Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2006 - September


 
Overzicht 2010
Overzicht 2009
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Juli
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 Augustus 2006 – Oktober     Archief     NIOZ in de pers

 

September 2006

 

23 september

Nieuwe NIOZ-directeur versterkt samenwerking fundamenteel zeeonderzoek...

 

Prof. dr. Carlo Heip treedt op 1 oktober aan als algemeen directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel. Heip blijft daarnaast directeur van het NIOO-Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie (CEME) in Yerseke. De bioloog combineert deze functies in het kader van het samenwerkingsverband, dat het NIOZ en het NIOO (Nederlands Instituut voor Ecologie) onlangs aangingen en waarmee ze hun toppositie in het fundamentele zeeonderzoek willen versterken.

 

Heip (1945) geniet in het zeeonderzoek een internationale reputatie als wetenschapper en als manager. Hij is auteur van meer dan honderd wetenschappelijke publicaties en redactieraadslid van elf internationale wetenschappelijke tijdschriften. Ook is hij als bijzonder hoogleraar verbonden aan de universiteiten van Groningen en Gent. Zijn specialismen zijn ecologie van bodemorganismen en de wereldwijde biodiversiteitproblematiek.

 

Daarnaast leidde Heip meer dan veertig fundamentele en toegepaste onderzoeksprojecten van Nederlandse en Belgische overheden. Hij coördineerde zeven grote projecten van de Europese Unie. Tegenwoordig leidt hij het Europese Excellente Netwerk Marine Biodiversity and Ecosystems Functioning (MarBEF), waar het NIOZ en het NIOO beide aan deelnemen. Sinds 1992 is Heip directeur van het NIOO-CEME. Van 1987 tot 1992 was hij al directeur van de voorloper daarvan, het Delta Instituut voor Hydrobiologisch Onderzoek in Yerseke.

 

Het NIOZ, waar hij in oktober de leiding overneemt, is een wetenschappelijk expertisecentrum voor zeeën en oceanen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het NIOO, waar het CEME onder valt, is het grootste onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het NIOZ en het NIOO werken al jaren nauw samen. Onlangs besloten ze om een gezamenlijk onderzoeksprogramma te ontwikkelen onder de naam Nederlandse Combinatie voor Fundamenteel Onderzoek van Kust en Zee (FOKUZ). Het NIOZ is een breed oceanografisch instituut met de fysica, chemie, biologie en geologie als belangrijke onderzoekspijlers. Bij het NIOO ligt het accent op de ecologie van zowel het land als van zoet- en zoutwatergebieden en spelen andere disciplines een ondersteunende rol.

 

Wetenschappelijke strategie

Als NIOZ-directeur streeft Heip ernaar om de wereldtoppositie van het instituut vast te houden en, waar nodig, te verbeteren. Met een duidelijke wetenschappelijke strategie en meer (nationale) structuur gaat dat volgens hem zeker lukken. Behalve van FOKUZ verwacht hij daarbij veel van samenwerkingsverbanden met partners als de universiteiten en het bedrijfsleven en de nieuwe instellingen Wageningen IMARES en het Delta Instituut.

 

Ook wil Heip het zeeonderzoek aantrekkelijker maken voor jonge onderzoekers. 'We moeten het maatschappelijke belang van ons onderzoek goed onderkennen en voortdurend onder de aandacht brengen van lokale en nationale overheden en het brede, geďnteresseerde publiek', vindt hij. 'Ook moeten we Europees en intercontinentaal volop aanwezig zijn. Ik hoop verder dat we een grotere rol kunnen spelen in het opleiden van jonge mensen, vooral uit ontwikkelingslanden. Dat is echt nodig voor een gezonde ontwikkeling van onze zeeën en oceanen op de lange termijn.'

 

 

23 september

Nieuwe NIOZ-directeur versterkt samenwerking fundamenteel zeeonderzoek...

