Home - General - Latest News - Archief - Overzicht 2009 - Oktober


 
Overzicht 2012
Overzicht 2011
Overzicht 2010
Overzicht 2009
  December
  November
  Oktober
  September
  Augustus
  Juli
  Juni
  Mei
  April
  Maart
  Februari
  Januari
Overzicht 2008
Overzicht 2007
Overzicht 2006
Overzicht 2005
Overzicht 2004
Overzicht 2003

Sitemap - Search 

 

 September – 2009 – November     Archief     

 

Oktober 2009

 

29 oktober

'De wadpier': niet één soort, maar twee!

 

De wadpier is in de Waddenzee en de Noordzee niet langer zomaar 'de wadpier'. Biologen van het NIOZ ontdekten na een tip van de Texelse pierenvissers Cynthia Winkelman en Flip Duinker dat in de wadbodem naast de 'gewone' wadpier ook de Franse tap voorkomt. Wel is deze tweede soort er zeldzaam; in de Noordzee is hij algemener. De zustersoorten verschillen uiterlijk alleen in details, maar zijn genetisch gezien verrassend verschillend.

 

Arenicola marina en A.defodiens naast elkaar…

Waarschijnlijk zijn beide soorten dus al tientallen miljoenen jaren gescheiden. Het onderzoek is nu on-line gepubliceerd in het wetenschappelijke tijdschrift 'Journal of Sea Research'.

 

Wadpieren komen in grote aantallen voor in de wadbodem, soms wel vijftig per vierkante meter. De dieren bewonen een U-vormige buis. Aan de ene kant van die buis eten ze het zand op en ontstaat er een trechtertje in de zeebodem. Ze halen er verteerbare voedseldeeltjes uit, waarna ze het zand aan de andere kant weer uitpoepen. Daar vormen zich de welbekende pierenhoopjes.

 

Aan het eind van de 19e eeuw is in de wetenschappelijke literatuur al eens gesuggereerd dat er twee sterk op elkaar lijkende (pseudo-cryptische) soorten wadpieren bestaan. Sportvissers vermoedden het ook al lange tijd. Maar pas zo’n vijftien jaar geleden werd door een studie aan de kust van Wales bevestigd dat de wadpier (Arenicola marina) een zustersoort heeft, de Franse of zwarte tap (Arenicola defodiens). Deze soort werd een aantal jaar geleden in de Zeeuwse Delta aangetroffen maar hij komt er waarschijnlijk al veel langer voor. Nu hebben de marien biologen Pieternella Luttikhuizen en Rob Dekker van het NIOZ vastgesteld dat de Franse tap ook de Waddenzee en de kustzone van de Noordzee bewoont. Hun bevindingen verschenen deze week in de webversie van het wetenschappelijke tijdschrift Journal of Sea Research.

 

Pieren op sterk water

De onderzoekers werden op het spoor van de Franse tap gebracht door de Texelse pierenvissers Cynthia Winkelman (ook oud-NIOZ medewerkster) en Flip Duinker. Zij kwamen langs met een aantal afwijkende wadpieren die waren opgevist langs de geulranden van De Vlakte van Kerken. Naar aanleiding daarvan verzamelden de wetenschappers stekend en dreggend meer pieren uit de westelijke Waddenzee en de Noordzee. Bovendien neusden ze rond in diverse museumcollecties en trokken potten met pieren op sterk water uit de kast bij ondermeer museum 'Naturalis' in Leiden.

 

De wormen werden met behulp van de microscoop op naam gebracht. De wadpier en de Franse tap zijn uiterlijk moeilijk van elkaar te onderscheiden; er zijn alleen subtiele verschillen, bijvoorbeeld in het aantal segmentjes waaruit hun lijf bestaat (zie close-up foto). Ook zijn de volwassen exemplaren van de Franse tap gemiddeld wat langer en donkerder. Gelukkig geeft genetische analyse een duidelijk antwoord; opmerkelijk genoeg zijn de zustersoorten namelijk genetisch gezien wel sterk verschillend. Het zijn waarschijnlijk al miljoenen jaren aparte soorten.

 

Detail A. defodiens

Zeldzaam

Na identificatie kon de verspreiding van beide soorten worden bekeken. De Franse tap komt vooral voor op zandige plekken die maar kort of helemaal niet droogvallen en waar het water flink zout is. De klassieke wadpier komt juist veel voor op ondiepe plekken en ook in brak water. In de Waddenzee blijkt de Franse tap zeldzaam maar in de Noordzee is hij vrij algemeen. Strandvondsten uit museumcollecties betroffen vooral de Franse tap. Kennelijk wordt deze soort bij stormen losgewoeld uit de zeebodem.

 

Dat de Franse tap weinig voorkomt in de geulen van de Waddenzee en op droogvallende platen al helemaal een zeldzaamheid is, moet een geruststelling zijn voor wadloopgidsen: Tijdens wadlooptochten blijft  de wadpier gewoon dé wadpier.

 

Dit onderzoek werd extern gefinancierd vanuit de NWO-meervoud subsidie voor Pieternella Luttikhuizen.

