Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2009 - September


 
Overzicht 2012
Overzicht 2011
Overzicht 2010
Overzicht 2009
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Juli
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 Augustus – 2009 – Oktober     Archief     

 

September 2009

 

30 september

Tsunami bij de Samoa eilanden…

 

Hoewel het NIOZ zelf geen onderzoek doet in het gisteren door een tsunami getroffen gebied in de Stille Oceaan ten noorden van Nieuw-Zeeland, is het wellicht toch interessant om iets meer over de achtergrond van tsunami's te weten.

 

De tsunami in de Stille oceaan ontstond door een schoksgewijze verticale bodembeweging in de trog waar de Pacifische plaat tegen de Indo-Australische-plaat

 aanbotst. Troggen zijn altijd de zones waar de ene aardplaat onder de andere verdwijnt (subductie zones). Deze trog verloopt vrijwel in noord-zuid richting vanaf Nieuw Zeeland en buigt bij de Samoa eilanden naar het westen (Tonga trog).

 

De aanvankelijk aan de kust waargenomen waterbeweging geeft aan welke kant van de bodembeweging het getroffen gebied zich bevindt; is dat dus aan de kant waar de zeebodem met een schok omlaag is gegaan, dan wordt door de mensen op het strand aanvankelijk het wegtrekken van de zee waargenomen. Dit was zowel bij Atjeh op Sumatra als op de Samoa eilanden het geval. Op Sri Lanka, dat zich op 26 december 2004 aan de ander kant van de breuklijn bevond, ging het zeeniveau echter meteen omhoog.

 

De horizontale snelheid van de ontstane golf is gelijk aan de wortel uit [g (valversnelling, bedraagt ongeveer 10 m/sec2) * h (waterkolom in m)]; dus bij een waterdiepte van 4 km, wortel [10*4000 m2*sec2]= 200 m/s =720 km/uur!Dit is de golfsnelheid en NIET de watersnelheid, die is op de open oceaan maar klein (enkele cm/sec)

 

Tevens geldt voor de horizontale snelheid echter ook bij benadering de wet van behoud van massa: h (waterdiepte in m) * u (watersnelheid in m/sec) = ongeveer constant. Dus als waterdiepte afneemt van 5000 m tot 5 meter, dan neemt de watersnelheid een factor 1000 toe. In een golf is de watersnelheid echter in het algemeen slechts klein; zeg 2 cm/sec, dan neemt deze dus toe tot 2000 cm/sec bij 5 m diepte = 20 m/sec = 72 km/uur, waarmee de watermassa de kust opdendert!

 

Ook de golfhoogte neemt vlak bij de kust toe doordat waterkolom als het ware omhoog wordt geperst bij de sterk afnemende diepte op het continentale plat richting kust.

 

- Prof. Leo Maas

NIOZ onderzoeker en Hoogleraar Golfdynamica van de Oceaan aan het Instituut voor Marien en Atmosferisch Onderzoek van de Universiteit Utrecht.

 

 

26 september

Dick Loeber overleden…

 

In memoriam Dick Loeber (Kapitein ter Zee b.d.)

12 april 1931 - 17 september 2009

 

 

Hilversum, woensdag 23 september. Bedroefd heeft de Nederlandse oceanografie vandaag afscheid genomen van de man die van onschatbare waarde was tijdens de Indonesisch-Nederlandse Snellius-II Expeditie 1984-1985 met het onderzoekschip Tyro. Van 1990 tot 1998 was hij lid van het bestuur van de Stichting NIOZ. Dankbaar is ieder die met deze eminente regelaar te maken heeft gehad, maar hij was bovenal 'een man om van te houden'.

 

De Snellius-II Expeditie in de Indonesische wateren in 1984/1985 was in veler ogen de grootste Nederlandse oceanografische inspanning in de afgelopen 50 jaar . Bij die expeditie wordt door  (oudere) NIOZ'ers dan in één adem de naam van Dick Loeber genoemd. Hij was de operationele coördinator van de Nederlandse Raad voor Zeeonderzoek (NRZ, toendertijd belast met het Nationale Vaarplan) tijdens de planning en de uitvoering van die in totaal 14 maanden durende serie vaartochten met het roemruchte onderzoekschip MS 'Tyro'. 

 

Na zijn opleiding voor zeeofficier aan het Koninklijk Instituut voor de Marine, specialiseerde Dick Loeber zich in oceanografie en cartografie. De affiniteit van Dick met wetenschap toonde zich al vroeg in zijn carrière. Hij was één van de oceanografen bij de 3e Belgisch-Nederlandse Zomerexpeditie op de voormalige Koning Boudewijn Basis op Antarctica gedurende 1966-1967.

Oudgedienden van het NIOZ hebben 'onder' Dick Loeber gevaren toen hij als één van de commandanten van Hr. Ms. Luymes het CICAR-programma (1970/1971) uitvoerde, rond de Antillen en bij Suriname. Later,  toen Loeber commandant was van Hr.Ms. Tydeman (1978/1979), hebben tal van NIOZ'ers hem leren kennen tijdens de JONSDAP of NECTAR expedities. Hij stond bekend om zijn soepele regime aan boord, geheel ten dienste van de wetenschap.

 

Na zijn laatste functie binnen de KM, als plaatsvervangend Chef der Hydrografie, werd Dick in 1982 aangesteld bij het Bureau van de NRZ op de Koninklijke Nederlandse Academie voor Wetenschappen in Amsterdam. Daar werd hij belast met de voorbereiding van de Snellius-II Expeditie en ontpopte zich als een zeer actieve regelaar die geen moeite teveel was en in moeilijke situaties steeds neutraal bleef. Ook na afloop van de expeditie bleef Loeber belast met de praktische kanten van al het nawerk, inclusief het regelen van de overkomsten van Indonesische onderzoekers voor het uitwerken van de gegevens op de betrokken Nederlandse instituten tot en met het organiseren van workshops en het afsluitende internationale symposium in Jakarta in november 1987. Vanwege zijn maritieme expertise en grote betrokkenheid bij het zeeonderzoek, was Dick Loeber daarna lid van het bestuur van de Stichting NIOZ van 1990 tot 1998.

 

Bij velen in de Nederlandse oceanografie is Dick onvergetelijk door zijn rol binnen Snellius-II en de manier waarop hij daar invulling aan gaf. Zijn belangeloze optreden, tomeloze inzet en grote persoonlijke belangstelling voor alle expeditieleden waren voor ieder die ooit met hem te maken heeft gehad, een voorbeeld van hoe met samenwerking en onderling vertrouwen er grote dingen bereikt kunnen worden.

 

NIOZ-contactpersoon naar de familie Loeber: Dr. Martien Baars