Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2010 - Juli


 
Overzicht 2012
Overzicht 2011
Overzicht 2010
  December
  November
  Oktober
  September
  Juli
  Mei
  April
  Maart
  Februari
Overzicht 2009
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

Arrow-left Mei – 2010 – Augustus Arrow    Archief Arrow    

 

Juli 2010

 

nl-lgflag

29 juli

Mokbaai heeft een eigen getijbeweging…

 

Door zijn specifieke vorm heeft de Mokbaai een eigen trillende getijbeweging bovenop het standaard Maan-Zon getij zoals dat in het Marsdiep plaatsvindt. Dit ontdekte masterstudent Jordy de Boer, die bij het NIOZ zijn afstudeerproject doet voor de Koninklijke Technische Hogeschool in Stockholm.

 

Iedereen kent de standaard getijbeweging in het Marsdiep met een regelmatige periode van ongeveer 12˝ uur tussen opeenvolgende hoog- en laagwaters. Uit vergelijking van de gegevens van een dieptemeter bij de ingang van de Mokbaai in de vaargeul naast de TESO haven en een dieptemeter in de haven van de Joost Dourlein Kazerne kwam Jordy tot de ontdekking dat het getij in de Mokbaai extra ‘trilt’ met een periode van slechts ˝ uur rond laagwater en 3 kwartier rond hoogwater. Dit verschil tussen hoog- en laagwater komt doordat de vorm van het Mokbaaibekken rond laagwater heel anders is dan rond hoogwater. Bij laagwater is er een groot oppervlak aan drooggevallen wadplaat met een smalle vaargeul naar een met water gevuld kommetje in het centrale gedeelte van  de baai, terwijl bij hoogwater de baai voor een groot deel is volgelopen.

 

Ingang van de Mokbaai bij laagwater…

 

…en bij hoogwater

(de staken geven de vaargeul aan; op de voorgrond de dijk bij de TESO haven)

 

NIOZ fysisch oceanograaf en hoogleraar golfdynamica Leo Maas, postdoc onderzoeker Janine Nauw en junior onderzoeker Sjoerd Groeskamp hadden zo’n eigen trillend getijgedrag van de Mokbaai  op theoretische gronden al voorspeld. Overigens is de variatie in waterhoogte (amplitude) van deze ‘eigentrilling’ van de Mokbaai heel klein; slechts plus of min 1 cm bovenop het standaard door het Marsdiep gedicteerde getij, dat een waterhoogte verschil tussen hoog en laagwater heeft van 1-1,5 m. Jordy “ Veel praktisch nut heeft mijn wetenschappelijke vondst dus niet, maar het is mooi om een theoretische voorspelling zo om de hoek van het NIOZ te kunnen testen en dergelijke kleine afwijkingen toch succesvol in het veld te kunnen meten”.

 

Deze week namen onderzoekers-in-opleiding (OIO’s) aan de TU Delft Matthieu de Schipper en Sierd de Vries samen met Master student Roeland de Zeeuw een groot aantal zeer nauwkeurige diepteprofielen van de Mokbaai op tijdens de verschillende fasen van het dubbeldaags getij. Dit gebeurde met behulp van onder een Jetski gemonteerde dieptemeter in combinatie met GPS positiebepaling. Uiteraard bleef de snelheid van het vaartuig hierbij uiterst gering om een zo nauwkeurig mogelijke meting uit te voeren en het ecosysteem zo min mogelijk te verstoren. In het kader van dit project hebben ze zelfs al een klein bedrijfje opgezet, genaamd Shore.

 

De Jetski bij de meetpaal naast de TESO haven. Hier bevond zich dieptemeter 1

 

Meer informatie:

- Dr. Janine Nauw, Tel: 0222 369 564

- Dr. Jan Boon, Communicatie & PR, E-mail: cpr@nioz.nl, Tel. 0222 369 466

 

 

nl-lgflag

6 juli

Koloniale pindacultuur veroorzaakte toename woestijnstof in de Sahel…

 

Ongeveer 1 miljard ton woestijnstof wordt jaarlijks weggeblazen uit de Sahara en de naburige Sahel. Aflandige oostelijke passaatwinden blazen dit woestijnstof naar de Atlantische Oceaan, waar de deeltjes op termijn bezinken op de zeebodem. Een team van onderzoekers onder leiding van het Duitse instituut MARUM in Bremen met Nederlandse deelname van marien geoloog Jan-Berend Stuut van het NIOZ toont nu in een artikel in het tijdschrift Nature aan, dat de hoeveelheden stof in de atmosfeer in de 19e en 20e eeuw duidelijk hoger werden door grootschalige menselijke activiteiten: de opkomst van de koloniale landbouw in West-Afrika.

