Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2009 - Maart


 
Overzicht 2012
Overzicht 2011
Overzicht 2010
Overzicht 2009
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Juli
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 Februari – 2009 – April     Archief     

 

Maart 2009

 

16 maart

Is 't een zee om uit te drinken?

 

Op donderdag 19 maart zal NIOZ onderzoeker en bioloog Dr. Jaap van der Meer zijn ambt als bijzonder hoogleraar Populatie-ecologie van het Mariene Milieu aan de Vrije Universiteit aanvaarden met het uitspreken van zijn oratie.

 

Het Bijbelse verhaal over de Egyptische sprinkhaanplagen of het uit de noordse folklore stammende verhaal over lemmingen die, door overbevolking op drift geraakt, zich van de kliffen af in zee storten, laat zien dat mensen altijd al geboeid zijn geweest door de soms hevige schommelingen in de omvang van dierpopulaties. Ecologen proberen dan ook verklaringen te vinden voor deze schommelingen, zowel bij populaties van schadelijke dieren zoals plaaginsecten als bij nuttige dieren, zoals schaaldieren en vissen.

Ze kijken daarbij vaak naar de invloed van externe factoren, zoals veranderingen in het klimaat. Maar in theorie kan ook de interne dynamiek grillige populatieschommelingen veroorzaken. De klassieke benadering is om aan de hand van langjarige studies statistische relaties te berekenen, bijvoorbeeld die tussen de snelheid waarmee de populatie in aantal verandert (groei) en de populatiegrootte zelf. Van der Meer zal in zijn rede laten zien dat met deze statistische benadering het verleden weliswaar goed is te beschrijven, maar dat voorspellingen over bijvoorbeeld de gevolgen van klimaatverandering van weinig waarde zijn. Verder laat hij aan de hand van actuele voorbeelden zien wat deze statistische modellen te zeggen hebben over de gevolgen van de visserij. Wie hebben er gelijk in de controverse rond de palingvisserij, de visserijbiologen of de vissers?

 

Tenslotte gaat hij nader in op wat er van een alternatieve benadering verwacht mag worden, het zogeheten individu-gebaseerde modelleren. Hij laat daarbij zien dat deze benadering weer nieuwe fundamentele vragen oproept en dat ons begrip over het verband tussen wat er op het niveau van individuele dieren van een soort gebeurt en wat er op populatieniveau plaatsvindt, nog in de kinderschoenen staat.

 

De openbare zitting is vrij toegankelijk en begint om 15:45 (precies) in de aula van de Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam.

 

Meer informatie:

 

- Prof. dr. Jaap van der Meer, E: jaap.van.der.meer@nioz.nl, T: 0222 369 357

- Dr. Jan Boon, NIOZ Communicatie & PR E: jan.boon@nioz.nl, T: 0222 369 466,

  M: 06 2096 3097

 

 

6 maart

Koninklijke belangstelling tijdens het International Polar Year Symposium…

 

 

Koninklijke belangstelling tijdens het International Polar Year Symposium in Middelburg voor het GEOTRACES onderzoek van het NIOZ naar de biogeochemie van spoorelementen in de pooloceanen. Rob Middag vertelt aan Prinses Maxima en Prins Willem Alexander hoe het allemaal precies werkt. Maarten Klunder kijkt goedkeurend toe.

(Foto: Rien Zandee)

 

 

4 maart

Bruinvis-drama voor de Nederlandse kust…

 

Gezamenlijk persbericht Koninklijk NIOZ, Wageningen-IMARES, Ecomare, Naturalis en het Productschap Vis.

 

Foto: Ecomare

 

 

In de maanden december, januari en februari zijn er 100 bruinvissen dood op de Nederlandse kust aangespoeld. Ruim 30 exemplaren hiervan waren ernstig beschadigd en veelal totaal aan flarden De bruinvissen waren in vrijwel alle gevallen vet, waaruit blijkt dat de dieren tot hun dood in een uitstekende conditie verkeerden. Gedacht wordt aan bijvangsten van bruinvissen in de visserij voor onze kust. Maar ook andere oorzaken kunnen niet worden uitgesloten. Ook de beroepsvisserij bij monde van het Productschap Vis wil de oorzaak van deze praktijk achterhalen. Onderzoekers en vissers vragen de Nederlandse overheid met klem om samen met hen oorzaken te onderzoeken. Opsporingsdiensten zoals KLPD en AID spelen hierbij een belangrijke rol.

 

Strandingsverloop

In de maanden december, januari en februari zijn er 100 aangespoelde bruinvissen op de Nederlandse Noordzeestranden gerapporteerd, waarvan minstens 30 dieren waren verminkt. Het werkelijke percentage bijvangst van bruinvissen in de visserijkan pas worden verkregen na inwendig pathologisch onderzoek. . Sinds het begin van deze eeuw zijn de aantallen ´s winters aanspoelende bruinvissen toegenomen. Nog nooit was het aantal verminkte kadavers die zijn  gevonden zo groot (zie foto's). Bijzonder is ook de concentratie van strandingen; aanvankelijk spoelde de bruinvislijken vooral aan op de stranden van Texel en Vlieland, maar in februari ook in de kop van Noord-Holland en incidenteel ook op de Zeeuwse stranden (zie bijlage met grafiek en kaartjes met strandingsgegevens december '08-februari '09).