 

Prof. dr. Carlo Heip treedt op 1 oktober aan als algemeen directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel. Heip blijft daarnaast directeur van het NIOO-Centrum voor Estuariene en Mariene Ecologie (CEME) in Yerseke. De bioloog combineert deze functies in het kader van het samenwerkingsverband, dat het NIOZ en het NIOO (Nederlands Instituut voor Ecologie) onlangs aangingen en waarmee ze hun toppositie in het fundamentele zeeonderzoek willen versterken.

 

Heip (1945) geniet in het zeeonderzoek een internationale reputatie als wetenschapper en als manager. Hij is auteur van meer dan honderd wetenschappelijke publicaties en redactieraadslid van elf internationale wetenschappelijke tijdschriften. Ook is hij als bijzonder hoogleraar verbonden aan de universiteiten van Groningen en Gent. Zijn specialismen zijn ecologie van bodemorganismen en de wereldwijde biodiversiteitproblematiek.

 

Daarnaast leidde Heip meer dan veertig fundamentele en toegepaste onderzoeksprojecten van Nederlandse en Belgische overheden. Hij coördineerde zeven grote projecten van de Europese Unie. Tegenwoordig leidt hij het Europese Excellente Netwerk Marine Biodiversity and Ecosystems Functioning (MarBEF), waar het NIOZ en het NIOO beide aan deelnemen. Sinds 1992 is Heip directeur van het NIOO-CEME. Van 1987 tot 1992 was hij al directeur van de voorloper daarvan, het Delta Instituut voor Hydrobiologisch Onderzoek in Yerseke.

 

Het NIOZ, waar hij in oktober de leiding overneemt, is een wetenschappelijk expertisecentrum voor zeeën en oceanen van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Het NIOO, waar het CEME onder valt, is het grootste onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Het NIOZ en het NIOO werken al jaren nauw samen. Onlangs besloten ze om een gezamenlijk onderzoeksprogramma te ontwikkelen onder de naam Nederlandse Combinatie voor Fundamenteel Onderzoek van Kust en Zee (FOKUZ). Het NIOZ is een breed oceanografisch instituut met de fysica, chemie, biologie en geologie als belangrijke onderzoekspijlers. Bij het NIOO ligt het accent op de ecologie van zowel het land als van zoet- en zoutwatergebieden en spelen andere disciplines een ondersteunende rol.

 

Wetenschappelijke strategie

Als NIOZ-directeur streeft Heip ernaar om de wereldtoppositie van het instituut vast te houden en, waar nodig, te verbeteren. Met een duidelijke wetenschappelijke strategie en meer (nationale) structuur gaat dat volgens hem zeker lukken. Behalve van FOKUZ verwacht hij daarbij veel van samenwerkingsverbanden met partners als de universiteiten en het bedrijfsleven en de nieuwe instellingen Wageningen IMARES en het Delta Instituut.

 

Ook wil Heip het zeeonderzoek aantrekkelijker maken voor jonge onderzoekers. 'We moeten het maatschappelijke belang van ons onderzoek goed onderkennen en voortdurend onder de aandacht brengen van lokale en nationale overheden en het brede, geďnteresseerde publiek', vindt hij. 'Ook moeten we Europees en intercontinentaal volop aanwezig zijn. Ik hoop verder dat we een grotere rol kunnen spelen in het opleiden van jonge mensen, vooral uit ontwikkelingslanden. Dat is echt nodig voor een gezonde ontwikkeling van onze zeeën en oceanen op de lange termijn.'

 

 

 

 

23 September

New NIOZ director enhances cooperation in fundamental sea research....

 

The Belgian biologist Prof. Dr. Carlo Heip will become the new general director of the Royal Netherlands Institute for Sea Research NIOZ. NIOZ is part of the Netherlands Organisation for Scientific Research NWO. Heip will combine this new job with his current position as director of the Centre for Estuarine and Marine Ecology CEME of the NIOO-KNAW Netherlands Institute of Ecology in Yerseke. This institute is located in the Delta-region in the south-west of the country. The combination of both jobs will allow him to enhance the cooperation between both major Dutch marine institutes upon which their boards have recently agreed. This should aid both institutes to strengthen their international top-position in fundamental and strategic marine sciences.