 

           

 

Om de geologische geschiedenis van het transport van woestijnstof te meten, namen de onderzoekers een aantal sedimentkernen uit de oceaanbodem met het Duitse onderzoeksschip ‘Meteor’. De kernen werden ongeveer 30 km uit de Afrikaanse kust bij Mauritanië genomen op een diepte van 300-350 meter. Dit gebied direct ten zuiden van de Sahara is nu vooral bekend door de extreme droogte die er heerste tijdens de 70-er en 80-er jaren van de vorige eeuw.

 

Zandstorm in de westelijke Sahara (Parc National du Banc d'Arguin, Mauritanië)

[ Foto Jutta Leyrer, NIOZ ]

 

Analyses van de verschillende laagjes uit de sedimentkernen tonen aan dat er tussen 1200 v. Chr. en 200 n. Chr. vooral zeer fijnkorrelig materiaal (mediane korrelgrootte <10 micrometer) met hoge gehalten aan aluminium en ijzer in de Atlantische Oceaan terecht kwam. Dit werd voornamelijk aangevoerd via de Senegal Rivier en de hoge rivierafvoer wijst op een vrij vochtig klimaat in de Sahel in dit tijdvak. In de periode daarna vinden we een gestage toename van grovere deeltjes (mediane korrelgrootte 10-150 micrometer) rijk aan silica. Deze deeltjessamenstelling is typisch voor geërodeerde bodemdeeltjes die als woestijnstof met de oostelijke passaatwinden naar de Atlantische Oceaan werden geblazen. Het feit dat de rivierafvoer verminderde en de aanvoer van atmosferisch stof juist toenam, wijst op steeds drogere omstandigheden in het Sahelgebied, gekenmerkt door minder vegetatie om de bodem vast te houden. Hoogtepunt was een langdurige droogte tussen de 15e en 18e eeuw.

 

Stofstorm vanuit de Sahara boven de Atlantische Oceaan [ Bron: NASA ]

 

De onderzoekers koppelden de gegevens uit de Atlantische sedimentkernen aan een set van al gepubliceerde gegevens over neerslagvariaties in Lake Bosumtwi in Ghana als maat voor variaties in neerslag boven land. Het afwateringsgebied van Lake Bosumtwi ligt op ongeveer dezelfde breedtegraad als het drainagegebied van de Senegal Rivier en de onderzoekers nemen daarom aan dat deze dataset representatief is voor de variaties in neerslag in het hele Sahelgebied.

 

In deze gecombineerde dataset lopen de hoeveelheden woestijnstof en neerslag aanvankelijk keurig in antifase vanaf het begin van de sedimentkern rond 1200 v. Chr. tot aan het begin van de 19e eeuw (hoe droger, hoe meer stof); een logische en natuurlijke relatie. Echter, vanaf ongeveer 200 jaar geleden is deze antifase vrij plotseling weg; onder nattere condities in Lake Bosumtwi is er toch relatief veel woestijnstof aanwezig in het sediment van de Atlantische Oceaan. Vanaf dat tijdstip moet er dus een ander proces zijn gaan meespelen.

 

Koloniale landbouw als mogelijke oorzaak

Deze toename in woestijnstof onder vochtiger omstandigheden valt precies samen met de opkomst van de op export gerichte koloniale landbouw in West Afrika in de 19e eeuw. De kolonisten introduceerden op grote schaal nieuwe gewassen zoals pinda’s en maďs. Om deze gewassen te kunnen telen, moest de natuurlijke vegetatie eerst worden verwijderd. Dit putte in korte tijd de bodem snel uit (‘cash crops’). De sterke toename van het landbouwareaal voor dit type landbouw ging bovendien ten koste van bosgebieden en savannes. Door dit alles werd de bodem kaler en ging de grond steeds sneller verstuiven. Vergelijking van de data uit de verschillende laagjes van de sedimentkern laat zien dat de sterkste toename in de stofconcentraties precies samenloopt met de introductie in de 19e eeuw van de pindacultuur in Senegal, Nigeria en Gambia.

 

Landschap in Mauritanië [ Foto Jan-Berend Stuut, NIOZ/MARUM ]

 

In deze publicatie laten de auteurs zien dat de mens een grote invloed kan hebben op bodemerosie en dat die invloed in de Sahel al ongeveer 200 jaar geleden begon.

 

Bibliografie artikel:

Increase in African dust flux at the onset of commercial agriculture in the Sahel region. Stefan Mulitza, D. Heslop, D. Pittauerova, H. W. Fischer, I. Meyer, J.-B. Stuut, M. Zabel, G. Mollenhauer, J.A. Collins, H. Kuhnert & M. Schulz. Vol 466, issue 7303, 8 July 2010| doi:10.1038/nature09213.

 

Meer informatie:

- Dr. Jan-Berend Stuut; Tel. 0222 369 405, M: 06 4010 2270

  (in Buenos Aires, dus houdt u s.v.p. rekening met tijdsverschil van -5 uur!)

