Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2010 - April


 
Overzicht 2012
Overzicht 2011
Overzicht 2010
  December
  November
  Oktober
  September
  Juli
  Mei
  April
  Maart
  Februari
Overzicht 2009
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

Arrow-left Maart – 2010 – Mei Arrow    Archief Arrow    

 

April 2010

 

nl-lgflag

21 april

Waddengebied dreigt knelpunt te worden voor kanoet

 

De Nederlandse Waddenzee dreigt door een afnemende voedselvoorraad een knelpunt te worden in de jaarlijkse migratiecyclus van de kanoet. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Casper Kraan. Hij bestudeerde twee ondersoorten van de kanoet, de Calidris canutus islandica en de Calidris canutus canutus. ‘Het lijkt erop dat beide soorten er niet meer in slagen om voldoende aan te sterken in het Waddengebied,’ zegt Kraan. Hij voerde zijn onderzoek uit bij het NIOZ en promoveert 26 april aan de Rijksuniversiteit Groningen.

 

De islandica broedt op de Canadese en Groenlandse toendra en vliegt daarna naar het Waddengebied om te overwinteren. De canutus broedt in Siberië en gebruikt de Waddenzee om aan te sterken voor de laatste etappe naar westelijk Afrika. Kraan: ‘De twee ondersoorten hanteren dus een verschillende strategie, maar hebben hetzelfde probleem: de afnemende voedselvoorraad.’

 

  

 

Vervlakking

Kraan onderzocht het bodemleven van de droogvallende wadplaten. ‘De Waddenzee is sinds de jaren vijftig enorm verarmd,’ aldus Kraan. ‘Het aantal schelpdieren en kreeftachtigen is gedaald, terwijl het aantal wormen gelijk is gebleven. Veel van de diertjes die extra structuur gaven aan de wadplaten, zijn sterk in aantal afgenomen. Dat geldt bijvoorbeeld voor mossels en kokkels. Die vervlakking van het wadsysteem werkt negatief door op de kanoetenpopulatie. Tussen 1996 en 2005 verloren overwinterende kanoeten 55% van hun geschikte fourageergebied. De afname van het aantal kanoeten met 42% verliep vrijwel parallel.’

 

Nonnetjes

Het nonnetje, een schelpdier dat dient als belangrijkste kanoetenvoedsel, stond centraal tijdens Kraan 's onderzoek. ‘Vroeger was dat een veel voorkomend schelpdier in het Waddengebied, tegenwoordig is het een bijzonderheid als je een nonnetje aantreft in een bodemmonster. Een van de mogelijke oorzaken is de mechanische kokkelvisserij die tot 2005 nog was toegestaan, waardoor de kwaliteit van schelpdieren afnam. Maar er zijn ook andere schadelijke invloeden, zoals de recente warmere winters,’ benadrukt Kraan.

 

Voorspellend model

Kraan ontwikkelde een wiskundig model waarmee de relatie tussen diersoort (in dit geval het nonnetje) en omgevingsvariabelen kan worden verklaard. ‘De bestaande wiskundige aanpakken voldeden niet om de zogeheten ruimtelijke autocorrelatie te verklaren. Autocorrelatie is het idee dat een groep nonnetjes op een bepaalde plaats niet onafhankelijk is van een groep nonnetjes verderop. Nu is er een nieuwe methode die de relatie tussen een diersoort en zijn habitat beter kan voorspellen. Niet alleen voor nonnetjes, maar bijvoorbeeld ook voor zeehonden of vegetatie. We kunnen nu netjes aantonen welke omgeving een bepaalde soort prettig vindt en welke juist niet.’

 

Onverwachte wending

Een nieuw wiskundig model was niet bepaald het doel dat Kraan voor ogen had toen hij aan zijn onderzoek begon. ‘Ik begon met het idee lekker monsters te gaan nemen op het Wad en leuke dingen te doen,’ zegt de promovendus. ‘Op een gegeven moment had ik een geweldige dataset, maar toen ontdekte ik dat de bestaande statistische technieken tekort schoten. Zo kwam ik terecht in moeilijke wiskunde. Mijn wiskundelerares van de middelbare school lacht zich een ongeluk; ik was vroeger bepaald geen supertalent. Maar als je het eenmaal begrijpt, is wiskunde hartstikke leuk. Achteraf ben ik blij dat het zo gelopen is.’

 

 

Curriculum Vitae

Casper Kraan (Doetinchem, 1977) studeerde biologie aan de Rijksuniversiteit Groningen. Zijn promotieonderzoek werd uitgevoerd bij en gefinancierd door het NIOZ.

De titel van het proefschrift luidt: Spatial ecology of intertidal macrobenthic fauna in a changing Wadden Sea. No. ISBN: 978-90-367-4231-3. 

 

De promotie vindt plaats op 26 april in het Academiegebouw van de RUG (Broerstraat 5); aanvang 16:15. Promotoren zijn prof.dr. Theunis Piersma (RUG en NIOZ) en prof.dr. Jaap van der Meer (NIOZ en VU Amsterdam).