 

Meer informatie:

- Dr. Pieternella Luttikhuizen; T: 0222 369 508.

- Dr. Jan Boon (Communicatie & PR); T: 0222 369 466.

 

Artikel: P.C. Luttikhuizen & R. Dekker (2009). Pseudo-cryptic species Arenicola defodiens and Arenicola marina (Polychaeta: Arenicolidae) in Wadden Sea, North Sea and Skagerrak: Morphological and molecular variation. Journal of Sea Research (voorpublicatie op internet).

 

 

25 oktober

Arctische winter verliep zonder vorst…

 

  

 

53 miljoen jaar oud stuifmeel toont palmen aan op Noordpool

 

Tijdens de fossiele broeikaswereld 53 miljoen jaar geleden kwam de gemiddelde wintertemperatuur op de Noordpool niet onder de 8 graden Celsius. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek, TNO en de Universiteit van Bremen. De wetenschappers vonden stuifmeelkorrels van palmen in boorkernen uit de Noordelijke IJszee. De palmen groeiden op het land rond de Arctische Oceaan. Ze tolereren onder broeikascondities geen gemiddelde temperaturen onder de 8 graden Celsius. De resultaten verschijnen deze week in het toonaangevende tijdschrift Nature Geoscience.

 

De resultaten zijn opmerkelijk omdat het op de Noordpool ook 53 miljoen jaar geleden zes maanden per jaar donker was (poolnacht). Hoe deze regio zonder zonlicht zo warm bleef is vooralsnog onbekend. De onderzoekers speculeren dat dit kwam door de aanwezigheid van typen wolken die alleen in een warme wereld in poolgebieden kunnen voorkomen.

 

Eerder onderzoek

Eerder liet dezelfde groep onderzoekers van de Universiteit Utrecht en NIOZ in diverse Nature- en Science-artikelen al zien dat de fossiele broeikaswereld op de polen onverwacht warm was. Zo publiceerden de onderzoekers op 8 oktober in Nature dat ook de Zuidpool zeer warm was ten tijde van de fossiele broeikaswereld. Tot nu toe was onbekend hoe warm de winters er toen waren.

 

Snelle opwarming

De warme fase tussen 60 en 50 miljoen jaar geleden hing samen met een versterkt broeikaseffect met van nature verhoogde CO2-concentraties in de atmosfeer. Bovenop de al warme condities waren er perioden van snelle CO2-stijging en opwarming, vergelijkbaar met de huidige snelheid en opwarming. De onderzoekers laten met deze nieuwe studie zien dat zeewatertemperatuur op de Noordpool tijdens een van deze perioden steeg van 23 naar 27 graden Celsius. Toen konden voor het eerst palmbomen groeien rond de Noordelijke IJszee.

 

Klimaatverandering in de toekomst

De onderzoeksresultaten kunnen gevolgen hebben voor verwachtingen van de klimaatverandering in de toekomst. "We zien dat in een broeikaswereld, zoals die van 53 miljoen jaar geleden, de polen onverwacht warm waren, vooralsnog warmer dan we met de huidige kennis van klimaat kunnen begrijpen", licht Appy Sluijs, paleo-klimatoloog aan de Universiteit Utrecht, toe. "Als de huidige opwarming doorzet is het mogelijk dat de opwarming op de polen sterker zal zijn dan tot nu toe wordt verwacht."

 

Publicatie

Letter in Nature Geoscience: "Warm and wet conditions in the Arctic region during Eocene Thermal Maximum 2", door Appy Sluijs, Stefan Schouten, Timme Donders, Petra Schoon, Ursula Röhl, Gert-Jan Reichart, Francesca Sangiorgi, Jung-Hyun Kim, Jaap Sinninghe Damsté en Henk Brinkhuis.

 

Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) en door het Integrated Ocean Drilling Program (IODP).

 

Meer informatie

NIOZ:

Universiteit Utrecht:

  • Roy Keeris, persvoorlichter Universiteit Utrecht, T: 030 253 2411

 

 

6 oktober

Ook zeewater rond Zuidpool was tropisch 50 miljoen jaar geleden…

 

  

 

Fossiele broeikaswereld was warm van pool tot pool

 

Tijdens de fossiele broeikaswereld, 60 tot 50 miljoen jaar geleden, was er nauwelijks een temperatuurverschil tussen de polen en de evenaar. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht, het NIOZ Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek en de University of California. Wetenschappers concluderen dat naast het zeewater op de Noordpool ook de wateren rond de Zuidpool in die tijd erg warm waren. De zeewatertemperatuur rond Antarctica lag boven de 30 graden. Ze publiceren hun resultaten deze week in het toonaangevende tijdschrift Nature.

 

De onderzoekers baseren hun resultaten op boorkenen uit een gebied ten oosten van Tasmanië. Dat gebied lag tijdens het vroeg-Paleogeen (65-35 miljoen jaar geleden) tegen Antarctica aan. Veel onderzoek naar de opwarming van de aarde is gericht op polaire gebieden, omdat vooral deze gebieden gevoelig zijn voor klimaatverandering.

