heeft daarom in zijn onderzoek geprobeerd de mechanismen achter competitie te achterhalen. Hij heeft zich daarbij gericht op de minst begrepen vorm van competitie: interferentiecompetitie. ‘Dat wil zeggen: competitie waarbij nadelige effecten het gevolg zijn van interacties tussen individuen. Sommige dieren vechten bijvoorbeeld veel om voedsel. Dit kan nadelig zijn, omdat dit een boel tijd en energie kost.’

 

Vahl heeft experimenten gedaan met voedselzoekende wadvogels: kanoeten en steenlopers. ‘In Groningen wordt al sinds de zeventiger jaren onderzoek naar de verspreiding van wadvogels over wadplaten. Elk tij moeten de vogels de keuze maken waar ze hun voedsel gaan zoeken.’ Vahl had het voorrecht gebruik te mogen maken van ‘de wadvogelunit’, een kunstwad – inclusief kunstmatige getijden - van het NWO-instituut Koninklijk NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) op Texel, waar experimenten met gevangen wadvogels gedaan kunnen worden. ‘Erg bijzonder dat ik daar kon werken. Het meeste ecologische onderzoek vindt plaats in het veld en dat heeft gewoon z’n beperkingen omdat de omstandigheden daar niet te controleren zijn. Door het NIOZ kunstwad kon ik essentiële experimenten doen die in de vrije natuur onmogelijk zijn.’

 

Vahl heeft op het kunstwad op verschillende manieren voedsel aangeboden aan de vogels en vervolgens nauwkeurig gekeken hoe ze reageerden. De resultaten waren verrassend. ‘Het idee was altijd dat vogels last hebben van elkaar doordat ze voedsel van elkaar stelen. Maar uit mijn experimenten blijkt dat competitie juist het gevolg is van het vechten om voedselplekjes. Er wordt dus niet gevochten om eten, maar om plekjes.’ Dat lijkt een triviaal verschil, maar Vahls bevindingen hebben grote gevolgen voor de modellen van de verspreiding van vogels op wadplaten en de voorspellingen die daarop gebaseerd zijn. Ook waren er belangrijke verschillen in de reacties van steenlopers en kanoetstrandlopers; de ene vogelsoort is dus ook blijkbaar de andere niet.

 

Vahl is bij zijn onderzoek er vooral van overtuigd geraakt dat ecologen nog schokkend weinig begrijpen van competitie bij voedselzoekende dieren. Een verontrustende conclusie. ‘De huidige ideeën over competitie worden namelijk al wel ingezet voor maatschappelijke doeleinden zoals natuurbescherming. Dit is voorbarig.’ Zijn ecologische voorspellingen dan nutteloos? ‘Nee, absoluut niet. Wel is het zo dat kwantitatieve uitspraken – bijvoorbeeld het aantal vogels dat zou verdwijnen als er ergens een haven wordt aangelegd - die je vaak tegenkomt in milieueffectrapportages te serieus worden genomen. Die getallen moet je met een flinke korrel zout nemen omdat de modellen op uiterst gebrekkige kennis gebaseerd zijn.’ Volgens Vahl is er met name behoefte aan experimenteel onderzoek met gevangen dieren in gecontroleerde omstandigheden. ‘Als we competitie beter willen begrijpen, is dat absoluut noodzakelijk.’

 

Curriculum vitae

 

Wouter Karsten Vahl (Gouda, 1977) studeerde biologie in Groningen. Zijn promotieonderzoek voerde hij uit bij de groepen Dierecologie en Theoretische Biologie van het onderzoeksinstituut CEES (Centre for Ecological and Evolutionary Studies) van de Rijksuniversiteit Groningen. Het praktische werk vond plaats op het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) te Texel. Zijn promotoren zijn prof.dr. F.J. Weissing (RuG) en prof.dr. T. Piersma (RuG en NIOZ). Co-promotor is Dr. J. van der Meer (NIOZ). De titel van Vahls proefschrift is: Interference Competition Among Foraging Waders. ISBN: 90 367 2796-0 (ISBN elektronische versie 90 367 2797-9).

 

 

Meer informatie:

Wouter K. Vahl: Tel: +31(0)50-3134955 (privé) of +31(0)222-369 355 (NIOZ);

E-mail: vahl@nioz.nl.

 

6 November

Ecological predictions often premature... (summary)

 

Competition is everywhere. Politicians try to gain votes at the cost of others, athletes fight for a medal and artists fight for a CD-contract in the X factor. This is all very similar in the animal world where animals fight for food and women. Yet, science does not yet really understand this phenomenon. PhD student Wouter Vahl has therefore tried to understand the mechanisms of interference competition in two species of waders, the ruddy turnstone and the knot. The results where quite surprising, which led him to the conclusion that at the present state of knowledge, it is premature to base nature policy on the predictions of competition models , especially because we do not yet understand enough about evolutionary adaptations of species. Wouter defends his PhD thesis at 10 November at Groningen University (RuG). His promotors are prof.dr. F.J. Weissing (RuG) and prof.dr. Theunis Piersma (RuG and NIOZ). Co-promotor is Dr. Jaap van der Meer (NIOZ). De title of Wouter Vahl’s thesis is “Interference Competition among Foraging Waders” ISBN: 90 367 2796-0 (ISBN elektronic version 90 367 2797-9).

 

More information:

Wouter K. Vahl: Tel: +31(0)50-3134955 (private) or +31(0)222-369 355 (NIOZ);

E-mail: vahl@nioz.nl.