Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2009 - November


 
Overzicht 2010
Overzicht 2009
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Juli
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 Oktober – 2009 – December     Archief     

 

November 2009

 

26 november

Alle biodiversiteit op een stokje: koudwaterkoralen vormen hotspot in diepzee…

 

YERSEKE (Zld.) / TEXEL – Koraalriffen in de Europese diepzee? Ja, naast de tropische tegenhangers zijn er ook prachtig gekleurde koralen die in de noordelijke oceanen floreren. Voor het eerst hebben onderzoekers van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ) een beeld van het functioneren van deze interessante, superdiverse ecosystemen van de zeebodem. Zie het novembernummer van Limnology & Oceanography, het toptijdschrift voor wateronderzoek.

 

Zie verder persbericht NIOO

 

 

24 november

NIOZ scoort uitstekend met twee NWO-Vidi subsidies voor veelbelovende onderzoekers…

 

De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) heeft vandaag de Vidi subsidies toegekend aan 89 jonge, innovatieve wetenschappers. Hiervan werken er twee bij het NIOZ: Dr. Marcel van der Meer en Dr. Jan van Gils. Beide onderzoekers krijgen een subsidie van elk €800.000. Hiermee kunnen zij vijf jaar lang bij het NIOZ op Texel een eigen onderzoekslijn ontwikkelen en een eigen onderzoeksgroep opbouwen.

 

Het NWO-Vidi programma richt zich op excellente onderzoekers die na hun promotie al een aantal jaren succesvol onderzoek hebben verricht. De Vidi winnaars hebben daarbij laten zien dat zij met vernieuwende ideeën kunnen komen én deze succesvol tot ontwikkeling kunnen brengen. Deze wetenschappers behoren tot de beste tien à twintig procent van hun vakgebied. Met de Vidi-subsidie kunnen zij vijf jaar lang onderzoek doen en een eigen onderzoeksgroep opbouwen met onderzoekers in opleiding en analytische ondersteuning.

 

Beide Vidi-beurs winnaars in hun natuurlijke element…

Jan van Gils

Marcel van der Meer

 

De invloed van zeezout op het klimaat

Het onderzoek van Dr. Marcel van der Meer (24-04-1970) betreft veranderingen van het zoutgehalte van de oceanen in het geologisch verleden. Voor een goed begrip van ons huidige klimaat en een voorspelling van de toekomstige ontwikkeling is kennis over klimaatveranderingen in het geologisch verleden van onze planeet cruciaal. Op dit moment is het zoutgehalte van de oceanen in het verleden de belangrijkste parameter die we nog niet goed kunnen afleiden aan de hand van het sedimentarchief in de zeebodem. Het zoutgehalte van zeewater is van zeer groot belang voor de grote oceaanstromingen, bijvoorbeeld de vorming van Noord-Atlantisch diepwater in de poolzeeën. Hier boven de noordpoolcirkel zakt oceaanwater van het zeeoppervlak naar de zeebodem op zo'n 5 km diepte, simpelweg doordat het water door z'n hoge zoutgehalte en lage temperatuur 'zwaar' is geworden. Als dit proces vertraagt, dan heeft dat ook invloed op de warme Golfstroom die ervoor zorgt dat wij in Nederland een relatief mild klimaat hebben. Zonder Golfstroom zou ons klimaat veel meer lijken op andere gebieden op dezelfde breedtegraad als Nederland, zoals Newfoundland en Labrador in Canada.

Dit VIDI project richt zich op het ontwikkelen, testen en toepassen van nieuwe methodes om het zoutgehalte van zeewater te kunnen reconstrueren. Een kwalitatieve methode die gebruik maakt van vetten specifiek voor (micro-)organismen die alleen bij bepaalde zoutgehaltes voorkomen. Het voorkomen van deze vetten in het sedimentarchief is dus een indicatie van het zoutgehalte van de oceaan gedurende de periode dat een bepaald laagje sediment werd afgezet. En een kwantitatieve methode die gebruik maakt van de verhouding van twee waterstofisotopen in verschillende typen vetten die elk specifiek zijn voor verschillende soorten algen. De hoeveelheid 'zwaar waterstof' (deuterium) met massa 2 neemt toe relatief ten opzichte van 'gewoon waterstof' met massa 1 als het zoutgehalte van de zee waarin deze algen groeien ook toeneemt. Van der Meer: "Door nu verschillende soorten algen bij verschillende zoutgehalten te gaan kweken in het zeewater experimenteergebouw van het NIOZ, krijgen we dus meerdere ijklijnen van de waterstofisotoop verhouding met het zoutgehalte. Als we dan vervolgens de waterstofisotoop verhouding gaan meten in dezelfde vetten maar nu geïsoleerd uit geologische afzettingen, dan kunnen we met behulp van de gemaakte ijklijnen het zeezout gehalte in het geologisch verleden afleiden".