- Dr. Jan Boon, Communicatie & PR, Tel. 0222 369 466, M: 06 2096 3097

 

 

nl-lgflag

1 juli

Hattrick NIOZ bij Darwininstituut

 

Impuls Nederlands onderzoek naar werking systeem aarde

NIOZ onderzoekers starten onderzoek naar rol bacteriën in wereldwijde kringlopen

 

NIOZ onderzoekers prof. dr. Jaap Sinninghe Damsté en dr. Dr. Laura Villanueva starten in totaal drie onderzoeksprogramma's op het grensvlak van aarde en leven. Alle drie de onderzoeken richten zich draaien om de rol van bacteriën in de methaan-, stikstof- en koolstofkringloop. Deze wereldwijde zogenaamde biogeochemische kringlopen bepalen in belangrijke mate de condities op aarde.

 

              

 

De onderzoeksprogramma's zijn toegekend door het Darwin Centrum voor Biogeologie. Binnen het centrum werken al zo'n 45 PhD studenten en postdoctorale onderzoekers van zeven instellingen (NIOZ, UU, UvA, VU, WUR, RU Nijmegen, NIOO) samen om te kijken hoe het systeem aarde functioneert onder steeds veranderende omstandigheden. Het was de zevende en voorlopig laatste laatste keer dat wetenschappers voorstellen in konden dienen bij het centrum.

 

De rol van bacteriën in mariene sedimentprocessen

Titel: Present and past role of chemoautotrophy in marine sediments

Dr. ir. Eric Boschker (Nederlands Instituut voor Ecologie, NIOO-KNAW)

Dr. Laura Villanueva (NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek)

 

Dit onderzoek is gericht op de rol van bacteriën in mariene sedimentprocessen.

Bacteriën die chemische energie gebruiken voor de fixatie van kooldioxide worden chemoautotrofen genoemd. Dit is een weinig bestudeerd proces in kustsedimenten. Er zijn echter aanwijzingen dat het proces veel belangrijker is dan tot nu toe wordt aangenomen. Chemoautotrofie wordt voornamelijk gedreven door reoxidatie van sulfiden en ammonium, gevormd tijdens de zuurstofloze afbraak van organisch materiaal. In dit onderzoek zal de ruimtelijke verdeling van reoxidatie processen in sediment bestudeerd worden. Zo kan achterhaald worden wat het belang is van graafgangen van organismen als hotspots van reoxidatie processen en chemoautotrofie. Tevens worden chemoautotrofie snelheden gemeten en zullen de betrokken micro-organismen worden geďdentificeerd. Het onderzoek zal de kennis van chemoautotrofie en haar rol in de koolstofcyclus in kustsedimenten zowel in het heden als uit het geologisch verleden sterk verbeteren.

 

De rol van bacteriën in de methaan- en stikstofcyclus

Titel: Contribution of nitrite-dependent methane oxidation to the past and present nitrogen cycle in coastal and estuarine ecosystems

Prof. dr. ir. Mike S.M. Jetten (Radboud Universiteit Nijmegen)

Prof. dr. ir. Jaap Sinninghe Damsté (NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek)

 

Jaap Sinninghe Damste zal zich samen met collega's van de Radboud Universiteit richten op de bijdrage van de bacterie 'Methylomirabilis oxyfera' aan de methaan- en stikstofcyclus. Deze zuurstofproducerende methaan-oxiderende bacterie is pas onlangs ontdekt en zou een belangrijke bijdrage leveren aan deze nitraat en methaan omzetting in sedimenten in bijvoorbeeld de Waddenzee en de Schelde. Binnen het onderzoek zal gewerkt worden aan methodes om deze bacteriën op te sporen in oude gesteentes. Daarnaast levert dit onderzoek kennis op over de toepassing van deze bacteriën in nieuwe en meer duurzame technologieën voor afvalwaterzuivering.

 

De rol van micro-organismen in de koolstofkringloop

Titel: Biogeochemical cycling of organic matter in coastal marine sediments

Prof. dr. ir. Fons Stams (Wageningen University and Research Centre)

Prof. dr. ir. Jaap Sinninghe Damsté (NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek)

 

In samenwerking met de Wageningen Universiteit gaat Sinninghe Damste ook kijken naar de rol van micro-organismen in de koolstofkringloop in kustnabije mariene sedimenten. Micro-organismen zijn zeer nauw verbonden met de biogeochemische kringlopen maar ondanks hun cruciale rol in de wereldwijde koolstofkringloop, is er nog weinig bekend over de enorme diversiteit en de verschillende interacties.

 

Meer informatie:

- Suzanne Frieters-Lint, communicatie Darwin Center for Biogeosciences,

  Tel. 030 - 253 5106 of kijk op www.darwincenter.nl.

- Dr. Jan Boon, Communicatie & PR, Tel. 0222-369 466, M: 06-2096 3097

 

____________________