 

In voorgaande jaren werd landelijk een piek in strandingen van bruinvissen in het voorjaar en in de herfst gevonden. Terwijl van de in het voorjaar aanspoelende dieren relatief veel bruinvissen “bijvangst” geboekt zouden kunnen worden, bleken in de herfst andere doodsoorzaken te overheersen. Op jaarbasis bedraagt het geschatte aantal in Nederland door bijvangst omgekomen bruinvissen 40-50% van het totaal aantal gestrande dieren. Deze getallen zijn verkregen op basis van uitwendig en inwendig pathologisch onderzoek, indertijd verricht door het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek, Wageningen IMARES, het Nationaal Museum voor Natuurlijke Historie 'Naturalis in Leiden en de Universiteit van Luik*). Verminkte lijken kwamen daarbij af en toe voor, maar nog nooit op een schaal zoals in de afgelopen drie maanden werd geconstateerd.

 

Vermoedelijke oorzaak

Er bestaat nog steeds onduidelijkheid over de doodsoorzaak van de gestrande en toegetakelde bruinvissen, maar het drama van 2008/09 moet gezien de versheid van de dieren op korte afstand van de kust hebben plaatsgevonden. Ook in beroepsvisserijkringen wordt met verontwaardiging en afschuw gereageerd op de aangetroffen mutilaties en vooralsnog is onduidelijk wat of wie hiervan de oorzaak kan zijn. Ondanks eerdere berichtgevingen van zwaar toegetakelde bruinvislijken in de afgelopen maanden, neemt de frequentie nog steeds toe. Ook neemt de intensiteit van het versnijden per individueel dier toe, in februari spoelden er zelfs losse rug- en staartvinnen aan.

De Internationale Walvisvaart Commissie ziet de visserij met passieve vistuigen als één van de grootste bedreigingen voor walvisachtigen wereldwijd**). Daarom wordt ook hier vooral aan deze vorm van visserij gedacht en niet zozeer aan de (kotter-)visserij met gesleepte vistuigen. Toch treffen ook de meeste staand-want vissers zelden of nooit een bruinvis in hun netten en zijn de risico’s vermoedelijk sterk wisselend en afhankelijk van het type net, de vangstplaats, het jaargetijde en het gedrag van de bruinvissen.Omdat de (internationaal beschermde) bruinvis sinds 2000 langs de Nederlandse kust zo sterk in aantal is toegenomen, steeg logischerwijs ook het aantal strandingen. Bij een gelijkblijvend percentage bijvangsten, betekent dit echter dat tegenwoordig jaarlijks meer en meer bruinvissen in visnetten langs de kust kunnen verdrinken.

Het mutileren van bruinvissen is strafbaar en daarom is het belangrijk dat nu ook opsporingsdiensten zich intensief met deze zaak bezig houden. Beroepsvissers en onderzoekers bieden aan om hen hierbij te helpen en vragen daarnaast aan mogelijke betrokkenen die hieraan een bijdrage kunnen leveren, om contact op te nemen.

 

Mogelijke oplossing

Bijvangsten zijn waarschijnlijk relatief eenvoudig te voorkomen wanneer onderzoekers, de grote meerderheid van goedwillende vissers en beleidsmakers van de Ministeries LNV en V&W (kustwacht) de krachten bundelen. De allereerste en hoogstnoodzakelijke stap is nu het identificeren van het de voor bijvangst verantwoordelijke type visserij, Als het hier inderdaad de staandwantvisserij betreft, dan kunnen zogenaamde geluidvoorbrengende 'pingers' op de netten bij een juiste toepassing mogelijk snel soelaas bieden.

 

Meer informatie:

Een overzicht van de strandingen (met foto's) vindt u in de lijst van in Nederland in 2008-2009 aangespoelde walvisachtigen

 

- Dr. Jan Boon, NIOZ Communicatie & PR E: jan.boon@nioz.nl, T: 0222 369 466,

  M: 06 2096 3097

- Hans Bothe, Communicatie & PR Wageningen-IMARES, E: hans.bothe@wur.nl,

  M: 06 10674006

- Productschap Vis, Ir. J.B. Odink, voorzitter Productschap Vis.

  Contactpersoon: mevr. A. Leewis, 070-3369640.

 

Referenties:

*) Leopold M.F. & C.J. Camphuysen 2006. Bruinvisstrandingen in Nederland in 2006: Achtergronden, leeftijdsverdeling, sexratio, voedselkeuze en mogelijke oorzaken. IMARES Rapport C083/06, NIOZ Report 2006-5, Wageningen IMARES, Texel en NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek, Texel.

 

**) Perrin W.F., Donovan G.P. & Barlow J. (eds) 1994. Gillnets and cetaceans. Special Issue 15, International Whaling Commission, Cambridge, 629pp.

 

 

Foto: Kees Camphuysen

Foto: Christine Koersen