 

Trekvogels als spin in een wereldwijd gekoppeld voedselweb

Het onderzoek van Dr. Jan van Gils (21-09-1971) betreft de ecologische koppeling die trekkende wadvogels leggen tussen verschillende waddengebieden wereldwijd. Wadvogels eten ongewervelde diertjes, zoals schelpdieren, die ingegraven leven in de wadbodem. In eerste instantie lijkt dit massaal opeten van bodemdieren niet gunstig voor de bodemdieren zelf, maar de schijn bedriegt hier: juist door het reduceren van de aantallen van de meest algemene, en dus meest dominante, prooisoorten zorgt een wadvogel ervoor dat andere, minder dominante prooisoorten ook de ruimte krijgen. Predatie mag dan negatief uitpakken voor die individuen die gegeten worden, het blijkt juist goed voor de biodiversiteit in een ecosysteem.

 

Dit positieve effect van predatie op de soortenrijkdom van ecologische levensgemeenschappen is vaker aangetoond, maar het nieuwe in dit onderzoek is dat het hier trekkende predatoren betreft, die dus maar een deel van het jaar in een bepaald gebied vertoeven. Veel wadvogels die broeden in het Noordpoolgebied, maken gebruik van de Waddenzee als doortrekstation om aan te sterken, om uiteindelijk in de tropen te overwinteren. Potentieel zou een verandering in één van deze drie ecosystemen dus, via migrerende wadvogels, ook tot veranderingen in de andere twee ecosystemen kunnen leiden.

 

Het is juist de verbindende schakel, de Waddenzee, die de laatste decennia sterk heeft ingeboet aan kwaliteit als 'tankstation' voor doortrekkende wadvogels, waardoor hun aantallen zijn afgenomen. Dit betreft vooral de schelpdieretende wadvogels, waarvan de kanoet en de scholekster de belangrijkste zijn. Het overwinteringsgebied van de kanoet is de Banc d'Arguin in West-Afrika (Mauritanië). Hier zien we de laatste jaren in inderdaad een afname van het aantal kanoeten dat gepaard gaat met een toename in het aantal dominante schelpdieren, maar juist met een afname in de soortenrijkdom!

 

Van Gils: “In dit VIDI-project gaan we onderzoeken of deze afgenomen biodiversiteit onder de bodemdieren van het West-Afrikaanse wad inderdaad wordt veroorzaakt door een afnemend aantal overwinterende wadvogels. Hierbij kiezen we voor een experimentele benadering door lokaal, op de Banc d'Arguin de predatie door wadvogels op sommige plaatsen uit te sluiten. In een ander tropisch waddengebied, Barr al Hikman in Oman in de Arabische Zee gaan we juist een aantal tamme kanoeten gecontroleerd en lokaal uitzetten om ze in een beperkt deelgebied schelpdieren te laten eten. Dit doen we juist daar omdat in Barr al Hikman van nature juist géén schelpdier-etende wadvogels voorkomen, terwijl er wel veel schelpdieren zitten”.

 

Meer informatie:

  • Dr. Jan Boon (NIOZ Communicatie& PR); (+31) (0)222 369 466

 

Over Vidi:

De Vidi-subsidie is een van de drie subsidievormen van de Vernieuwingsimpuls van NWO (www.nwo.nl/vernieuwingsimpuls). De andere twee subsidies zijn de Veni-subsidie (voor pas gepromoveerden) en de Vici-subsidie (voor zeer ervaren onderzoekers). De Vernieuwingsimpuls is opgezet in samenwerking met het ministerie van OCW, de KNAW en de universiteiten.

 

 

17 november

Grotspons eet veel maar groeit niet…

 

De Caraibische grotspons Halisarca caerulea neemt veel koolstof op zonder te groeien. Deze schijnbare verdwijning van massa werpt de basale natuurwetten toch niet omver: de spons werpt zijn cellen uit op een manier zoals ook onze darmwand dat doet.

Dit staat in het wetenschapelijke artikel van oud NIOZ-promovendus Jasper de Goeij met als co-auteur o.a. Fleur van Duyl over de rol van deze grotspons in het metabolisme van tropische koraalriffen vandaag publiceert in het Journal of Experimental Biology (JEB). Het artikel krijgt ook redactionele aandacht, omdat het hier een geheel nieuw fenomeen betreft.