 

Carlo Heip (1945) has a high international reputation as a marine biologist and as manager. He is the author of more than a hundred publications in scientific journals and editor of eleven scientific journals. He is also a professor at the universities of Groningen and Gent. His areas of expertise are the ecology of benthic organisms and the global issue of maintaining and strengthening the biodiversity of seas and oceans.

 

As a science manager, Heip led over forty fundamental and applied research projects in the Netherland and Belgium and he coordinated seven large projects of the European Union. He is currently in charge of the European Excellency Network ‘Marine Biodiversity and Ecosystems Functioning’ (MarBEF), in which both NIOZ and NIOO are participating. Heip is director of NIOO-CEME since 1992. From 1987 to 1992 he was already the director of CEME’s predecessor, the Delta Institute for Hydro biological Research.

 

Carlo Heip will start at NIOZ on 1 October. NIOZ is the oceanographic institute of the Netherlands Organization for Scientific Research NWO. The Netherlands institute of Ecology NIOO, of which CEME is the marine part, is the largest institute of the Royal Netherlands Academy of Arts and Sciences (KNAW).NIOZ is a broad oceanographic institute with physical oceanography, chemistry, biology and geology as the four equal pillars of marine sciences. At NIOO, ecology is the leading field in its terrestrial, limnological and marine branches, whereas the other disciplines should have a supportive role. Quite a number of scientists of NIOZ and NIOO already join forces for many years, e.g. in ecology of coastal regions, microbiology and biogeochemistry. Recently, both institutes have decided to make this official in an agreement named ‘the Netherlands Combination for Fundamental Research for Coast and Sea (FOKUZ)’.

 

Carlo Heip’s views on Scientific Strategy

As NIOZ general director, Heip will strive to maintain and where possible improve the international position of the institute. With a clear strategy and more (national) structure he feels sure this is going to succeed. Except from FOKUZ he also expects a lot from cooperation agreements with other partners, such as the Dutch universities, industry and other new Dutch institutes of Wageningen IMARES and the Delta Institute. (Note: this is a new institute, which bears no relation to the old Delta Institute of which Heip was director until 1992).

 

Carlo also wants to make a carrier in marine sciences more attractive to young scientists. ‘We should improve the communication on the importance of our research to local and national authorities as well as to the general public’ he says. ‘We should also increase our presence on a European and on an intercontinental scale, in concordance with the nature of the oceans. I also hope that we can play a more important role in the education of young people, especially from developing countries. That’s really necessary for a healthy development of our coastal seas and our oceans on the longer term. And, don’t forget, the surface of our planet consists for more than 2/3 of seawater’.


 

 

19 september

Universiteit Miami koopt sedimentkern scanner van NIOZ spinn-off firma AVAATECH...

 

Na goede ervaringen met een eerdere versie van de rontgen fluorescentie (XRF) sedimentkern scanner in het Cariaco Basin bij Venezuela, vestigt de Universiteit van Miami ( Florida) nu ook zijn hoop op de allernieuwste versie van de Nederlandse firma AVAATECH. Deze spinn-off firma van het NIOZ wordt geleid door oud-medewerker A.J. (Aad) Vaars. Het NIOZ draagt actief bij aan de steeds voortgaande technologische ontwikkeling van de AVAATECH apparatuur en de toepassing daarvan in het marien geologisch onderzoek.

 

Lees het bericht van de Rosenstiel School of Marine and Atmospheric Science van de universiteit van Miami.

 

19 September

University of Miami buys XRF core scanner from NIOZ spinn-off firm AVAATECH...

 

Good experiences on a previous occasion in the Cariaco Trench near Venezuela has led the Rosenstiel School of Marine and Atmospheric Science at the University of Miami to acquire the latest version of the X-Ray Fluorescence (XRF) Core Scanner from AVAATECH, a NIOZ -spinn off company led by former NIOZ employee Mr. A.J. (Aad) Vaars. NIOZ continuous to contribute actively to the development of new versions of the AVAATECH core scanner and its application in marine geological research.

