Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2008 - December


 
Overzicht 2012
Overzicht 2011
Overzicht 2010
Overzicht 2009
Overzicht 2008
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Mei
  April
  Maart
  Januari
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 November – 2008/2009 – Januari     Archief     

 

December 2008

 

11 december

NIOZ wereldleider in ballastwateronderzoek...

 

NIOZ onderzoeker Dr. Marcel Veldhuis en zijn team van Europese partners zijn erin geslaagd om een zeer groot project op het gebied van onderzoek, beleid en controle van ballastwater van zeeschepen binnen te halen. Het project is onderdeel van het Interregionaal Programma voor de Noordzee van de EU en loopt van 2009 tot 2013. De totale projectsom bedraagt ruim 10 M€, waarvan bijna 4 M€ voor onderzoek bij het NIOZ zelf. Ook onderzoeksinstituut Wageningen IMARES is partner in het project. Behalve verschillende onderzoeksinstituten zijn ook de overheden van verschillende Noordzeestaten en het bedrijfsleven bij het project betrokken. Doel van het project is om het Ballastwater Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) in de landen rond de Noordzee in te voeren en in de praktijk te controleren en te handhaven. De IMO is het VN agentschap voor de scheepvaart.

 

Invasies van uitheemse organismen vormen een acute en chronische bedreiging voor kustgebieden. Zowel in ecologische als in economische zin kan er grote schade optreden. Bekende voorbeelden uit onze wateren zijn de schelpdieren Amerikaanse zwaardschede en de Japanse oester. Belangrijke transporteurs van zulke invasieve organismen zijn de intercontinentale zeescheepvaart en het transport van organismen voor de kweek in zee (aquacultuur). De Noordzee behoort wereldwijd tot de meest bevaren zeegebieden met een aantal zeer grote havens, zoals Rotterdam. Antwerpen, Amsterdam, Bremerhaven, Hamburg en Londen. Deze zeehavens nemen allemaal actief deel aan intercontinentaal zeetransport met bijvoorbeeld Amerika en Z.O.-Azië; gebieden waar gedurende een deel van het jaar een vergelijkbaar klimaat heerst als het onze. De Noordzee, het Skagerrak en het Kattegat van de Oostzee vormen samen één ecologische zone, waarbinnen eenmaal binnengekomen organismen zich vrijwel zonder barrières verder kunnen verspreiden. Het is daarom belangrijk, dat de verschillende landen in de regio nauw met elkaar samenwerken om dit probleem zo goed mogelijk op te lossen.

Om het aantal introducties van bio-invasieve organismen te verminderen, heeft de IMO in 2004 de Ballastwater Management Conventie (BWMC) opgesteld. Deze is echter nog niet in werking getreden omdat ze nog steeds niet door het vereiste aantal landen en scheepvaart tonnage is ondertekend. Vereist zijn 30 landen en 35% van het wereldscheepvaart tonnage; de teller staat nog maar op 14 landen en 3.5% van het vereiste tonnage. De conventie schrijft voor dat in de periode 2009-2016 uiteindelijk alle schepen moeten zijn voorzien van een BallastWater BehandelingsInstallatie (BWBI), die het ingenomen water vrij maakt van organismen. Er zijn hiervoor vele technieken maar de meeste installaties werken met een soort centrifuge en/of een filter, gevolgd door een celdodende behandeling. Wanneer hierbij giftige stoffen worden gebruikt, mogen die uiteraard bij lozing geen gevaar meer vormen voor het ontvangende zeemilieu. De gebruikte stoffen zijn daarom allemaal uiterst kortlevend en binnen enkele dagen is de actieve vorm al verdwenen. Ook behandeling met UV straling wordt toegepast.

Voordat een dergelijk apparaat op een schip geplaatst mag worden, moet echter uitgebreid worden getest of het apparaat aan boord wel veilig is en - het allerbelangrijkste- of het wel goed doet waarvoor het is gemaakt. De IMO heeft hiervoor een pakket van eisen opgesteld waaraan een dergelijke installatie moet voldoen. Marcel Veldhuis en onderzoekspartners gebruiken hiervoor de methoden voor het tellen van micro-organismen en dierlijk plankton die zij in het fundamentele oceanografische onderzoek hebben ontwikkeld. Daarnaast worden er speciaal voor dit doel ook nieuwe methoden ontwikkeld, bijvoorbeeld de herkenning van algen met een elektronische camera en nieuwe telmethoden voor ziekteverwekkende bacteriën (Zebra Bioscience B.V.). Het NIOZ is een van de vijf door de IMO erkende instituten ter wereld waar BWBI's gecertificeerd kunnen worden.

Als de BWBI eenmaal is goedgekeurd en op een schip is ingebouwd, moeten de nationale autoriteiten in de havens in staat zijn om te controleren of deze installaties ook in de harde praktijk van alledag goed blijven presteren. Voor deze controlerende autoriteiten in de Noordzeehavens moeten dus slimme, snel en automatisch tellende meetapparaten worden ontwikkeld die er nu nog niet zijn. Dit aspect wordt verzorgd door partner Cytobuoy B.V. De totale markt voor behandelings- en meetapparatuur voor ballastwater management wordt geschat op een bedrag rond de 8 miljard Euro; een leuke opsteker voor het Europese bedrijfsleven in deze moeilijke tijden.

 

Foto waarop een BWBI die in 2008 bij het NIOZ werd getest

 

Meer informatie:

- Dr. Jan Boon, Communicatie & PR, T: +31 222 369 466.

 

 

2 december

Noord-Brabant aan zee - Zeespiegel steeg (al) tijdens fossiele broeikasramp 55 miljoen jaar geleden...

 

De broeikasramp 55 miljoen jaar geleden leidde tot een flinke stijging van de zeespiegel op verschillende plekken in de wereld. Dat blijkt uit onderzoek van Nederlandse wetenschappers. Zij publiceren hier binnenkort over in het vaktijdschrift Paleoceanography en deze week besteedt Nature Geosciences in een ‘research highlight’ al aandacht aan het artikel. Het onderzoek laat zien dat de opwarming, door stijging van de CO2-concentratie, op tenminste vijf continenten samenhing met een landinwaartse verschuiving van de kustlijn. Deze klimaatverandering wordt als een model beschouwd voor de huidige opwarming van de aarde. Hoofdauteur van het artikel Appy Sluijs en co-auteurs Henk Brinkhuis, Gert-Jan Reichart (alledrie van de Universiteit Utrecht), Stefan Schouten (NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek), Dirk Munsterman (TNO) en Jaap Sinninghe Damsté (NIOZ, Universiteit Utrecht) spelen internationaal een leidende rol in dit onderzoek.

 

Meer informatie