 

Ook in NatureNews besteedt aandacht aan dit fysiologisch verrassende mechanisme onder de titel 'How sponges stay slim.One species' rapid cell shedding explains its huge carbon-catching capacity':

 

 

Meer informatie:

 

Bibliografie artikel:

De Goeij, J. M., A. De Kluijver, F.C. Van Duyl,  J. Vacelet, R.H. Wijffels, A.F.P.M. De Goeij, J.P.M. Cleutjens, B. Schutte (2009). Cell kinetics of the marine sponge Halisarca caerulea reveal rapid cell turnover and shedding. J Exp Biol 212: 3892-3900.

 

 

17 november

Darwins leven en werk - een lezing door Gerhard C.Cadée

 

Op 24 november houdt NIOZ-onderzoeker Gerhard Cadée een lezing over Charles Darwin in veldwerkcentrum de Slinger bij Ecomare.

De avond begint om 20.00 uur, toegang bedraagt € 2,50 inclusief koffie of thee.

 

Gerhard Cadée, zelf bioloog, is sterk geïnteresseerd in het werk en het leven van Charles Darwin. Hij heeft in de loop der jaren een grote verzameling opgebouwd van boeken van en over Darwin. Omdat Darwin 200 jaar geleden werd geboren, is 2009 uitgeroepen tot Darwinjaar. Een goede reden om eens dieper op deze boeiende man in te gaan.

 

Evolutiebioloog Charles Darwin (1809-1882) is het meest bekend als opstapper op de Beagle en als schrijver van De Oorsprong der Soorten. Hij was ook marien bioloog, al werd hij veel geplaagd door zeeziekte. Zijn theorie over het ontstaan van atolriffen geldt nog steeds en zijn monografieën over zeepokken en verwanten worden nog steeds geraadpleegd.

 

Over geen bioloog is zoveel geschreven als over Darwin. Ook zelf schreef hij veel: een twintigtal boeken, talloze artikelen, tientallen notitieboekjes vol, duizenden brieven. Bijna alles is bewaard, gepubliceerd en bestudeerd, zelfs de aantekeningen die hij maakte in de boeken die hij las.

 

Dankzij dit Darwin-onderzoek kunnen nu allerlei vragen beter beantwoord worden dan voorheen. Waarom mocht deze allerminst briljante student medicijnen en theologie meevaren op de Beagle? Waarom zette hij na zijn vijfjarige wereldreis nooit meer een voet buiten Engeland en werd hij veelvuldig geplaagd door ziekte? Brachten de Galapagosvinken Darwin op zijn evolutietheorie? Waarom wachtte hij wel twintig jaar met publiceren van zijn theorie en bestudeerde hij eerst acht jaar zeepokken? Wat had zijn afkeer van de slavernij te maken met zijn evolutietheorie? Waarom bestudeerde hij de activiteit van regenwormen, kweekte hij duivenrassen en was hij geïnteresseerd in drijfzaden?

 

In de lezing hoopt Cadée antwoord te geven op dergelijke vragen, Darwins veelzijdigheid te benadrukken en iets van zijn grote belangstelling voor Darwins leven en werk op zijn toehoorders over te brengen.

 

Nadere informatie:

Ecomare, Henriette de Waal

Ruijslaan 92, 1796 AZ  De Koog, Texel

Tel. 0222 31 77 41, Fax: 0222 31 77 44

henriettedewaal@ecomare.nl

 

 

9 november

Groene Sahara vergemakkelijkte emigratie van de oermens uit Afrika…

 

Een vochtige Sahara en Sahel met relatief veel bomen in plaats van tropische grassen valt samen met de perioden in de geschiedenis waarin de vroege mens zijn leefgebied uitbreidde van zijn geboorteplaats in Oost-Afrika naar Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Azië en Europa ongeveer 50.000 en 120.000 jaar geleden. Onderzoekers van het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek en de universiteit van Bremen toonden dit aan door fossiele wasmoleculen van bladeren te analyseren in een sedimentkern genomen op 3 km diepte in de Atlantische Oceaan. De resultaten van het onderzoek worden on-line gepubliceerd in het tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences USA (PNAS).