 

Meer informatie:

- Casper Kraan, Tel. 0222 369 592

- Jan Boon, Communicatie & PR, Tel. 0222-369 466, M: 06-2096 3097

 

 

nl-lgflag

17 april

NIOZ onderzoekschip 'Pelagia' keert herboren terug uit Spanje…

 

Dit weekend is het NIOZ onderzoekschip Pelagia weer teruggekeerd in de thuishaven van het NIOZ op Texel, nadat ze de afgelopen 2½ maand op de Astander werf in Santander in Noord-Spanje geheel binnenstebuiten is gekeerd in het kader van het mid-life onderhoud na 20 jaar trouwe dienst. Naar verwachting is het schip nu weer goed voor zeker 15 jaar Nederlands en internationaal zee- en oceaanonderzoek.

 

In het kader van de scheepvaartwet moet een schip na 20 jaar groot onderhoud ondergaan, waarbij men ervan uitgaat dat dit het midden van de levensduur van een zeeschip markeert. In dit geval heeft het NIOZ dit meteen gecombineerd met de 5 jaarlijkse 'special survey' van 20 jaar. De hele operatie stond onder leiding van Theo Buisman als hoofd Scheepsmanagement & Logistiek van het NIOZ, aangevuld met Rint de Vries en Maarten de Groot van het Bureau voor de Scheepsbouw (BvS) als externe consultants. Uiteraard werden zij hierbij op de werkvloer geassisteerd door gezagvoerder John Ellen en zijn bemanning.

Het schip kreeg twee compleet nieuwe Caterpillar dieselmotoren van 1020 en 860 kW, terwijl de elektromotor van de dieselelektrische aandrijving, de generatoren, het roer, de schroefas en de boegschroefmotor werden gereviseerd. De nieuwe diesels voldoen uiteraard aan de nieuwste (Tier 2) emissie-eisen en zijn ook zuiniger dan de oude motoren door de toepassing van elektronische brandstofinspuiting. Op het achterdek werd een sterkere hydraulische knikboomkraan geplaatst; de nieuwe kan een gewicht van 3,5 ton tillen met een armlengte van 10 meter.

Het gehele drinkwater- en afvalwaterleidingsysteem werd vernieuwd, waarbij er speciale aandacht was voor het voorkomen van besmetting met de Legionella bacterie. De hele romp, drinkwatertanks, ballasttanks en ventilatiekokers werden gestraald, waar nodig met staal vernieuwd en opnieuw gecoat.

Het interieur van de messroom werd geheel vernieuwd en alle hutten werden van een nieuwe vloerbedekking voorzien. Uiteraard werd het schip geheel geschilderd; onder de waterlijn met een tin-vrije aangroeiwerende verf. De hele operatie werd afgeschouwd en in orde bevonden door een vertegenwoordiger van de scheepsclassificatie instantie 'Bureau Veritas'. De Pelagia zal nu zo spoedig weer worden klaargemaakt voor de eerstkomende onderzoekstocht op de Noord-Atlantische Oceaan.

 

P1000553-MR  P1000567-MR

 

Nieuwe apparatuur

Omdat het vanaf 2016 voor alle schepen verplicht wordt om  het ingenomen ballastwater te behandelen om het risico op de introductie van plaagorganismen zoveel mogelijk te verminderen , is er nu al een behandelingsinstallatie in het schip geplaatst. Het NIOZ is het wel aan zijn stand verplicht om hier een voortrekkersrol te vervullen, gezien het vele onderzoek aan deze problematiek dat er wordt uitgevoerd. De Pelagia werd ook voorzien van nieuwe navigatieapparatuur met een volledig elektronisch zeekaartensysteem en V-Sat communicatie, waardoor er nu permanent internetverkeer mogelijk is. Intern werd een nieuw computernetwerk met een glasvezel ringleiding aangelegd. Dit gebeurde door NIOZ-ICT medewerkers Wim Pool, Hans Malschaert en Jan Derksen. Via 9 over het schip verdeelde monitors worden nu continu informatie gegeven over de positie van het schip, de vaarsnelheid en -richting en de afstand en tijd tot het eerstvolgende bemonsteringsstation weergegeven. Ook voor het continue zeewater bemonsteringssysteem ('ABC-systeem') werd nieuwe software geïnstalleerd en er werden drie camera's aan dek geplaatst, waarvan de beelden ook life naar de wal kunnen worden gestuurd.

De belangrijkste aanwinst op onderzoeksgebied is de installatie van een 'Ultrashort Baseline' GPS navigatiesysteem voor een nauwkeurige plaatsbepaling van de onderzoeksapparatuur onder water. Op kilometers diepte in de oceaan verschillen de posities van het schip aan het zeeoppervlak en de bemonsteringsapparatuur op of vlakbij de zeebodem namelijk vaak aanzienlijk van elkaar door zeestromingen. Ook werd een echolood geïnstalleerd dat de zeebodem tot op een diepte van 8 km kan 'zien'; belangrijk wanneer de onderzoekers onderzoeksapparatuur tot vlak boven, maar net niet op, de zeebodem willen laten zakken.

 

De hele operatie kostte het NIOZ 4,5 miljoen Euro, maar hierdoor is het schip nu weer helemaal klaar voor de komende 15-20 jaar 'Koninklijk' zeeonderzoek.

 

P1000678-MR

 

Meer informatie:

- Jan Boon, Communicatie & PR, Tel. 0222-369 466, M: 06-2096 3097

_______________________