 

Doorbraak

Eerder lieten onderzoekers van de Universiteit Utrecht en NIOZ in diverse Nature- en Science-artikelen al zien dat de fossiele broeikaswereld zich in het Noordpoolgebied manifesteerde met de invasie van tropische algen en zeewatertemperaturen van rond de 24ºC. De zeewatertemperatuur rond Antarctica in die tijd was tot nu toe echter een groot vraagteken. De recente onderzoeksresultaten vormen daarmee een doorbraak in klimaatonderzoek.

 

Vorming temperatuurgradiënt

Na de warmste fase (ongeveer 50 miljoen jaar geleden) koelde de aarde langzaam af naar een 'ijskast'. De temperatuur bereikte rond 33 miljoen jaar geleden een dieptepunt met de vorming van een grote Antarctische ijskap. Tijdens deze afkoeling kreeg de temperatuursgradiënt tussen de evenaar en de polen meer en meer zijn huidige karakter.

 

Klimaatverandering in de toekomst

De onderzoeksresultaten kunnen gevolgen hebben voor verwachtingen van de klimaatverandering in de toekomst. "De fossiele broeikaswereld wordt beschouwd als mogelijke analoog voor ons toekomstige klimaat", licht Peter Bijl, paleo-klimatoloog aan de Universiteit Utrecht, toe. "De nu gegenereerde veldgegevens laten zien dat pooltemperaturen in een toekomst met veel CO2 veel hoger kunnen liggen dan wat de computermodellen van het IPCC voorspellen. De toekomstige klimaatverandering kan dus nog groter zijn dan zelfs de somberste IPCC-voorspellingen."

 

Publicatie

Letter in Nature: Early Palaeogene Temperature Evolution of the Southwest Pacific Ocean, door Peter K. Bijl, Stefan Schouten, Appy Sluijs, Gert-Jan Reichart, James C. Zachos en Henk Brinkhuis.

 

Het onderzoeksschip Joides Resolution, van het Integrated Ocean Drilling Program (IODP). Dit onderzoeksschip is in staat om kilometers aan oceaangeschiedenis, opgeslagen in het oceaanbodemsediment, aan de oppervlakte te brengen. In 2000 boorde dit schip rond Tasmanië sedimenten op uit de fossiele broeikaswereld van 50 miljoen jaar geleden.

 

Foto: William Crawford, IODP-Texas A&M University.

 

Dit onderzoek werd mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO).

 

Meer informatie

 

 

6 October

Temperatures of sea water fringing South Pole were tropical 50 million years ago…

 

  

 

Fossil Greenhouse world was warm from pole to pole

 

The temperature difference between equatorial and polar sea waters was minimal during the extremely warm 'Greenhouse world' 60 to 50 million years ago. This is the main conclusion drawn by a team of scientists from Utrecht University, the Netherlands, the NIOZ Royal Netherlands Institute for Sea Research and the University of California, Santa Cruz. The team of scientists, headed by Peter Bijl, show that circum-Antarctic sea water exceeded 30ºC at that time. The results were published in Nature this week.

 

The conclusions are based on analyses on sediments retrieved from the ocean floor east of Tasmania. This area bordered to Antarctica during the early Paleogene (60-35 milion years ago). Much global warming research is focused on polar areas, because these are particularly sensitive to climate change.

 

Breakthrough

Previously, scientists from Utrecht University and the Royal NIOZ presented in a suite of Nature and Science articles the manifestation of Greenhouse climates in the Arctic regions, with the invasion of tropical algae and sea surface temperatures of up to 24ºC. Meanwhile, temperatures of waters fringing the Antarctic continent during the Greenhouse climates were a great unknown to climate scientists. The multidisciplinary research, published in Nature, now reached a breakthrough.

 

Temperature Gradient

What emerges from these results is that the Greenhouse pole-to-equator sea surface temperature gradient was close to non-existent. After the warmest phase (about 50 million years ago), the world gradually cooled down to an 'Icehouse' state, like today. Along with this cooling, the temperature gradient turned more and more into its present day shape.

 

Future climate change

The interest to society is evident: the fossil Greenhouse world is generally considered to be a potential analogue for future climates. "The fossil Greenhouse world of 50 Million years ago is generally considered analogous to future climates", says Peter Bijl, paleo-climatologist at Utrecht University. "These field data imply that polar temperatures can be much higher than the IPCC computer models predict for a high-CO2 world. In turn, climate change can be even more severe than the worst case scenario's of the IPCC."

 

Publication

Letter in Nature: “Early Palaeogene Temperature evolution of the Southwest Pacific Ocean, by Peter K. Bijl, Stefan Schouten, Appy Sluijs, Gert-Jan Reichart, James C. Zachos and Henk Brinkhuis.

 

The research vessel Joides Resolution, operated by the Integrated Ocean Drilling Program (IODP). This research vessel is capable of bringing kilometers of ocean's history, recorded in ocean sediments, up to the surface. In 2000, this ship successfully recovered sediments from the fossil 'Greenhouse' world of 50 million years ago when drilling offshore Tasmania.

Photo: William Crawford, IODP-Texas A&M University.

 

This research was funded by The Netherlands Organisation for Scientific Research (NWO).

 

Meer informatie

 

Google Alert