 

Landstof in sedimentkernen van de zeebodem

De onderzoekers bestudeerden sedimentlagen van de zeebodem van de Atlantische Oceaan ten westen van Guinee. Deze sedimentlagen waren tot bijna 200.000 jaar oud en bevatten stof dat door aflandige winden vanaf het land naar zee werd geblazen. In dit stof bevonden zich ook de resten van de waslaag die het oppervlak van bladeren van bomen en grassen beschermt tegen uitdroging door de zon. In dit gebied vindt de sedimentatie zeer regelmatig plaats, waardoor het materiaal van de laatste 200.000 jaar keurig in laagjes gesorteerd van jong (oppervlak) naar oud (diep) op de oceaanbodem op 3 km diepte terecht kwam. De moleculen afkomstig uit de waslaag zijn resistent tegen afbraak waardoor ze in de zeebodem bewaard zijn gebleven gedurende deze lange periode.

 

Vegetatieveranderingen in de Sahara

Via het analyseren van wasmoleculen kunnen de onderzoekers onderscheiden of ze afkomstig zijn van bomen of van grassen. Dit komt omdat beide groepen planten kooldioxide in hun fotosynthese langs verschillende biochemische routes binden. Tropische grassen kunnen veel beter tegen droge condities dan bomen. Door in laagjes met verschillende ouderdom te kijken of de wasmoleculen van bomen of van grassen afkomstig waren, werd duidelijk of er in die betreffende periode een relatief droog klimaat of juist een vochtig klimaat heerste in Noord-Afrika.

Bomen groeiden vooral in de Sahara en de Sahel gedurende drie perioden van respectievelijk 120-110.000, 50-45.000 jaar en 10.000-8000 jaar geleden. Toen was het daar dus vochtig. De twee oudste perioden vallen precies samen met de tijden waarin onze voorouders uitzwermden vanuit hun bakermat in Oost-Afrika naar Noord-Afrika, het Midden-Oosten, Azië en tenslotte ook naar Europa. De onderzoekers postuleren nu, dat het vochtigere klimaat en de bijbehorende vegetatie deze migratie in de genoemde perioden mogelijk maakte. Het drogere klimaat dat weer volgde op deze beide vochtige perioden dwong de mensen om de Sahara en de Sahel weer te verlaten en de populaties in Oost-Afrika en ten noorden van de Sahara in Afrika en het oostelijke deel van Spanje ontwikkelden zich lange tijd gescheiden.

 

Veranderingen in de oceaanstroming oorzaak voor natte Sahara

De onderzoekers bekeken ook de oorzaak voor deze grote veranderingen in het klimaat van de Sahara en ze vonden een sterke relatie met het systeem van zeestromingen in de Atlantische Oceaan, de Atlantic Overturning Circulation (AOC). De sterkte van deze circulatie werd afgelezen aan de hand van de samenstelling van fossiele kleine schelpjes van kleine diertjes (benthische foraminiferen) die in dezelfde sedimentlagen aanwezig waren. De chemische samenstelling van deze kalkskeletjes is onder andere afhankelijk van de verschillende watermassa’s in de diepe oceaan. De onderzoekers vonden dat wanneer de oceaancirculatie afnam in sterkte, het gebied van de Sahara en de sahel droger werd. Waarschijnlijk werd deze afname van de AOC veroorzaakt door een toegenomen hoeveelheid zoetwater op hogere breedtegraden wat weer een afkoeling veroorzaakte van het zeeoppervlak. Dit had tot gevolg dat er koelere lucht naar de tropen werd getransporteerd, wat zorgde voor een vermindering van de hoeveelheid neerslag in de Sahara. Het lijkt er dus op dat de eerste migraties van de oermens uit Afrika werden aangestuurd door gebeurtenissen ver daar vandaan in de Noord-Atlantische Oceaan.

 

Dit onderzoek werd medegefinancierd door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

 

Meer informatie:

 

Download het volledige artikel:

http://www.pnas.org/content/early/2009/11/11/0905771106.abstract

 

 

9 November

Greening of the Sahara desert triggered early human migrations out of Africa

 

A team of scientists from the NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research and the University of Bremen (Germany) has determined that a major change in the climate of the Sahara and Sahel region of North Africa facilitated early human migrations from the African continent. The team’s findings will be published online in the Nov. 9th installment of Early Edition of the Proceedings of the National Academy of Sciences USA. Among the key findings are that the Sahara desert and the Sahel were considerably wetter around 9,000, 50,000 and 120,000 years ago then at present, allowing for the growth of trees instead of grasses. 

 

Dust in marine sediment cores

The researchers studied marine sediments covering nearly 200,000 years collected from the seafloor off the coast of Guinea in West Africa. Strong off-shore winds transport large volumes of dust from the Sahara and Sahel to the study area. Mixed in with the dust are plant leaf waxes, which are blown long distances across the African continent to the Atlantic Ocean, where they were ultimately deposited on the seafloor at about 3 km depth. Over thousands of years, layers of sediment accumulated on the seafloor, each layer containing evidence of past environmental conditions in Northern Africa. The plant leaf waxes are resistant to degradation and when trapped within layers of sediment, they can be very well-preserved for millions of years.

 

Vegetation changes in the Sahara

Based on analysis of plant leaf waxes the researchers could determine the relative importance of trees and grasses in the Sahara and Sahel regions. Trees generally require more water to survive than do tropical grasses, and so by analysing the plant leaf waxes to determine if they were produced by trees or grasses, the scientists could examine past precipitation changes in tropical Africa over the last 200,000 years.

During three discrete periods, ca. 120,000-110,000 years, 50,000- 45,000 and 10,000-8,000 years ago, substantially more trees grew in Sahara and the Sahel, indicating significantly wetter conditions than at present. The two oldest periods exactly coincide with times when the earliest humans were migrating out of East Africa to northern Africa, the Middle East, Asia and eventually Europe. At these times, the wetter conditions in central North Africa likely enabled humans to cross this normally inhospitable region, allowing them to migrate into other continents. When climate in the Sahara and Sahel turned dry again, humans were forced out of these areas causing genetic and cultural changes in already inhabited regions such as Northern Africa and the Middle East.

 

Changes in ocean circulation caused a wetter Sahara.

The researchers also looked for the causes of these major climate shifts to much wetter conditions in the Sahara and found that they were indirectly related to an increase in the strength of the major current system, the Atlantic Overturning Circulation (AOC). The researchers could assess the strength of this current by analysing fossilized tiny shells of small animals (benthic foraminifera).When the intensity of the AOC changes, this leads to changes in the chemical composition of the deep water masses, which is then reflected in the shells of benthic foraminifera. The researchers found that when the AOC weakened, more grasses were present in central North Africa indicating a drier climate. Likely, the weakening of the AOC was caused by increased freshwater input to the high-latitudes, leading to less saline surface waters. This freshwater input also caused surface cooling in these regions, in turn leading to movement of cold air from the high-latitudes to the tropics, and causing drier conditions in central North Africa. Thus, early human migrations from the African continent were likely triggered by events originating far away in the North Atlantic.

 

This research project was funded by the Netherlands Organisation for Scientific Research (NWO) and the Deutsche Forschungsgemeinschaft Research Centre/Excellence Cluster “The Ocean in the Earth System”.

 

Download the article:

http://www.pnas.org/content/early/2009/11/11/0905771106.abstract

 

More information:

 

 

2 november

Eerste zalm in 50 jaar in de NIOZ fuik in het Marsdiep…

 

Zondagochtend om negen uur wreven NIOZ-medewerkers Siem Gieles en Ewout Adriaans nog even extra hun ogen uit toen zij bij het legen van de NIOZ fuik een echte zalm (Salmo salar) in de vangst aantroffen. Het was een mannetje van maar liefst 83 cm lang met een prachtige karakteristieke haakbek aan de onderkaak die mannetjes krijgen wanneer ze paairijp worden.

 

Analyse van het gehoorsteentje toonde aan dat het dier zes jaar oud was. In de zorgvuldig opgetekende vangsten van de 50 jaar dat de NIOZ fuik nu tussen begin maart en eind november bij de zuidelijke punt van de Mokbaai in het Marsdiep staat, is dit de eerste vangst van een zalm. Wel wordt regelmatig de verwante zeeforel (Salmo trutta trutta) gevangen. Het is overigens zeker niet de eerste recente zalmvangst in Nederland; andere meldingen van vangsten kwamen merendeels uit het IJsselmeer.

 

Dit dier zou afkomstig kunnen zijn uit het programma 'De Zalm terug in de Rijn', waarbij enkele duizenden jonge dieren werden uitgezet in de rivier de Sieg, een zijrivier die bij Bonn in de Rijn uitkomt. De hoop was dat de dieren na verloop van tijd zouden terugkeren naar dit gebied als nieuwe paaiplaats. Deze vangst wijst erop dat dit misschien inderdaad gaat lukken. Maar inderdaad, één zalm maakt nog geen paaiplaats…

 

Photo: Bert Aggenbach (NIOZ)

Meer informatie