 

Read more at the Rosenstiel School of Marine and Atmospheric Science.

 

 

14 september

Engels kanaal ooit Europese superrivier...

 

Het Europagevoel was zo´n 20.000 jaar geleden al enigszins aanwezig, althans in geologisch opzicht. Alle grote West-Europese rivieren kwamen toen tijdens de laatste ijstijd samen in een Europese superrivier die via het Engelse kanaal naar de Golf van Biskaje stroomde. Een abrupte stijging van de zeespiegel maakte aan deze zoetwater invloed een einde. Deze conclusies trekken onderzoekers van het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) en Franse wetenschappers uit analyses van modder uit de oceaanbodem. Hun bevindingen publiceren zij in Science van 15 September*.

 

Het bewijs voor de Europese superrivier vonden de onderzoekers in een sedimentkern die op twee kilometer diepte werd geboord op een continentale helling waar het Engelse Kanaal overgaat in de Golf van Biskaje. Deze kern bevat sedimentlagen uit de laatste ijstijd, een belangrijke geologische periode die duurde van 17.000 tot 23.500 jaar geleden. Het Europese continent werd toen bedekt door een enorme ijskap. De zeespiegel was toen veel lager dan nu en de Noordzee lag droog. Dat had grote invloed op de loop van alle grote West-Europese rivieren, zoals de Rijn en de Theems.

 

Landbacteriën

De onderzoekers analyseerden twee soorten organische stoffen uit de sedimentkern. Eén is afkomstig van op het land levende bodembacteriën, die door uitspoeling van de bodem via rivieren naar zee werden gevoerd, de andere van in zee levende oerbacteriën. De verhouding van deze stoffen is een maat voor aanvoer van materiaal vanaf het land.

 

Tussen 17.000 jaar en 19.500 jaar geleden blijkt er veel meer materiaal vanaf het land te zijn afgevoerd naar de plaats waar de sedimentkern zich oorspronkelijk bevond, zo ontdekten de onderzoekers bij hun analyses op het NIOZ, een instituut van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Volgens hen wijst dat op de ligging van een Europese superrivier. In die periode warmde het klimaat namelijk weer op en begonnen de ijskappen te smelten. Dit resulteerde in de vorming van grote hoeveelheden smeltwater, bodemerosie en afvoer van organisch materiaal via de Kanaalrivier naar de Golf van Biskaje.

 

Doordat de zeespiegel op het hoogtepunt van de laatste ijstijd veel lager was dan nu, lag de positie van de sedimentkern toen heel dicht bij de riviermonding. Maar in de sedimentlagen jonger dan 17.000 jaar troffen de onderzoekers ineens nauwelijks meer organische stoffen van landbacteriën aan. Zij concluderen daaruit dat met het stijgen van het zeeniveau de riviermonding zich terugtrok door het Kanaal in de richting van de huidige Noordzee, waardoor de rivierinvloed plotseling wegviel. Die transformatie van superrivier naar een zee zonder veel rivierinvloed heeft zich binnen een eeuw voltrokken. Volgens Jaap Sinninghe Damsté, onderzoeksleider bij het NIOZ, is dat ongekend snel voor zulke geologische processen.

 

Zie ook het artikel Reuzenrivier  – Zoetwater West-Europa strroomde door kanaal” uit NRC Handelsblad van 16 september.

 

 

 

 

14 September

English Channel was once a European super river....

 

A joint Europe was already present about 20,000 years ago, at least in a geological sense. All major Western European rivers were tributaries to a large river system flowing westward through the English Channel to the Bay of Biscay at the end of the last Ice Age. An abrupt increase of the sea-level suddenly halted the large flow of fresh water to this area within a single century. These conclusions are drawn by a group of French and NIOZ scientists from analyses of mud layers of different ages from a sediment core taken south of Ireland in the Bay of Biscay with the research vessel ‘Marion Dufresne’. They have published these findings in Science of 15 September *

 

*: Bibliography of article:

Menot, G. et al., 2006. Early reactivation of European rivers during the last deglaciation. Science 313: 1623-1625 (in reports)

 

More information: